Bestuursprocesrecht
Week 3: uitspraak bevoegdheden en afdoeningsmodaliteiten
Aangeven welke soorten rechterlijke uitspraken er zijn, en wat de gevolgen ervan zijn
De uitspraak van een bestuursrechter kan mondeling of schriftelijk plaatsvinden. In de
praktijk zal een bestuursrechter in de regel schriftelijk uitspraak doen. De bestuursrechter
heeft vier formele uitspraakbevoegdheden. De uitspraak van een bestuursrechter kan
strekken tot (art. 8:70 Awb):
- onbevoegdverklaring van de bestuursrechter
- niet-ontvankelijkverklaring van het beroep
- ongegrondverklaring van het beroep
- gegrondverklaring van het beroep
Onbevoegdverklaring van de bestuursrechter
De belangrijkste reden voor de bestuursrechter om zich onbevoegd te verklaren is dat de
appellant is opgekomen tegen een beslissing of handeling die niet valt aan te merken als
appellabel besluit. Als de bestuursrechter tot de conclusie komt dat hij onbevoegd is om over
het beroep te oordelen, zal hij dat in zijn uitspraak tot uitdrukking moeten brengen. Hij
verklaart zichzelf in de uitspraak dan onbevoegd, art. 8:70 onder a Awb.
Gevolg: de zaak wordt niet inhoudelijk behandeld omdat de bestuursrechter geen
bevoegdheid heeft.
Niet-ontvankelijkverklaring van het beroep
Is de bestuursrechter van mening dat het beroep niet-ontvankelijk is, bijvoorbeeld omdat de
appellant te laat beroep heeft ingesteld of omdat de appellant geen belanghebbende is, dan
verklaart hij het beroep niet-ontvankelijk, art. 8:70 onder b Awb.
Gevolg: er kan geen inhoudelijk oordeel worden gegeven.
Is de bestuursrechter bevoegd en het beroep ontvankelijk, dan zal de bestuursrechter
overgaan tot een inhoudelijk beoordeling van het beroep.
Ongegrondverklaring van het beroep
Is de bestuursrechter van oordeel dat de inhoudelijke argumenten van een belanghebbende
tegen een besluit geen hout snijden, dan zal hij het beroep ongegrond verklaren, art. 8:70
onder c Awb.
Gevolg: inhoudelijk niet sterk genoeg.
Gegrondverklaring van het beroep
Als de rechter van oordeel is dat de door een appellant aangevoerde argumenten terecht zijn
aangevoerd, dan zal dat tot een gegrondverklaring van het beroep leiden, art. 8:70 onder d
Awb.
Gevolg: Als een bestuursrechter een beroep gegrond verklaart, dan moet hij het
aangevochten besluit geheel of gedeeltelijk vernietigen, art. 8:71 lid 2 Awb. Als een
bestuursrechter een beroep gegrond verklaart en het besluit vernietigt, heeft hij vervolgens
nog verschillende afdoeningsmodaliteiten (art. 8:72 e.v. Awb) ter beschikking.
Afdoeningsmodaliteiten:
- Vernietiging, art. 8:72 lid 1 Awb
- In stand laten van de rechtsgevolgen, art. 8:72 lid 3 onder a Awb
- Zelf in de zaak voorzien, art. 8:72 lid 3 onder b Awb
- Opdracht aan het bestuursorgaan tot het nemen van een nieuw besluit, art. 8:72 lid 4 Awb
- Termijnstelling, voorlopige voorziening, dwangsom, art. 8:72 lid 4 onder b 5 en 6 Awb
- Vergoeding griffierecht, proceskostenvergoeding, art. 8:74 Awb; 8:75, 8:75a Awb
- Schadevergoeding in verband met een vernietigd besluit, art. 8:88 Awb e.v.
- Tussenuitspraak, art. 8:80a en 8:80b Awb
Week 3: uitspraak bevoegdheden en afdoeningsmodaliteiten
Aangeven welke soorten rechterlijke uitspraken er zijn, en wat de gevolgen ervan zijn
De uitspraak van een bestuursrechter kan mondeling of schriftelijk plaatsvinden. In de
praktijk zal een bestuursrechter in de regel schriftelijk uitspraak doen. De bestuursrechter
heeft vier formele uitspraakbevoegdheden. De uitspraak van een bestuursrechter kan
strekken tot (art. 8:70 Awb):
- onbevoegdverklaring van de bestuursrechter
- niet-ontvankelijkverklaring van het beroep
- ongegrondverklaring van het beroep
- gegrondverklaring van het beroep
Onbevoegdverklaring van de bestuursrechter
De belangrijkste reden voor de bestuursrechter om zich onbevoegd te verklaren is dat de
appellant is opgekomen tegen een beslissing of handeling die niet valt aan te merken als
appellabel besluit. Als de bestuursrechter tot de conclusie komt dat hij onbevoegd is om over
het beroep te oordelen, zal hij dat in zijn uitspraak tot uitdrukking moeten brengen. Hij
verklaart zichzelf in de uitspraak dan onbevoegd, art. 8:70 onder a Awb.
Gevolg: de zaak wordt niet inhoudelijk behandeld omdat de bestuursrechter geen
bevoegdheid heeft.
Niet-ontvankelijkverklaring van het beroep
Is de bestuursrechter van mening dat het beroep niet-ontvankelijk is, bijvoorbeeld omdat de
appellant te laat beroep heeft ingesteld of omdat de appellant geen belanghebbende is, dan
verklaart hij het beroep niet-ontvankelijk, art. 8:70 onder b Awb.
Gevolg: er kan geen inhoudelijk oordeel worden gegeven.
Is de bestuursrechter bevoegd en het beroep ontvankelijk, dan zal de bestuursrechter
overgaan tot een inhoudelijk beoordeling van het beroep.
Ongegrondverklaring van het beroep
Is de bestuursrechter van oordeel dat de inhoudelijke argumenten van een belanghebbende
tegen een besluit geen hout snijden, dan zal hij het beroep ongegrond verklaren, art. 8:70
onder c Awb.
Gevolg: inhoudelijk niet sterk genoeg.
Gegrondverklaring van het beroep
Als de rechter van oordeel is dat de door een appellant aangevoerde argumenten terecht zijn
aangevoerd, dan zal dat tot een gegrondverklaring van het beroep leiden, art. 8:70 onder d
Awb.
Gevolg: Als een bestuursrechter een beroep gegrond verklaart, dan moet hij het
aangevochten besluit geheel of gedeeltelijk vernietigen, art. 8:71 lid 2 Awb. Als een
bestuursrechter een beroep gegrond verklaart en het besluit vernietigt, heeft hij vervolgens
nog verschillende afdoeningsmodaliteiten (art. 8:72 e.v. Awb) ter beschikking.
Afdoeningsmodaliteiten:
- Vernietiging, art. 8:72 lid 1 Awb
- In stand laten van de rechtsgevolgen, art. 8:72 lid 3 onder a Awb
- Zelf in de zaak voorzien, art. 8:72 lid 3 onder b Awb
- Opdracht aan het bestuursorgaan tot het nemen van een nieuw besluit, art. 8:72 lid 4 Awb
- Termijnstelling, voorlopige voorziening, dwangsom, art. 8:72 lid 4 onder b 5 en 6 Awb
- Vergoeding griffierecht, proceskostenvergoeding, art. 8:74 Awb; 8:75, 8:75a Awb
- Schadevergoeding in verband met een vernietigd besluit, art. 8:88 Awb e.v.
- Tussenuitspraak, art. 8:80a en 8:80b Awb