5. ARTROLOGIE
5.1 Inleiding artrologie
= hoe botten met elkaar verbonden zijn
5.1.1 classificatie gewrichten
diartrosen zeer beweeglijk (knie, pols, schouder,...)
amfiartrosen weinig beweeglijk
synartrosen niet beweeglijk
→ gewrichten zijn beenverbindingen MAAR niet alle beenverbindingen zijn gewrichten
5.1.2 soorten beenverbindingen
syntosis
= botten die met elkaar vergroeid zijn en deze kunnen niet meer bewegen
BV : os coccygis
junctura fibrosa
> beenverbindingen met fibreuze tussenstof
syndesmosis - band
= membraneuze tussenstof
VB : membrana interossea cruris : tssn tibia en fibula
sutura
= naadverbindingen
sutura plana sutura squamosa sutura serrata
vlakke verbindingen schuine verbindingen ritsachtige verbindingen
junctura cartilaginea
> kraakbeenverbindingen
synchondrosis
= verbindingen met hyalien kraakbeen
primaire synchondrosis secundaire synchondrosis
epifysairschijven of afzonderlijk hyalien kraakbeenstuk
groeikraakbeenschijf die blijft bestaan na primaire synchondrosis
BV : verbindingen tssn ribben en sternum
symphysis
= verbindingen met fibreus kraakbeen
BV : verbinding tssn beide ossa pubes
S h a r i W i e l | 1
, junctura synovialis
= meest ontwikkelde type beenverbinding
> kapsel dat niet volledig afsluit WANT zenuwen en bloedvaten gaan er in en uit
arteria zorgt vr bloedtoevoer en gaat ook mee voeding geven aan slijmvlies en kraakbeen
er is niet enkel toevoer maar ook afvoer – v kraakbeencellen en oud synovia
heeft 4 essentiële kenmerken moeten aanwezig zijn om te spreken over junctura synovialis
cavum articulaire synovia
= gewrichtsholte = gewrichtsvocht
capsula articularis hyalien/fibreus kraakbeen
= gewrichtskapsel = articulair kraakbeen
(laagje kraakbeen op uiteinden vd met elkaar articulerende botstukken)
membrana fibrosa opgebouwd uit
= dikke buitenlaag (extracellulaire) matrix – houden veel vocht vast
vezels – vooral collagenen, beetje elastine
(collagene) weefsel in strengen met bloedvaatjes cellen chondrocyten
membrana synovialis hyaluronzuur
= dunner binnenvliesje = één vd basisbestanddelen v kraakbeen
> is heel onregelmatig – zorg vr opp.vergroting WRP proteoglycanen zitten
intima – epitheellaag kraakbeen leeft omdat er druk op uitgeoefend w
hierin zitten glandula = klier dier slijm produceert zodat er vocht en ionen uitvloeien
en afgeeft in gewrichtsruimte
kraakbeen kan uitzetten en krimpen
subintima
hoe ouder men w, hoe minder vocht in kraakbeen
(verliest zijn witte kleur)
met 2 bijkomende kenmerken hoeven niet aanwezig te zijn om te spreken over junctura synovialis
ligamenta bursae
meerdere ligamenten, gewrichtsbanden – die het gewricht versterken sllijmbeurzen
5.1.3 tribologie
= leer vd wrijving, smering en slijtage v articulerende opp
vervorming v kraakbeen heeft 3 taken
uitwisseling v vloeistof belastingverdeler smering
gewicht verdelen vloeistofsmering – hydrodynamic lubrication
2 perfect gladde opp plakken tegen elkaar met
‘stukje smering’ (vloeistof) tssn
grenssmering – boundary layer lubrication
niet op elke plaats v opp is er contact
smering gebeurt aan grens/ranad v het contact
S h a r i W i e l | 2
, 5.1.4 ligamenten – gewrichtsbanden
= bindweefselstructuren waarin groot aantal collageenvezels voorkomen
zijn belangrijk vr sturen v bewegingen
WRDR bewegingen binnen bepaalde bewegingspatronen en grenzen w behouden
begeleiden en remmen bewegingen
verschillende soorten ligamenten
kapsel-bandapparaat capsulaire ligamenten
ligamenten zijn verweven met het kapsel
zorgen vr stabiliteit
voorkomen doorschieten v bewegingen
intracapsulaire ligamenten extracapsulaire ligamenten
ligamenten liggen in het gewricht ligamenten liggen los vh kapsel
intrinsieke ligamenten
verlopen v 1 plaats op botstuk
NR andere plaats op zelfde botstuk
5.1.5 bursa en vagina synovialis
bursa
klein ‘plastic zakje’ met 2 laagjes – binnenkant hiervan heeft synoviale laag DUS geeft synovia af
ene laag vh zakje hangt vast aan bovenste structuur
andere laag vh zakje hangt vast aan onderste structuur
opgebouwd uit
membrana fibrosa
!! treffen we aan op plaatsen wr wrijvingen zijn BV : tssn huid en bot – tssn pezen en bot - ... !!!! membrana synovialis
vagina synovialis
‘vliesje’ die rondom de pees ligt
S h a r i W i e l | 3
5.1 Inleiding artrologie
= hoe botten met elkaar verbonden zijn
5.1.1 classificatie gewrichten
diartrosen zeer beweeglijk (knie, pols, schouder,...)
amfiartrosen weinig beweeglijk
synartrosen niet beweeglijk
→ gewrichten zijn beenverbindingen MAAR niet alle beenverbindingen zijn gewrichten
5.1.2 soorten beenverbindingen
syntosis
= botten die met elkaar vergroeid zijn en deze kunnen niet meer bewegen
BV : os coccygis
junctura fibrosa
> beenverbindingen met fibreuze tussenstof
syndesmosis - band
= membraneuze tussenstof
VB : membrana interossea cruris : tssn tibia en fibula
sutura
= naadverbindingen
sutura plana sutura squamosa sutura serrata
vlakke verbindingen schuine verbindingen ritsachtige verbindingen
junctura cartilaginea
> kraakbeenverbindingen
synchondrosis
= verbindingen met hyalien kraakbeen
primaire synchondrosis secundaire synchondrosis
epifysairschijven of afzonderlijk hyalien kraakbeenstuk
groeikraakbeenschijf die blijft bestaan na primaire synchondrosis
BV : verbindingen tssn ribben en sternum
symphysis
= verbindingen met fibreus kraakbeen
BV : verbinding tssn beide ossa pubes
S h a r i W i e l | 1
, junctura synovialis
= meest ontwikkelde type beenverbinding
> kapsel dat niet volledig afsluit WANT zenuwen en bloedvaten gaan er in en uit
arteria zorgt vr bloedtoevoer en gaat ook mee voeding geven aan slijmvlies en kraakbeen
er is niet enkel toevoer maar ook afvoer – v kraakbeencellen en oud synovia
heeft 4 essentiële kenmerken moeten aanwezig zijn om te spreken over junctura synovialis
cavum articulaire synovia
= gewrichtsholte = gewrichtsvocht
capsula articularis hyalien/fibreus kraakbeen
= gewrichtskapsel = articulair kraakbeen
(laagje kraakbeen op uiteinden vd met elkaar articulerende botstukken)
membrana fibrosa opgebouwd uit
= dikke buitenlaag (extracellulaire) matrix – houden veel vocht vast
vezels – vooral collagenen, beetje elastine
(collagene) weefsel in strengen met bloedvaatjes cellen chondrocyten
membrana synovialis hyaluronzuur
= dunner binnenvliesje = één vd basisbestanddelen v kraakbeen
> is heel onregelmatig – zorg vr opp.vergroting WRP proteoglycanen zitten
intima – epitheellaag kraakbeen leeft omdat er druk op uitgeoefend w
hierin zitten glandula = klier dier slijm produceert zodat er vocht en ionen uitvloeien
en afgeeft in gewrichtsruimte
kraakbeen kan uitzetten en krimpen
subintima
hoe ouder men w, hoe minder vocht in kraakbeen
(verliest zijn witte kleur)
met 2 bijkomende kenmerken hoeven niet aanwezig te zijn om te spreken over junctura synovialis
ligamenta bursae
meerdere ligamenten, gewrichtsbanden – die het gewricht versterken sllijmbeurzen
5.1.3 tribologie
= leer vd wrijving, smering en slijtage v articulerende opp
vervorming v kraakbeen heeft 3 taken
uitwisseling v vloeistof belastingverdeler smering
gewicht verdelen vloeistofsmering – hydrodynamic lubrication
2 perfect gladde opp plakken tegen elkaar met
‘stukje smering’ (vloeistof) tssn
grenssmering – boundary layer lubrication
niet op elke plaats v opp is er contact
smering gebeurt aan grens/ranad v het contact
S h a r i W i e l | 2
, 5.1.4 ligamenten – gewrichtsbanden
= bindweefselstructuren waarin groot aantal collageenvezels voorkomen
zijn belangrijk vr sturen v bewegingen
WRDR bewegingen binnen bepaalde bewegingspatronen en grenzen w behouden
begeleiden en remmen bewegingen
verschillende soorten ligamenten
kapsel-bandapparaat capsulaire ligamenten
ligamenten zijn verweven met het kapsel
zorgen vr stabiliteit
voorkomen doorschieten v bewegingen
intracapsulaire ligamenten extracapsulaire ligamenten
ligamenten liggen in het gewricht ligamenten liggen los vh kapsel
intrinsieke ligamenten
verlopen v 1 plaats op botstuk
NR andere plaats op zelfde botstuk
5.1.5 bursa en vagina synovialis
bursa
klein ‘plastic zakje’ met 2 laagjes – binnenkant hiervan heeft synoviale laag DUS geeft synovia af
ene laag vh zakje hangt vast aan bovenste structuur
andere laag vh zakje hangt vast aan onderste structuur
opgebouwd uit
membrana fibrosa
!! treffen we aan op plaatsen wr wrijvingen zijn BV : tssn huid en bot – tssn pezen en bot - ... !!!! membrana synovialis
vagina synovialis
‘vliesje’ die rondom de pees ligt
S h a r i W i e l | 3