Oefenvragen Blok 2 Bedreigingen van gezondheid
Taak 8
1. Door welke 3 factoren is er in de toekomst een stijging van het aantal chronisch zieken?
Vergrijzing.
Vroegere diagnostiek, betere behandelingen (hogere overlevingskansen).
Ongezondere leefstijl.
2. Hoe beïnvloed een chronisch ziekte direct en indirect de financiën?
Indirect: lagere opleiding, minder inkomen, minder besteden. Direct: zorgkosten.
3. Wat is het verschil tussen mantelzorg en vrijwilligers in de zorg?
Mantelzorgers geven hulp aan mensen met wie zij een onderlinge band hebben. vrijwilligers hebben
bij de start geen persoonlijke relatie met de mensen aan wie zij hulp bieden.
4. Wat zijn de 4 onderdelen van zelfmanagement?
Medische management: medicijnen.
Omgang met artsen.
Omgang met gevolgen chronische ziekte in dagelijks leven.
Leefstijlaanpassingen.
5. Welke eigenschappen horen bij de ‘mate van activering’ volgens Hibbard?
Gemotiveerd om te doen aan zelfmanagement.
Juiste kennis en vaardigheden hebben.
Vertrouwen hebben om deze kennis toe te passen in dagelijks leven.
6. Om welke 3 redenen is zelfmanagement belangrijk?
Minder druk op de zorg.
Waarschijnlijk goedkoper dan medische zorg.
Langer participeren in de maatschappij.
7. Wat is respijtzorg?
De mogelijkheid om bij de gemeente verlichting aan te vragen als mantelzorger zodat hun lasten
even worden overgenomen.
8. Wat is de nulde, eerste, anderhalve, tweede en derdelijns zorg?
Nulde: preventieve zorg
Eerstelijns: algemene zorg. Ambulante zorg, dus gesitueerd dichtbij de mensen waarvoor de
zorg bedoeld is. Huisartsen vormen de poortwachters van de eerstelijnszorg, zij kunnen
doorverwijzen naar tweedelijns.
Anderhalvelijns: integratie eerst en tweedelijns.
Tweedelijns: specialistische zorg. Verpleeg/verzorgingstehuizen.
Taak 8
1. Door welke 3 factoren is er in de toekomst een stijging van het aantal chronisch zieken?
Vergrijzing.
Vroegere diagnostiek, betere behandelingen (hogere overlevingskansen).
Ongezondere leefstijl.
2. Hoe beïnvloed een chronisch ziekte direct en indirect de financiën?
Indirect: lagere opleiding, minder inkomen, minder besteden. Direct: zorgkosten.
3. Wat is het verschil tussen mantelzorg en vrijwilligers in de zorg?
Mantelzorgers geven hulp aan mensen met wie zij een onderlinge band hebben. vrijwilligers hebben
bij de start geen persoonlijke relatie met de mensen aan wie zij hulp bieden.
4. Wat zijn de 4 onderdelen van zelfmanagement?
Medische management: medicijnen.
Omgang met artsen.
Omgang met gevolgen chronische ziekte in dagelijks leven.
Leefstijlaanpassingen.
5. Welke eigenschappen horen bij de ‘mate van activering’ volgens Hibbard?
Gemotiveerd om te doen aan zelfmanagement.
Juiste kennis en vaardigheden hebben.
Vertrouwen hebben om deze kennis toe te passen in dagelijks leven.
6. Om welke 3 redenen is zelfmanagement belangrijk?
Minder druk op de zorg.
Waarschijnlijk goedkoper dan medische zorg.
Langer participeren in de maatschappij.
7. Wat is respijtzorg?
De mogelijkheid om bij de gemeente verlichting aan te vragen als mantelzorger zodat hun lasten
even worden overgenomen.
8. Wat is de nulde, eerste, anderhalve, tweede en derdelijns zorg?
Nulde: preventieve zorg
Eerstelijns: algemene zorg. Ambulante zorg, dus gesitueerd dichtbij de mensen waarvoor de
zorg bedoeld is. Huisartsen vormen de poortwachters van de eerstelijnszorg, zij kunnen
doorverwijzen naar tweedelijns.
Anderhalvelijns: integratie eerst en tweedelijns.
Tweedelijns: specialistische zorg. Verpleeg/verzorgingstehuizen.