Terminologie verpleegkundige methodiek
en vaardigheden 2
INJECTIE
INJECTIE OF Het inbrengen van vloeibaar geneesmiddel in het weefsel of in de
INSPUITING bloedbaan door middel van een steriele spuit en steriele holle
naald.
INTRADERMAAL (ID) Inspuiting in de lederhuid.
SUBCUTAAN (SC) Inspuiting onder de huid, in het onderhuids bindweefsel.
INTRAMUSCULAIR (IM) Inspuiting in een spier.
INTRAVENEUS (IV) Inspuiting in de ader, vene.
SYNCOPE Flauwvallen .
NECROSE Het eindstadium van celdood, weefselafsterving.
ECCHYMOSE Onderhuidse bloeding.
LIPODYSTROFIE Abnormale verdeling van onderhuids vetweefsel.
LAVEMENT
LAVEMENT OF KLYSMA Een hoeveelheid vloeistof die langs de anus in het rectum wordt
binnengebracht.
MICROKLYSMA Kleine hoeveelheid vloeistof die rectaal wordt ingebracht met
behulp van een tube of canule.
ZETPIL Suppositorium of zetpil, kogelvormig lichaam dat via de anus in
het rectum wordt gebracht. Met de puntvormige kant naar
buiten toe.
1
, GASTRO
ONDERVOEDING OF Een toestand waarbij het lichaam over onvoldoende
DEPLETIE voedingsstoffen beschikt.
Enterale en/of parenterale voeding, voor patiënten die
KLINISCHE VOEDING
onvoldoende of normaal voedsel kunnen opnemen.
SONDEVOEDING Een volwaardige, dunne vloeibare voeding die via een sonde
enteraal, via het maagdarmkanaal wordt toegediend aan de
patiënt.
PARENTERALE Voeding of vocht die wordt toegediend buiten het
VOEDING maagdarmstelsel, via een centrale of perifere katheter.
TOTAL PARENTERAL Wanneer de voeding volledig via parenterale weg wordt
NUTRITION (TPN) toegediend.
NASOGASTRISCHE Sonde die via de neus wordt opgeschoven tot in de maag.
SONDE
NEUS- Sonde die via de neus wordt opgeschoven tot in het duodenum.
DUODENUMSONDE
GASTROSTOMIESONDE Een sonde die via chirurgische plaatsing onmiddellijk doorheen de
buikwand in de maag geplaatst wordt.
COLONSCOPIE Een inwendig onderzoek van de dikke darm door middel van een
flexibele endoscoop.
GASTROSCOPIE Een onderzoek van de slokdarm en maag tot de overgang naar
het duodenum door middel van een gastroscoop.
2
en vaardigheden 2
INJECTIE
INJECTIE OF Het inbrengen van vloeibaar geneesmiddel in het weefsel of in de
INSPUITING bloedbaan door middel van een steriele spuit en steriele holle
naald.
INTRADERMAAL (ID) Inspuiting in de lederhuid.
SUBCUTAAN (SC) Inspuiting onder de huid, in het onderhuids bindweefsel.
INTRAMUSCULAIR (IM) Inspuiting in een spier.
INTRAVENEUS (IV) Inspuiting in de ader, vene.
SYNCOPE Flauwvallen .
NECROSE Het eindstadium van celdood, weefselafsterving.
ECCHYMOSE Onderhuidse bloeding.
LIPODYSTROFIE Abnormale verdeling van onderhuids vetweefsel.
LAVEMENT
LAVEMENT OF KLYSMA Een hoeveelheid vloeistof die langs de anus in het rectum wordt
binnengebracht.
MICROKLYSMA Kleine hoeveelheid vloeistof die rectaal wordt ingebracht met
behulp van een tube of canule.
ZETPIL Suppositorium of zetpil, kogelvormig lichaam dat via de anus in
het rectum wordt gebracht. Met de puntvormige kant naar
buiten toe.
1
, GASTRO
ONDERVOEDING OF Een toestand waarbij het lichaam over onvoldoende
DEPLETIE voedingsstoffen beschikt.
Enterale en/of parenterale voeding, voor patiënten die
KLINISCHE VOEDING
onvoldoende of normaal voedsel kunnen opnemen.
SONDEVOEDING Een volwaardige, dunne vloeibare voeding die via een sonde
enteraal, via het maagdarmkanaal wordt toegediend aan de
patiënt.
PARENTERALE Voeding of vocht die wordt toegediend buiten het
VOEDING maagdarmstelsel, via een centrale of perifere katheter.
TOTAL PARENTERAL Wanneer de voeding volledig via parenterale weg wordt
NUTRITION (TPN) toegediend.
NASOGASTRISCHE Sonde die via de neus wordt opgeschoven tot in de maag.
SONDE
NEUS- Sonde die via de neus wordt opgeschoven tot in het duodenum.
DUODENUMSONDE
GASTROSTOMIESONDE Een sonde die via chirurgische plaatsing onmiddellijk doorheen de
buikwand in de maag geplaatst wordt.
COLONSCOPIE Een inwendig onderzoek van de dikke darm door middel van een
flexibele endoscoop.
GASTROSCOPIE Een onderzoek van de slokdarm en maag tot de overgang naar
het duodenum door middel van een gastroscoop.
2