Wat is onderzoek?
Nel Verhoeven
Hoofdstuk 1 en 2
Hoofdstuk 1 Waarom doe je onderzoek?
Onderzoek doen:
- Definitie:
Het analyseren van een probleem of een situatie volgens een bepaald stappenplan (= met een
systematische aanpak), met hulpmiddelen (uitgangspunten, instrumenten en aanwijzingen) die
daarvoor ontwikkeld zijn, waardoor je antwoord kunt geven op vragen, of problemen op kunt lossen.
Ook zonder antwoord of oplossing kan het een goed onderzoek zijn, door de juiste vragen.
- Probleem:
Niet per se negatief. Kan ook het creëren van duidelijkheid of overzicht over de situatie zijn.
- Wat is onderzoek?
Methode voor onderzoek met logische stappen die voor elk onderzoek (eenvoudig of complex) van
toepassing zijn. Onderzoek als vaardigheid. In de uitvoering moet je een helikopterview creëren over
je onderzoek, door je onderzoekservaring.
- Informeel VS systematisch:
Informele observatie is geen echt onderzoek. Dat is het onbewuste observeren in het dagelijks leven.
Systematische observatie is onderzoek. Dat is met een vastgesteld stappenplan, zonder van tevoren
een uitkomst in gedachten te hebben.
- Uitgangspunten van (wat is) onderzoek:
Praktische aandachtspunten: probleemstelling formuleren, kijken of iemand hiernaar al onderzoek
heeft gedaan en wat hun conclusie was, deadline bepalen, budget bepalen, overleggen met
begeleider en opdrachtgever en medeonderzoekers.
Markers: diepgaander uitgangspunten; basisprincipes; methodologie:
1. Fundamenteel VS Praktijkgericht onderzoek: Fundamenteel kan praktijkgericht zijn als het
antwoord op een kennisvraag een goede oplossing van een praktijkprobleem vormt.
a. Fundamenteel: beantwoord je meestal vragen om kennis te ontwikkelen (kennisvragen).
b. Praktijkgericht: bezighouden met praktijkvragen.
2. Kwalitatief VS Kwantitatief onderzoek: deze keuze hangt af van de probleemstelling. Kunnen elkaar
aanvullen (Triangulatie = het combineren van methoden om gegevens te verzamelen, voor
verhoging betrouwbaarheid. Mixed Method-benadering = bijzondere vorm hiervan = kwalitatief +
kwantitatief).
a. Kwantitatieve methode: cijfermatige (numerieke) informatie. Met statistische technieken om de
kenmerken te verwerken en om verwachtingen over de resultaten te toetsen. Veel onderzochten,
weinig gegevens per onderzochte, oppervlakkig, objectief meetbaar en statistisch generaliseerbaar.
b. Kwalitatieve methoden: onderzoek in het veld. Holisme: de betekenis die onderzochte personen
zelf aan situaties geven en de onderzochte personen in de omgeving als geheel. Een ervaring wordt
beschouwd als onderdeel van de hele belevingswereld van personen. Het is dus interpretatief. Het
verzamelen van gegevens is hierbij open en flexibel. Gegevens worden in alledaagse taal verwerkt.
Nadruk op context, weinig onderzochten, veel gegevens per onderzochte, diepgaand.
3. Inductief VS Deductief onderzoek: vullen elkaar aan.
a. Inductief: van tevoren is er geen theorie bekend (wel verwachtingen, die niet gebaseerd zijn op
een model of theorie (=exploratieve hypothese)). Theorie ontwikkelen is het doel (= op zoek gaan
naar empirische regelmatigheden) (theorievormend). Uitspraken doen a.d.h.v. observaties (= werken
vanuit het bijzondere naar het algemene). Meestal met kwalitatief onderzoek. Iteratie (=herhaling)
Nel Verhoeven
Hoofdstuk 1 en 2
Hoofdstuk 1 Waarom doe je onderzoek?
Onderzoek doen:
- Definitie:
Het analyseren van een probleem of een situatie volgens een bepaald stappenplan (= met een
systematische aanpak), met hulpmiddelen (uitgangspunten, instrumenten en aanwijzingen) die
daarvoor ontwikkeld zijn, waardoor je antwoord kunt geven op vragen, of problemen op kunt lossen.
Ook zonder antwoord of oplossing kan het een goed onderzoek zijn, door de juiste vragen.
- Probleem:
Niet per se negatief. Kan ook het creëren van duidelijkheid of overzicht over de situatie zijn.
- Wat is onderzoek?
Methode voor onderzoek met logische stappen die voor elk onderzoek (eenvoudig of complex) van
toepassing zijn. Onderzoek als vaardigheid. In de uitvoering moet je een helikopterview creëren over
je onderzoek, door je onderzoekservaring.
- Informeel VS systematisch:
Informele observatie is geen echt onderzoek. Dat is het onbewuste observeren in het dagelijks leven.
Systematische observatie is onderzoek. Dat is met een vastgesteld stappenplan, zonder van tevoren
een uitkomst in gedachten te hebben.
- Uitgangspunten van (wat is) onderzoek:
Praktische aandachtspunten: probleemstelling formuleren, kijken of iemand hiernaar al onderzoek
heeft gedaan en wat hun conclusie was, deadline bepalen, budget bepalen, overleggen met
begeleider en opdrachtgever en medeonderzoekers.
Markers: diepgaander uitgangspunten; basisprincipes; methodologie:
1. Fundamenteel VS Praktijkgericht onderzoek: Fundamenteel kan praktijkgericht zijn als het
antwoord op een kennisvraag een goede oplossing van een praktijkprobleem vormt.
a. Fundamenteel: beantwoord je meestal vragen om kennis te ontwikkelen (kennisvragen).
b. Praktijkgericht: bezighouden met praktijkvragen.
2. Kwalitatief VS Kwantitatief onderzoek: deze keuze hangt af van de probleemstelling. Kunnen elkaar
aanvullen (Triangulatie = het combineren van methoden om gegevens te verzamelen, voor
verhoging betrouwbaarheid. Mixed Method-benadering = bijzondere vorm hiervan = kwalitatief +
kwantitatief).
a. Kwantitatieve methode: cijfermatige (numerieke) informatie. Met statistische technieken om de
kenmerken te verwerken en om verwachtingen over de resultaten te toetsen. Veel onderzochten,
weinig gegevens per onderzochte, oppervlakkig, objectief meetbaar en statistisch generaliseerbaar.
b. Kwalitatieve methoden: onderzoek in het veld. Holisme: de betekenis die onderzochte personen
zelf aan situaties geven en de onderzochte personen in de omgeving als geheel. Een ervaring wordt
beschouwd als onderdeel van de hele belevingswereld van personen. Het is dus interpretatief. Het
verzamelen van gegevens is hierbij open en flexibel. Gegevens worden in alledaagse taal verwerkt.
Nadruk op context, weinig onderzochten, veel gegevens per onderzochte, diepgaand.
3. Inductief VS Deductief onderzoek: vullen elkaar aan.
a. Inductief: van tevoren is er geen theorie bekend (wel verwachtingen, die niet gebaseerd zijn op
een model of theorie (=exploratieve hypothese)). Theorie ontwikkelen is het doel (= op zoek gaan
naar empirische regelmatigheden) (theorievormend). Uitspraken doen a.d.h.v. observaties (= werken
vanuit het bijzondere naar het algemene). Meestal met kwalitatief onderzoek. Iteratie (=herhaling)