MCOS DEEL A
Hoofdstuk 1: sociaalwetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke integriteit
Wetenschap→ systematisch geheel van kennis.
Twee soorten benaderingen: empirisch-analytisch en empirisch-interpretatief
Twee typen wetenschappelijk onderzoek: Fundamenteel wetenschappelijk en praktijkgericht
onderzoek
Methodeleer: het geheel van onderzoeksmethoden waarover de sociale wetenschappen beschikken.
Methodologie: omvat de methodenleer, maar het gaat om de wetenschap van de
sociaalwetenschappelijke methoden.
Onderzoekers communiceren binnen vakgebied (disciplinair) en buiten vakgebied (multidisciplinair)
Valorisatie: communicatie tussen wetenschappers en het brede publiek
Zender-boodschap-ontvangersmodel: Lasswel 1948, wie zegt wat tegen wie, hoe en met welk effect?
Communicatie is tweerichtingsverkeer: De Boer & Brennecke 2003, kan direct en indirect zijn.
➔ Wie zegt wat tegen wie, hoe en met welk effect, met welke terugkoppeling en in welke
context?
McQuail: vier functies van de boodschap: 1. Als bron van informatie
2. Als vermaak
3. Als middel om de persoonlijke identiteit te versterken
4. Als voertuig voor sociale integratie en interactie.
Mensen kiezen boodschappen die zij kunnen gebruiken en niet wat hen in het ongelijk stelt→
selectieprocessen
Belmont- rapport: 1. Respect voor personen (Respect for persons)
2. Goed doen (Beneficence)
3. Gerechtigheid ( Justice)
Wetenschappelijke integriteit: 1. Eerlijk en openhartig
2. Betrouwbaar (traceerbaar, controleerbaar en toetsbaar)
3. Controleerbaarheid
4. Onpartijdigheid van de wetenschapsbeoefenaren (objectief)
5. Onafhankelijkheid van wetenschappers
6. Verantwoordelijkheid
Hoofdstuk 2: het onderzoeksplan
Onderzoeksplan bestaat uit probleemstelling en onderzoeksontwerp.
Probleemstelling:
1. Vraagstelling: wat wil je precies weten?
2. Doelstelling: waarom wil je dit weten?
3. Theoretisch raamwerk (conceptueel model)
Onderzoeksontwerp:
1. Hoe wil je je onderzoek opzetten? Experiment, inhoudsanalyse etc.
2. Wat voor data wil je verzamelen? Dataverzamelingsplan
3. Bij wie wil je die data verzamelen? Steekproefplan
4. Wanneer wil je die data verzamelen
5. Waar wil je die data verzamelen
6. Hoe wil je die data analyseren? Data-analyseplan
7. Hoe wil je rapporteren
Sociale werkelijkheid op verschillende manieren benaderen (paradigma)(= een stelsel van
opvattingen dat wordt gedeeld door een groep wetenschappers over wat de juiste of beste
wetenschap is waar een wetenschappelijke theorie aan moet voldoen)
Operationaliseren: de verschijnselen is je vraagstelling waarneembaar of bevraagbaar maken
(meetbaar)
Dataverzamelingsplan: variabelen kwalitatief of kwantitatief, meetniveau van je data
, Data-analyseplan: kwantitatief→ beschrijvende of toetsende statistiek en welk type statistisch model
Kwalitatief→ hoe analyseren, bv inhoudsanalyse, thematische of metafoor analyse
Typen vraagstellingen: - beschrijvende: wie, wat voor, welke, wanneer en hoe→ trendvraagstelling
(als er 2 tijdstippen vergeleken worden), comparatieve vraagstelling (als er 2 locaties vergeleken
worden)
- Verklarende: waarom, waardoor, hoe komt het dat, wat is de reden voor.
- Voorspellende: tot welke…leidt, wat gebeurd er als gevolg van
Voorwaarde causale relaties: oorzaak gaat duidelijk vooraf in de tijd aan het gevolg, oorzaak en
gevolg hangen duidelijk samen, samenhang kan niet worden ‘weg verklaard’
Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek: kennisprobleem, bijdrage aan de kennis van
Wetenschap→ wetenschappelijke relevantie
praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek: praktijkprobleem, oplossing hiervoor→
maatschappelijke relevantie
valorisatie/impact: onderzoekers dienen vooraf aan te geven voor welke maatschappelijke grepen of
instituties hun onderzoek ‘waardevol’ zal zijn.
Explorerend onderzoek: er is nog maar weinig kennis of nog geen praktische oplossing voor
probleem
Toetsend onderzoek: bestaande kennis en oplossingen toetsen om te kijken of dit klopt.
Theoretisch raamwerk: de algemene leidende gedachte waarin het streven schuilgaat om die
gedachte uit te werken tot een theorie. (conceptueel model) (mediatie en moderatie)
Mediërende factor: bv. Blootstelling aan diverse media→ mediërende factoren→ persoonlijke
gezondheid
Modererende factor: bv. Blootstelling aan diverse media→ persoonlijke gezondheid
Modererende factor
Data verzameld uit verleden→ retrospectief onderzoek
Data verzamelt over toekomst→ prospectief onderzoek
Longitudinaal onderzoek→ onderzoek wordt herhaald op een aantal specifieke momenten
Panelopzet→ meerdere dataverzamelingsmomenten met steeds dezelfde personen
Trendsudie→ meerdere dataverzamelingsmomenten met andere personen
Participerende observatie→ onderzoeker is langere tijd aanwezig in het onderzochte veld
Kwantitatief onderzoek→ gebruik maken van voor gestructureerde dataverzamelingsplannen
Kwalitatief onderzoek→ tekst verzameld (antwoord open vraag) of beschrijving
Hoofdstuk 3: benaderingen van onderzoek
Ontologisch: uitspraken over het al dan niet bestaan van dit soort social structuren en beweren dat
de sociale wereld op een bepaalde manier in elkaar steekt. (zijnsleer)
Epistemologie: meningen van wetenschappers wat als kennis telt en over de wijze waarop kennis
over de werkelijkheid vergaard moet worden (kennisleer).
Agendasetting: media bepalen de agenda van ontvangers (waar we over praten)
Framing: door bepaald taal en woordgebruik emoties en gevoelens opwekken wat ons denken
beinvloed.
Verificatie: een hypothese is wetenschappelijk als deze bevestigd kan worden= Wiener kreis
Falsificatie: een hypothese is wetenschappelijk als deze weerlegd kan worden= Popper
Empirisch-analytische benadering:
-kwantitatief
- nomothetische kennis: kennis waarin ‘wetten’ geformuleerd worden (regelmatigheden)
- betrekking op individuen
- reductionistisch : kenmerken die niet gemeten kunnen worden, buiten beschouwing laten
- derdepersoonsperspectief: de onderzoeker kijkt en observeert van buitenaf
- intersubjectiviteit: het streven naar consensus binnen de wetenschapsgemeenschap
Hoofdstuk 1: sociaalwetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke integriteit
Wetenschap→ systematisch geheel van kennis.
Twee soorten benaderingen: empirisch-analytisch en empirisch-interpretatief
Twee typen wetenschappelijk onderzoek: Fundamenteel wetenschappelijk en praktijkgericht
onderzoek
Methodeleer: het geheel van onderzoeksmethoden waarover de sociale wetenschappen beschikken.
Methodologie: omvat de methodenleer, maar het gaat om de wetenschap van de
sociaalwetenschappelijke methoden.
Onderzoekers communiceren binnen vakgebied (disciplinair) en buiten vakgebied (multidisciplinair)
Valorisatie: communicatie tussen wetenschappers en het brede publiek
Zender-boodschap-ontvangersmodel: Lasswel 1948, wie zegt wat tegen wie, hoe en met welk effect?
Communicatie is tweerichtingsverkeer: De Boer & Brennecke 2003, kan direct en indirect zijn.
➔ Wie zegt wat tegen wie, hoe en met welk effect, met welke terugkoppeling en in welke
context?
McQuail: vier functies van de boodschap: 1. Als bron van informatie
2. Als vermaak
3. Als middel om de persoonlijke identiteit te versterken
4. Als voertuig voor sociale integratie en interactie.
Mensen kiezen boodschappen die zij kunnen gebruiken en niet wat hen in het ongelijk stelt→
selectieprocessen
Belmont- rapport: 1. Respect voor personen (Respect for persons)
2. Goed doen (Beneficence)
3. Gerechtigheid ( Justice)
Wetenschappelijke integriteit: 1. Eerlijk en openhartig
2. Betrouwbaar (traceerbaar, controleerbaar en toetsbaar)
3. Controleerbaarheid
4. Onpartijdigheid van de wetenschapsbeoefenaren (objectief)
5. Onafhankelijkheid van wetenschappers
6. Verantwoordelijkheid
Hoofdstuk 2: het onderzoeksplan
Onderzoeksplan bestaat uit probleemstelling en onderzoeksontwerp.
Probleemstelling:
1. Vraagstelling: wat wil je precies weten?
2. Doelstelling: waarom wil je dit weten?
3. Theoretisch raamwerk (conceptueel model)
Onderzoeksontwerp:
1. Hoe wil je je onderzoek opzetten? Experiment, inhoudsanalyse etc.
2. Wat voor data wil je verzamelen? Dataverzamelingsplan
3. Bij wie wil je die data verzamelen? Steekproefplan
4. Wanneer wil je die data verzamelen
5. Waar wil je die data verzamelen
6. Hoe wil je die data analyseren? Data-analyseplan
7. Hoe wil je rapporteren
Sociale werkelijkheid op verschillende manieren benaderen (paradigma)(= een stelsel van
opvattingen dat wordt gedeeld door een groep wetenschappers over wat de juiste of beste
wetenschap is waar een wetenschappelijke theorie aan moet voldoen)
Operationaliseren: de verschijnselen is je vraagstelling waarneembaar of bevraagbaar maken
(meetbaar)
Dataverzamelingsplan: variabelen kwalitatief of kwantitatief, meetniveau van je data
, Data-analyseplan: kwantitatief→ beschrijvende of toetsende statistiek en welk type statistisch model
Kwalitatief→ hoe analyseren, bv inhoudsanalyse, thematische of metafoor analyse
Typen vraagstellingen: - beschrijvende: wie, wat voor, welke, wanneer en hoe→ trendvraagstelling
(als er 2 tijdstippen vergeleken worden), comparatieve vraagstelling (als er 2 locaties vergeleken
worden)
- Verklarende: waarom, waardoor, hoe komt het dat, wat is de reden voor.
- Voorspellende: tot welke…leidt, wat gebeurd er als gevolg van
Voorwaarde causale relaties: oorzaak gaat duidelijk vooraf in de tijd aan het gevolg, oorzaak en
gevolg hangen duidelijk samen, samenhang kan niet worden ‘weg verklaard’
Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek: kennisprobleem, bijdrage aan de kennis van
Wetenschap→ wetenschappelijke relevantie
praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek: praktijkprobleem, oplossing hiervoor→
maatschappelijke relevantie
valorisatie/impact: onderzoekers dienen vooraf aan te geven voor welke maatschappelijke grepen of
instituties hun onderzoek ‘waardevol’ zal zijn.
Explorerend onderzoek: er is nog maar weinig kennis of nog geen praktische oplossing voor
probleem
Toetsend onderzoek: bestaande kennis en oplossingen toetsen om te kijken of dit klopt.
Theoretisch raamwerk: de algemene leidende gedachte waarin het streven schuilgaat om die
gedachte uit te werken tot een theorie. (conceptueel model) (mediatie en moderatie)
Mediërende factor: bv. Blootstelling aan diverse media→ mediërende factoren→ persoonlijke
gezondheid
Modererende factor: bv. Blootstelling aan diverse media→ persoonlijke gezondheid
Modererende factor
Data verzameld uit verleden→ retrospectief onderzoek
Data verzamelt over toekomst→ prospectief onderzoek
Longitudinaal onderzoek→ onderzoek wordt herhaald op een aantal specifieke momenten
Panelopzet→ meerdere dataverzamelingsmomenten met steeds dezelfde personen
Trendsudie→ meerdere dataverzamelingsmomenten met andere personen
Participerende observatie→ onderzoeker is langere tijd aanwezig in het onderzochte veld
Kwantitatief onderzoek→ gebruik maken van voor gestructureerde dataverzamelingsplannen
Kwalitatief onderzoek→ tekst verzameld (antwoord open vraag) of beschrijving
Hoofdstuk 3: benaderingen van onderzoek
Ontologisch: uitspraken over het al dan niet bestaan van dit soort social structuren en beweren dat
de sociale wereld op een bepaalde manier in elkaar steekt. (zijnsleer)
Epistemologie: meningen van wetenschappers wat als kennis telt en over de wijze waarop kennis
over de werkelijkheid vergaard moet worden (kennisleer).
Agendasetting: media bepalen de agenda van ontvangers (waar we over praten)
Framing: door bepaald taal en woordgebruik emoties en gevoelens opwekken wat ons denken
beinvloed.
Verificatie: een hypothese is wetenschappelijk als deze bevestigd kan worden= Wiener kreis
Falsificatie: een hypothese is wetenschappelijk als deze weerlegd kan worden= Popper
Empirisch-analytische benadering:
-kwantitatief
- nomothetische kennis: kennis waarin ‘wetten’ geformuleerd worden (regelmatigheden)
- betrekking op individuen
- reductionistisch : kenmerken die niet gemeten kunnen worden, buiten beschouwing laten
- derdepersoonsperspectief: de onderzoeker kijkt en observeert van buitenaf
- intersubjectiviteit: het streven naar consensus binnen de wetenschapsgemeenschap