Remco Campert - Niet te geloven - 1962
1) Niet te geloven (E)
2) dat ik knaap nog (E)
3) een vers schreef over de (E)
4) zilverwitheid van een berkestam
5) en om mij heen (E)
6) grootse dronkenschap (E)
7) van de bevrijding:
8) water was whisky geworden.
9) Alles zoop en naaide,
10)heel Europa was één groot matras
11)en de hemel het plafond (E)
12)van een derderangshotel.
13)En ik bedeesde jongeling
14)moest nodig (E)
15)de reine berk bezingen
16)en zijn bescheiden bladerpracht.
Alliteratie/beginrijm
Assonantie/klinkerrijm
Enjambement (E)
Hyperbool
Ironie
1) Niet te geloven (E)
2) dat ik knaap nog (E)
3) een vers schreef over de (E)
4) zilverwitheid van een berkestam
5) en om mij heen (E)
6) grootse dronkenschap (E)
7) van de bevrijding:
8) water was whisky geworden.
9) Alles zoop en naaide,
10)heel Europa was één groot matras
11)en de hemel het plafond (E)
12)van een derderangshotel.
13)En ik bedeesde jongeling
14)moest nodig (E)
15)de reine berk bezingen
16)en zijn bescheiden bladerpracht.
Alliteratie/beginrijm
Assonantie/klinkerrijm
Enjambement (E)
Hyperbool
Ironie