ICW Hoorcolleges 22/23
C1 Woensdag 07-09-2022
- Literatuurvragen is een goede voorbereiding voor tentamen
- Elke vrijdag komt literatuur online
Vandaag:
- Wat is communicatie(wetenschap)?
- Machtige media
- Wat is een theorie?
- Theoretische perspectieven
Wat is communicatie?
Is het relationele proces van het creëren en interpreteren van berichten die een reactie
uitlokken.
- Berichten alles waarin we boodschappen/bepaalde inhoud overbrengen
- Creëren van berichten bijv framing
- Interpretatie van berichten kan verschillen per persoon
- Berichten die een reactie uitlokken
- Een relationeel proces het verandert constant. Het staat niet vast, niet objectief
Onderzoek naar:
- Zender (productie en distributie)
- Boodschap (inhoud)
- Ontvanger (gebruik, interpretatie, effecten op het individu en maatschappij)
Media (inhoud) als boodschap: historisch perspectief
- Drukpers, kranten, boeken (15e-20e eeuw)
- Radio, film, televisie (1e helft 20e eeuw)
- Videogames (2e helft 20e eeuw)
- Internet (eind 20e eeuw)
- Mobiele media (begin 21e eeuw)
Veel drama en zorgen na het ontstaan of opkomst van nieuw medium. Mensen zijn snel
beïnvloed door media, desondanks het waarheid is.
Machtige media
- Machtige media bereiken iedereen (en beïnvloeden)
- Weerloze, passieve gebruikers (nemen alles aan)
- Sterke (en slechte) effecten (kan grote verandering of impact hebben)
- Uniforme effecten (precies zelfde effect op iedereen, ook wel magic bullet of
hypodermic-needle genoemd)
Hoe kunnen we dit soort fenomenen verklaren?
- Theorieën komen hieraan te pas
- Theorie = a set of systematic, informed hunches about the way things work
, - Set of hunches: ideeën over een verklaring
- Informed: kennis, observaties, experiment etc., alternatieve verklaringen uitsluiten
- Systematic: relaties tussen concepten specificeren (en verklaren)
Hiermee kan je een toetsbare voorspelling doen.
Theorie geeft een soort voorspelling die je kan toetsen met onderzoek
Wat doet een theorie?
- Theorie is als een net; we hebben theorieën nodig om de wereld of delen te
bevatten. Ze proberen een klein deel te vangen
- Is als een lens; theorie beïnvloed hoe we bepaalde dingen zien
- Is als een kaart; we hebben theorie nodig om te navigeren door de wereld van
media-effecten. Laat ons zien hoe iets moet
2 hoofdperspectieven
Objectieve perspectief (kwantitatief):
- 1 objectieve waarheid
- Oorzaak gevolg
- Toetsbare theorieën
- Empirisch bewijs (data)
- Observeren meten, voorspellen en verklaren van menselijk gedrag
- Experiment, vragenlijst
Interpretatieve perspectief (kwalitatief):
- Niet een waarheid of oorzaak, gevolg
- Betekenis van tekst en taal (media boodschap)
- Binnen bepaalde context
- Niet een objectieve waarheid
- Gedrag vastleggen en ordenen
Determinisme = jouw gedrag wordt beïnvloed door bepaalde voorspellers. Ons gedrag
wordt voorspeld door bepaalde factoren, dit staat vast.
Objectieve: gedrag wordt bepaald door voorspellers
Interpretatieve: vrije keuze om zich op bepaalde manier te gedragen in een situatie
Oorzaak = voorspeller in een oorzaak gevolg relatie
Tot slot:
1. Theorieën zijn vaak niet zuiver alleen objectief of interpretatief
2. Objectief niet ‘belangrijker’ of meer wetenschappelijker dan interpretatief (beide
perspectieven vullen elkaar aan)
, C2 Woensdag 14-09-2022
Vandaag:
- Effecten van media inhoud (content)
- Op opvattingen (cultivation theory)
- Op gedrag (social learning theory)
George Gerbner
Context:
- 1950-60
- Tv is een nieuw medium met groeiende populariteit
- Hoe beïnvloedt tv ons?
Onderzoek naar tv:
- “tv is a centrialized system of storytelling”
- Er ontstond een gedeelde vorm van socialisatie
- Gerbner 1988: “it is the mainstream of the common symbolic environment”
(homogeen beeld over tv)
Cultivatietheorie
1. Het geheel aan media laat ons een bepaalde werkelijkheid zien
2. En dit verandert onze blik op de wereld
Drie onderzoeksfoci
1. Institutional Proces Analysis (waarom maken media producenten bepaalde media?)
2. Message System Analysis (inhoudsanalyse)
Kijken naar de inhoud van media. Je gaat tellen hoe vaak iets voorkomt (bijvoorbeeld
geweld). Dit heeft Gerbner gedaan met het cultural indicators project. Doel: het identificeren
van stabiele, terugkerende en overkoepelende patronen van TV-inhoud. Geeft aan, wie is de
baas? Hoe zijn de rollen verdeeld in de samenleving? Hier speelt media een belangrijke rol.
3. Cultivation Analysis (Onderzoeken, hoe meet je nou wat die effecten zijn?)
Lastig te meten. Zou de effecten over een langere tijd meten bij herhaalde blootstelling.
Bijvoorbeeld verschil maken tussen lichte en zware kijkers = “cultivatiedifferentieel”.
Twee soorten effecten (tv-blik op de wereld):
Effecten van de eerste orde (first-order effects):
- Prevalentie inschatting (hoe vaak iets voorkomt of hoe waarschijnlijk iets is)
Effecten van de tweede orde (second-order effects):
- Opvattingen die je vormt op basis van de prevalentie inschatting (bijv. stereotypen)
Gemene VS rechtvaardige wereld?
Het zien van geweld en misdaad in de media creëert het geloof in een ‘gemene wereld’
(mean world). Fictieve verhalen bevatten echter vaak een ‘good guy verslaat slechterik’
verhaallijn = rechtvaardigheid wint. Dit cultiveert een geloof in een ‘rechtvaardige wereld’
(just world).
#metoo
C1 Woensdag 07-09-2022
- Literatuurvragen is een goede voorbereiding voor tentamen
- Elke vrijdag komt literatuur online
Vandaag:
- Wat is communicatie(wetenschap)?
- Machtige media
- Wat is een theorie?
- Theoretische perspectieven
Wat is communicatie?
Is het relationele proces van het creëren en interpreteren van berichten die een reactie
uitlokken.
- Berichten alles waarin we boodschappen/bepaalde inhoud overbrengen
- Creëren van berichten bijv framing
- Interpretatie van berichten kan verschillen per persoon
- Berichten die een reactie uitlokken
- Een relationeel proces het verandert constant. Het staat niet vast, niet objectief
Onderzoek naar:
- Zender (productie en distributie)
- Boodschap (inhoud)
- Ontvanger (gebruik, interpretatie, effecten op het individu en maatschappij)
Media (inhoud) als boodschap: historisch perspectief
- Drukpers, kranten, boeken (15e-20e eeuw)
- Radio, film, televisie (1e helft 20e eeuw)
- Videogames (2e helft 20e eeuw)
- Internet (eind 20e eeuw)
- Mobiele media (begin 21e eeuw)
Veel drama en zorgen na het ontstaan of opkomst van nieuw medium. Mensen zijn snel
beïnvloed door media, desondanks het waarheid is.
Machtige media
- Machtige media bereiken iedereen (en beïnvloeden)
- Weerloze, passieve gebruikers (nemen alles aan)
- Sterke (en slechte) effecten (kan grote verandering of impact hebben)
- Uniforme effecten (precies zelfde effect op iedereen, ook wel magic bullet of
hypodermic-needle genoemd)
Hoe kunnen we dit soort fenomenen verklaren?
- Theorieën komen hieraan te pas
- Theorie = a set of systematic, informed hunches about the way things work
, - Set of hunches: ideeën over een verklaring
- Informed: kennis, observaties, experiment etc., alternatieve verklaringen uitsluiten
- Systematic: relaties tussen concepten specificeren (en verklaren)
Hiermee kan je een toetsbare voorspelling doen.
Theorie geeft een soort voorspelling die je kan toetsen met onderzoek
Wat doet een theorie?
- Theorie is als een net; we hebben theorieën nodig om de wereld of delen te
bevatten. Ze proberen een klein deel te vangen
- Is als een lens; theorie beïnvloed hoe we bepaalde dingen zien
- Is als een kaart; we hebben theorie nodig om te navigeren door de wereld van
media-effecten. Laat ons zien hoe iets moet
2 hoofdperspectieven
Objectieve perspectief (kwantitatief):
- 1 objectieve waarheid
- Oorzaak gevolg
- Toetsbare theorieën
- Empirisch bewijs (data)
- Observeren meten, voorspellen en verklaren van menselijk gedrag
- Experiment, vragenlijst
Interpretatieve perspectief (kwalitatief):
- Niet een waarheid of oorzaak, gevolg
- Betekenis van tekst en taal (media boodschap)
- Binnen bepaalde context
- Niet een objectieve waarheid
- Gedrag vastleggen en ordenen
Determinisme = jouw gedrag wordt beïnvloed door bepaalde voorspellers. Ons gedrag
wordt voorspeld door bepaalde factoren, dit staat vast.
Objectieve: gedrag wordt bepaald door voorspellers
Interpretatieve: vrije keuze om zich op bepaalde manier te gedragen in een situatie
Oorzaak = voorspeller in een oorzaak gevolg relatie
Tot slot:
1. Theorieën zijn vaak niet zuiver alleen objectief of interpretatief
2. Objectief niet ‘belangrijker’ of meer wetenschappelijker dan interpretatief (beide
perspectieven vullen elkaar aan)
, C2 Woensdag 14-09-2022
Vandaag:
- Effecten van media inhoud (content)
- Op opvattingen (cultivation theory)
- Op gedrag (social learning theory)
George Gerbner
Context:
- 1950-60
- Tv is een nieuw medium met groeiende populariteit
- Hoe beïnvloedt tv ons?
Onderzoek naar tv:
- “tv is a centrialized system of storytelling”
- Er ontstond een gedeelde vorm van socialisatie
- Gerbner 1988: “it is the mainstream of the common symbolic environment”
(homogeen beeld over tv)
Cultivatietheorie
1. Het geheel aan media laat ons een bepaalde werkelijkheid zien
2. En dit verandert onze blik op de wereld
Drie onderzoeksfoci
1. Institutional Proces Analysis (waarom maken media producenten bepaalde media?)
2. Message System Analysis (inhoudsanalyse)
Kijken naar de inhoud van media. Je gaat tellen hoe vaak iets voorkomt (bijvoorbeeld
geweld). Dit heeft Gerbner gedaan met het cultural indicators project. Doel: het identificeren
van stabiele, terugkerende en overkoepelende patronen van TV-inhoud. Geeft aan, wie is de
baas? Hoe zijn de rollen verdeeld in de samenleving? Hier speelt media een belangrijke rol.
3. Cultivation Analysis (Onderzoeken, hoe meet je nou wat die effecten zijn?)
Lastig te meten. Zou de effecten over een langere tijd meten bij herhaalde blootstelling.
Bijvoorbeeld verschil maken tussen lichte en zware kijkers = “cultivatiedifferentieel”.
Twee soorten effecten (tv-blik op de wereld):
Effecten van de eerste orde (first-order effects):
- Prevalentie inschatting (hoe vaak iets voorkomt of hoe waarschijnlijk iets is)
Effecten van de tweede orde (second-order effects):
- Opvattingen die je vormt op basis van de prevalentie inschatting (bijv. stereotypen)
Gemene VS rechtvaardige wereld?
Het zien van geweld en misdaad in de media creëert het geloof in een ‘gemene wereld’
(mean world). Fictieve verhalen bevatten echter vaak een ‘good guy verslaat slechterik’
verhaallijn = rechtvaardigheid wint. Dit cultiveert een geloof in een ‘rechtvaardige wereld’
(just world).
#metoo