LEVENSLOOPPSYCHOLOGIE
DEFINITIE ONTW.PSYCHOLOGIE
= deelgebied binnen de psychologie
Omschrijving levenslooppsychologie:
- De normale levensloop van de mens met al zijn typische ontw.aspecten vanaf de conceptie tot
aan de dood bestuderen.
ONTW.
Ook volwassenen en ouderen ontw. zich nog.
Kan een positief verloop hebben:
- Verandering – evolutie – groei – verbetering
Kan een negatief verloop hebben:
- Achteruitgang – regressie
ONTW.PRINCIPES
ONTWIKKELINGSFASE
Foetus/prenatale fase Periode van zwangerschap: -9 – 0 mnd
Baby/zuigeling 0 – 1 jaar
Peuter 1 – 3 jaar
Kleuter 3 – 6 jaar
Lagereschoolkind 6 – 12 jaar
Jongere 12 – 18 jaar
Volwassene: 18 a 20 – 60 a 65 jaar
- Jong volwassenheid - 20 – 30 jaar
- Midden volwassenheid - 30 – 40 a 45 jaar
- Laat volwassenheid - 40a 45 – 60 jaar
Ouderdom: 60 a 65 jaar tot de dood
- Vroege ouderdom - 60 – 70 a 75 jaar
- Late ouderdom - 70 a 75 jaar - ….
Er is een kenmerkend verloop
Functies in rust vs. Functies sterk ontw.
Elk mens ontw. zich op zijn eigen ritme.
Geen einddoel
Fase als norm bekijken is gevaarlijk
Overgang: ontw.crisis of -knooppunt
ONTWIKKELINGSDOMEINEN
Lichamelijke ontw.
- Lichamelijke groei
- Sensorische ontw.
- Motorische ontw.
,Cognitieve ontw.
- Het denken
- Taalontw.
Sociaal-emotioneele ontw.
- Hechting
- Het geweten
- Seksuele ontw.
- Identiteitsontw.
Ontw. is een proces.
Kind ontw zich als een eenheid.
De domeinen beïnvloeden elkaar.
ONTW. KENMERKEN
Eigen ontw.tembo in vaste volgorde.
Gevoelige periode: aanleren van vaardigheden moet in bep periode, is dit in deze fase niet gedaan is
het moeilijk om dingen aan te leren die voorheen als vanzelf werden verworden.
Voorwaarde van ontw.: rijpheid om vaardigheden aan te leren.
1 kind kan verschillende tempo’s hebben.
ONTW. PROBLEMEN
Snel detecteren (opsporen) Aangepaste begeleiding
Retardatie: vertraagde ontw.
Fixatie: ontw. komt in 1 of meerdere gebieden tot stilstand
Regressie: terugvallen naar een vroegere periode
ONTW.BEÏNVLOEDING
Ontw. gaat van zelf, het is een verandering door rijping (zonder enige inspanning)
Een bewust proces, veranderingen door leren
Biologische theorieën – nature
Milieu theorieën – nurture
ONTWIKKELINGSFACTOREN
NATURE
Groei en rijping gebeuren vanuit genetische aanleg
Geërfde eigenschappen (fauna en flora)
Identiteit = intern vastgelegd
Ontw. is rijping van het aanwezige
NURTURE
, Milieu is cruciaal
Focus ligt op sociaal leren
Tabula Rasa (onbeschreven blad) bij de geboorte (zonder kennis, zonder vaardigheden)
Ontw.bevorderende omgeving
ZELFBEP.
Erikson
Vrije keuze of ego-factoren
- Zelf een richting geven aan de ontw.
- Omstandigheden scheppen waarin eigen doelen, keuzes en waarden bep. worden
- Zelf verantwoordelijkheid
BIOLOGISCHE FACTOREN
Genetische factoren: leeftijdsgebonden + individuele genetische aanleg
Ziekteprocessen kunnen de ontw. beïnvloeden
MILIEUFACTOREN
Socio-culturele factoren (nabije omgeving of bredere wereld (volksgroepen, …))
Fysisch-geografisch milieu (plaats waarin je geboren wordt. klimaat, bevolkingsdichtheid,
industrialisatiegraad)
EGOFACTOREN
Bewuste zelfbep. (persoon kan zelf richting aangeven aan zijn ontw.)
INDELING VOLGENS TIJD
Prenatale – voor de geboorte
Perinatale – tijdens de geboorte
Postnatale – na de geboorte
ONTW.STADIA – ERIKSON
Klemtoon op psychosociale ontw.
Ego-ontw. van een persoon wordt bepaald door de invloed opvoedingsmilieu en ruimere culturen
Nature + nurture + zelfbep. staat in voor zelfbep.
8 fasen met uitdaging/crisis in iedere fase heb je een ontw.taak worden door uitdaging/crisis wel
of niet tot een goed einde gebracht.
Omgevingsaspecten dat nodig zijn voor een gezonde ontw.
Leeftijd Fase Omgevingsaspect
Baby Vertrouwen / wantrouwen Geborgenheid, hechte relatie
met moeder
Peuter Autonomie / schaamte, twijfel Rechtvaardige en
oordeelkundige opvoeders
Kleuter Initiatief / schuldgevoel Gezonde, stevige
DEFINITIE ONTW.PSYCHOLOGIE
= deelgebied binnen de psychologie
Omschrijving levenslooppsychologie:
- De normale levensloop van de mens met al zijn typische ontw.aspecten vanaf de conceptie tot
aan de dood bestuderen.
ONTW.
Ook volwassenen en ouderen ontw. zich nog.
Kan een positief verloop hebben:
- Verandering – evolutie – groei – verbetering
Kan een negatief verloop hebben:
- Achteruitgang – regressie
ONTW.PRINCIPES
ONTWIKKELINGSFASE
Foetus/prenatale fase Periode van zwangerschap: -9 – 0 mnd
Baby/zuigeling 0 – 1 jaar
Peuter 1 – 3 jaar
Kleuter 3 – 6 jaar
Lagereschoolkind 6 – 12 jaar
Jongere 12 – 18 jaar
Volwassene: 18 a 20 – 60 a 65 jaar
- Jong volwassenheid - 20 – 30 jaar
- Midden volwassenheid - 30 – 40 a 45 jaar
- Laat volwassenheid - 40a 45 – 60 jaar
Ouderdom: 60 a 65 jaar tot de dood
- Vroege ouderdom - 60 – 70 a 75 jaar
- Late ouderdom - 70 a 75 jaar - ….
Er is een kenmerkend verloop
Functies in rust vs. Functies sterk ontw.
Elk mens ontw. zich op zijn eigen ritme.
Geen einddoel
Fase als norm bekijken is gevaarlijk
Overgang: ontw.crisis of -knooppunt
ONTWIKKELINGSDOMEINEN
Lichamelijke ontw.
- Lichamelijke groei
- Sensorische ontw.
- Motorische ontw.
,Cognitieve ontw.
- Het denken
- Taalontw.
Sociaal-emotioneele ontw.
- Hechting
- Het geweten
- Seksuele ontw.
- Identiteitsontw.
Ontw. is een proces.
Kind ontw zich als een eenheid.
De domeinen beïnvloeden elkaar.
ONTW. KENMERKEN
Eigen ontw.tembo in vaste volgorde.
Gevoelige periode: aanleren van vaardigheden moet in bep periode, is dit in deze fase niet gedaan is
het moeilijk om dingen aan te leren die voorheen als vanzelf werden verworden.
Voorwaarde van ontw.: rijpheid om vaardigheden aan te leren.
1 kind kan verschillende tempo’s hebben.
ONTW. PROBLEMEN
Snel detecteren (opsporen) Aangepaste begeleiding
Retardatie: vertraagde ontw.
Fixatie: ontw. komt in 1 of meerdere gebieden tot stilstand
Regressie: terugvallen naar een vroegere periode
ONTW.BEÏNVLOEDING
Ontw. gaat van zelf, het is een verandering door rijping (zonder enige inspanning)
Een bewust proces, veranderingen door leren
Biologische theorieën – nature
Milieu theorieën – nurture
ONTWIKKELINGSFACTOREN
NATURE
Groei en rijping gebeuren vanuit genetische aanleg
Geërfde eigenschappen (fauna en flora)
Identiteit = intern vastgelegd
Ontw. is rijping van het aanwezige
NURTURE
, Milieu is cruciaal
Focus ligt op sociaal leren
Tabula Rasa (onbeschreven blad) bij de geboorte (zonder kennis, zonder vaardigheden)
Ontw.bevorderende omgeving
ZELFBEP.
Erikson
Vrije keuze of ego-factoren
- Zelf een richting geven aan de ontw.
- Omstandigheden scheppen waarin eigen doelen, keuzes en waarden bep. worden
- Zelf verantwoordelijkheid
BIOLOGISCHE FACTOREN
Genetische factoren: leeftijdsgebonden + individuele genetische aanleg
Ziekteprocessen kunnen de ontw. beïnvloeden
MILIEUFACTOREN
Socio-culturele factoren (nabije omgeving of bredere wereld (volksgroepen, …))
Fysisch-geografisch milieu (plaats waarin je geboren wordt. klimaat, bevolkingsdichtheid,
industrialisatiegraad)
EGOFACTOREN
Bewuste zelfbep. (persoon kan zelf richting aangeven aan zijn ontw.)
INDELING VOLGENS TIJD
Prenatale – voor de geboorte
Perinatale – tijdens de geboorte
Postnatale – na de geboorte
ONTW.STADIA – ERIKSON
Klemtoon op psychosociale ontw.
Ego-ontw. van een persoon wordt bepaald door de invloed opvoedingsmilieu en ruimere culturen
Nature + nurture + zelfbep. staat in voor zelfbep.
8 fasen met uitdaging/crisis in iedere fase heb je een ontw.taak worden door uitdaging/crisis wel
of niet tot een goed einde gebracht.
Omgevingsaspecten dat nodig zijn voor een gezonde ontw.
Leeftijd Fase Omgevingsaspect
Baby Vertrouwen / wantrouwen Geborgenheid, hechte relatie
met moeder
Peuter Autonomie / schaamte, twijfel Rechtvaardige en
oordeelkundige opvoeders
Kleuter Initiatief / schuldgevoel Gezonde, stevige