Fotografie
1. Techniek va de fotografie
1.1 Camera obscura
• Voorloper fotocamera
• Hoe ziet het eruit?
o Lichtdichte doos
§ Voorkant: klein gaatje
o Hierdoor verschijnt de foto gespiegeld, op zijn kop, op
de tegenoverliggende wand
o Manshoge donkere doos
o
• Hoe werkt het?
o Richt het gaatje van de camera naar een verlicht voorwerp
o Er verschijnt dan een afbeelding op de achterwand die op zijn kop staat en
bovendien links/rechts verkeerd is
o Is deze wand van matglas? Dan kun je op de achterkant van dit glas de
afbeelding zien.
o Als we de wand tegenover het gaatje vervangen door een gevoelige
fotografische plaat of film à een negatief beeld, komt tevoorschijn als het
wordt ontwikkeld
§ Het beeld wordt negatief genoemd omdat de lichte delen van het
voorwerp er zich donker op aftekenen en de donkere delen licht
• De kartonnen doos speelt zo de rol van fototoestel zonder lens
1.2 Scherpstellen
• Één van de meest in het oog springende kenmerken van een foto
• Het oog wordt getrokken naar het scherpe deel van de foto
• Je moet zelf als fotograaf kiezen wat je scherp stelt
o 2 manieren
§ Automatisch (autofocus AF)
§ Manueel (M)
AUTOFOCUS
1. Je kiest het hoofdonderwerp dat scherp moet zijn
2. Je richt het autofocusveld op het element dat je scherp in beeld wilt
3. Je activeert het AF door de ontspanknop half in te drukken
4. Terwijl je dit doet kan je de camera bewegen en een nieuwe compositie maken.
,1.3 Lens en objectief
• Belangrijkste element camera: het objectief
o Het onderdeel dat een beeld vaan het onderwerp op de drager
(film/lichtgevoelige chip) projecteert
o De kwaliteit ervan bepaalt de scherpte en de helderheid van de uiteindelijke
foto’s.
o Enkelvoudige lens: brengt vaak fouten met zich mee
§ Om dit te vermijden zit er in een fototoestel een combinatie van
verschillende lenzen (objectief)
• Scherpe foto’s, hét belangrijkste
o = scherpstellen of focusseren
o Het is dus nodig dat de afstand tussen de lens en drager verander moet
kunnen worden.
o Juiste afstand
§ Hangt af van de afstand tussen de lens en onderwerp
o Hoe?
§ Het draaien aan een ring om de lensvatting beweegt de
lenssamenstelling dichter naar of verder van de chip
BRANDPUNTSTAND
= afstand tussen het brandpunt en de lens/centrum van het objectief
= het punt op de optische as, waarop evenwijdig aan de optische as binnengevallen
lichtstralen samenkomen.
Soms kan er letterlijk op het brandpunt brand ontstaan, met name door een lens/loep op de
zon te richten en zodanig instellen dat het brandpunt op licht ontvlambaar materiaal valt.
Brandpuntafstand = focus (f)
F = 50mm op een objectief à brandafstand is 50mm à het zegt iets over de beeldgrootte
à Hoe groter de f, des te groter de onderwerpen worden afgebeeld
, Soorten objectieven
à Camera’s met verwisselbare objectieven bieden echter een middel om de beeldhoek van
de camera te veranderen en geven de fotograaf de mogelijkheid om de ‘hoeveelheid’
onderwerp op de foto te veranderen vanuit een gegeven standpunt.
De beeldhoek duidt aan hoeveel je van het onderwerp via het objectief kan zien.
STANDAARDOBJECTIEF
• F = 50MM
o Dit wordt als referentiepunt gebruikt voor het in categorieën indelen van
objectieven.
• Benadert het meest het zichtveld van het menselijke oog à standaardobjectief
TELEOBJECTIEF
• F= >50mm
• Kleinere beeldhoek à op een grotere afstand het onderwerp formaatvullend in
beeld krijgen Vb. 200mm
• 2 hoofdredenen waarom dit nodig is
o Het onderwerp wordt niet voldoende benaderd om het in volledig beeld te
krijgen
o Vaak beter om bepaalde onderwerpen van een afstand te fotograferen >
standaardlens om een natuurlijk perspectief te verkrijgen à
portretfotografie
o
GROOTHOEKOBJECTIEF
• F < standaard
o Vb. 28mm
• Grotere beeldhoek
• Geven vanuit hetzelfde standpunt een beeldveld dat groter is dan de standaardlens
o Fish eye = grote beeldhoek à zorgt voor vervormingen in het beeld
ZOOMOBJECTIEVEN
• Variabele f
• Samenstelling lenzen die je langs optische as kan bewegen
o Vb. grens van 35mm-110mm
MACRO-OBJECTIEVEN
• Speciaal ontwikkeld om voorwerpen dicht bij de camera toch nog scherp op de foto
te krijgen
OBJECTIEVEN BRANDPUNTAFSTAND (F) BEELDHOEK
Fish eye 15mm 150°
Groothoek 28mm 65°
Semi-groothoek 35mm 62°
Standaard 50mm 50°
Portret 90mm 27°
Tele 135mm 18°
Super-tele 200mm 12°
1. Techniek va de fotografie
1.1 Camera obscura
• Voorloper fotocamera
• Hoe ziet het eruit?
o Lichtdichte doos
§ Voorkant: klein gaatje
o Hierdoor verschijnt de foto gespiegeld, op zijn kop, op
de tegenoverliggende wand
o Manshoge donkere doos
o
• Hoe werkt het?
o Richt het gaatje van de camera naar een verlicht voorwerp
o Er verschijnt dan een afbeelding op de achterwand die op zijn kop staat en
bovendien links/rechts verkeerd is
o Is deze wand van matglas? Dan kun je op de achterkant van dit glas de
afbeelding zien.
o Als we de wand tegenover het gaatje vervangen door een gevoelige
fotografische plaat of film à een negatief beeld, komt tevoorschijn als het
wordt ontwikkeld
§ Het beeld wordt negatief genoemd omdat de lichte delen van het
voorwerp er zich donker op aftekenen en de donkere delen licht
• De kartonnen doos speelt zo de rol van fototoestel zonder lens
1.2 Scherpstellen
• Één van de meest in het oog springende kenmerken van een foto
• Het oog wordt getrokken naar het scherpe deel van de foto
• Je moet zelf als fotograaf kiezen wat je scherp stelt
o 2 manieren
§ Automatisch (autofocus AF)
§ Manueel (M)
AUTOFOCUS
1. Je kiest het hoofdonderwerp dat scherp moet zijn
2. Je richt het autofocusveld op het element dat je scherp in beeld wilt
3. Je activeert het AF door de ontspanknop half in te drukken
4. Terwijl je dit doet kan je de camera bewegen en een nieuwe compositie maken.
,1.3 Lens en objectief
• Belangrijkste element camera: het objectief
o Het onderdeel dat een beeld vaan het onderwerp op de drager
(film/lichtgevoelige chip) projecteert
o De kwaliteit ervan bepaalt de scherpte en de helderheid van de uiteindelijke
foto’s.
o Enkelvoudige lens: brengt vaak fouten met zich mee
§ Om dit te vermijden zit er in een fototoestel een combinatie van
verschillende lenzen (objectief)
• Scherpe foto’s, hét belangrijkste
o = scherpstellen of focusseren
o Het is dus nodig dat de afstand tussen de lens en drager verander moet
kunnen worden.
o Juiste afstand
§ Hangt af van de afstand tussen de lens en onderwerp
o Hoe?
§ Het draaien aan een ring om de lensvatting beweegt de
lenssamenstelling dichter naar of verder van de chip
BRANDPUNTSTAND
= afstand tussen het brandpunt en de lens/centrum van het objectief
= het punt op de optische as, waarop evenwijdig aan de optische as binnengevallen
lichtstralen samenkomen.
Soms kan er letterlijk op het brandpunt brand ontstaan, met name door een lens/loep op de
zon te richten en zodanig instellen dat het brandpunt op licht ontvlambaar materiaal valt.
Brandpuntafstand = focus (f)
F = 50mm op een objectief à brandafstand is 50mm à het zegt iets over de beeldgrootte
à Hoe groter de f, des te groter de onderwerpen worden afgebeeld
, Soorten objectieven
à Camera’s met verwisselbare objectieven bieden echter een middel om de beeldhoek van
de camera te veranderen en geven de fotograaf de mogelijkheid om de ‘hoeveelheid’
onderwerp op de foto te veranderen vanuit een gegeven standpunt.
De beeldhoek duidt aan hoeveel je van het onderwerp via het objectief kan zien.
STANDAARDOBJECTIEF
• F = 50MM
o Dit wordt als referentiepunt gebruikt voor het in categorieën indelen van
objectieven.
• Benadert het meest het zichtveld van het menselijke oog à standaardobjectief
TELEOBJECTIEF
• F= >50mm
• Kleinere beeldhoek à op een grotere afstand het onderwerp formaatvullend in
beeld krijgen Vb. 200mm
• 2 hoofdredenen waarom dit nodig is
o Het onderwerp wordt niet voldoende benaderd om het in volledig beeld te
krijgen
o Vaak beter om bepaalde onderwerpen van een afstand te fotograferen >
standaardlens om een natuurlijk perspectief te verkrijgen à
portretfotografie
o
GROOTHOEKOBJECTIEF
• F < standaard
o Vb. 28mm
• Grotere beeldhoek
• Geven vanuit hetzelfde standpunt een beeldveld dat groter is dan de standaardlens
o Fish eye = grote beeldhoek à zorgt voor vervormingen in het beeld
ZOOMOBJECTIEVEN
• Variabele f
• Samenstelling lenzen die je langs optische as kan bewegen
o Vb. grens van 35mm-110mm
MACRO-OBJECTIEVEN
• Speciaal ontwikkeld om voorwerpen dicht bij de camera toch nog scherp op de foto
te krijgen
OBJECTIEVEN BRANDPUNTAFSTAND (F) BEELDHOEK
Fish eye 15mm 150°
Groothoek 28mm 65°
Semi-groothoek 35mm 62°
Standaard 50mm 50°
Portret 90mm 27°
Tele 135mm 18°
Super-tele 200mm 12°