• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 100 pages
Summary

Samenvatting Levenslooppsychologie Bachelor orthopedagogie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 100 pages

Het beschreven boek is niet correct, deze samenvatting is gebaseerd op slides, voorbeelden in de les en het boek levenslooppsychologie van Maite Mallentjer. Ben zelf de 1ste keer geslaagd aan deze samenvatting. Het in ingedeeld op kleur, met paarse tekst als voorbeeldjes.

Content preview

0

, Het begin van het
leven

Erfelijkheid
Lichaamscellen



Kern Gen
= stuk op DNA streng dat verantwoordelijk is voor 1 kenmerk
 +- 25 duizend genen
DNA = verzameling DNA-basenparen in een bepaalde zygote
= grondplan
= dubbele helix/wentel trap Zygote
(zijn verbonden) = nieuwe cel gevormd door bevruchtingsproces
= 1ste cel
Chromosoom  verdubbeld zich door splitsing

= opgerold DNA
Gameten
= beschermt door tweeparen te hebben = geslachtscel moeder & vader (zaad -en eicel)
 vormt een nieuwe cel tijdens de bevruchting
= 46 chromosomen
1 v/d vrouw
 23 paren
XX 1 v/d man
 23ste paar is speciaal
Vrouwen: XX
Mannen: XY
Mankeert 1 “been”, ze missen een stukje chromosoom

 Kwetsbaarder, want hebben geen tweede paar

= verzameling van genen
 Homozygote  Heterozygote
- Bevat 2 dezelfde genen - Bevat 2 verschillende genen
(1 gen is dominant)
Bv. 2 allelen voor blauwe ogen Bv. 1 allel voor blauwe ogen & 1 voor bruine

Meerlingen
Monozygotische tweeling
= Zijn genetisch identiek en ontstaan uit 1 bevruchte eicel, die is gesplitst
 zelfde geslacht

Dizygotische tweeling




1

,= Zijn verwekt doordat 2 afzonderlijke eicellen ongeveer gelijktijdig bevrucht worden door 2
afzonderlijke zaadcellen

Zaadcel bepaald geslacht van het kind

Basis erfelijkheid
Dominante eigenschap Fenotype
= kenmerk dat tot uiting komt = wat verschijnt, kenmerk dat tot uiting komt

Recessieve eigenschap Homozygote
= kenmerk dat niet tot uiting komt = Genotype & Fenotype komen overeen

Genotype Heterozygote
= Hoe je genetisch materiaal is = Genotype & Fenotype komen niet overeen

Autosomale chromosomen Polygenetische overerving
= Eerste 22 chromosomenparen = combinatie van meerder genenparen is verantwoordelijk
voor de productie van en specifieke eigenschap
Reactierange
X-gebonden genen
= welke mate de eigenschap tot uiting komt
= recessieve genen die zich alleen op het X-chromosoom
als gevolg van omgevingsinvloeden
bevinden
Bv. Allergie aan bijensteek, maar nooit
 sommige eigenschappen bepaald door combinatie van
Gestoken worden. Hierdoor ontwikkelt
genen (niet 1 dominant)
De allergie zich niet verder
Bv. Bloedgroep AB, 2 verschillende kleuren ogen


Afwijkingen
1. Genafwijkingen (monogenische)

 afwijking door mutaties (splitsingen)
 mens heeft 6 à 8

 Autosomaal dominante afwijking
 1 exemplaar van het afwijkende gen is voldoende om tot uiting te komen
 meestal kleine aandoening (behalve ziekte van Huntington)
 kind 50% kans op overerving r r
 minstens 1 ouder met deze
eigenschap r rr rr
R= aangetast gen R Rr Rr



Drager
 Autosomale recessieve afwijking
 enkel tot expressie door overerving van aangetast gen van de moeder en hetzelfde
aangetaste gen v/d vader
 als 1 ouder het heeft wordt het soms doorgegeven r r
Ataxie van Friedrich r rr rr
 r = aangetast gen
R Rr Rr



2

, Drager, maar geen uiting
(1 ouder heeft gen)
 Dominant X-gebonden afwijking
 mannen geven het door aan al hun dochters
 zelden ernstige aandoening
Bv. Hypofosfatemische rachitis, ziekte van Alport

 Recessief X-gebonden afwijking
vooral bij jongens ( erven slechts 1 X-chromosoom)
 dochters zijn dragers
 een man met dergelijk gen draagt het nooit over op zonen
Bv. Kleurenblindheid rood/groen, spierdystrofie van Duchenne

2. Afwijkingen waarbij meer dan 1 gen is betrokken

 fysieke beschadiging door slijtage, toevallige gebeurtenissen of bij celdeling
 verandering in DNA zonder aantoonbare redenen zijn ‘spontane mutaties’
 afwijking in aantal chromosomen of in structuren

3. Afwijkingen in de structuur van chromosomen
Deletie:

 (er ontbreekt een stuk)



Duplicatie:

 (een stukje wordt gedupliceerd)



Inversie:

(een stukje staat omgekeerd)



Translocatie:
(2 stukjes wisselen van plaats)




Insertie:
 (een stuk is van plaats veranderd)



4. Multifactoriële aandoeningen




3

Connected book
 image
Robert S. Feldman Ontwikkelingspsychologie
Publisher: februari 2019 ISBN: 9789043036191 Edition: 8

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Unknown
Uploaded on
January 11, 2023
Number of pages
100
Written in
2021/2022
Type
Summary
$14.99

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
janavaes
2.0
(1)
Sold
9
Followers
3
Items
9
Last sold
9 months ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions