Les 6 vragen en antwoorden:
6.1. Kwaliteit binnen de gezondheidszorg is zeker meetbaar te maken. De casus noemt het specifiek ook:
‘(…) lijsten met indicatoren opgesteld, indicatoren gemeten, (…). Hieruit lijkt te komen dat er zeker
werk verricht is om de kwaliteit van zorg meetbaar te maken, maar zoals we in de eerdere
hoofdstukken ook al lazen, is blijft het een proces van langzaamaan verbeteren. Hierbij is het dan ook
belangrijk om te kijken naar de verschillen in de kwaliteit, waarom hebben sommige ziekenhuizen
meer tijd voor patiënten dan andere, of waarom is het percentage geslaagde operaties hoger?
Zeker wel. In de casus wordt immers gesproken over dat er doelstellingen geformuleerd zijn. Tezamen met
gemaakte afspraken, toegewezen taken, geformeerde stuurgroepen, geschreven visies, lijsten met indicatoren
opgesteld enz. Tevens worden er ook nieuwe groepen opgericht om de kwaliteit van de zorg inzichtelijk te
maken. Er wordt tevens benoemd dat het niet gelukt is om voor elke sector een goede set indicatoren te
ontwikkelen, waaruit opgemaakt kan worden dat het wel gelukt is voor bepaalde sectoren.
Wel dient opgemerkt te worden dat er gekeken dient te worden naar het kwaliteitsbeleid waarbij mogelijk
doelstellingen aangepast dienen te worden. Dit beleid dient men dan ook consequent uit te voeren. De
deelprocessen/diensten dienen op elkaar aan te sluiten, en dienen doorlopend verbeterd te worden. Belangrijk
is ook dat de barrières tussen de verschillende afdelingen wordt weggehaald en dat ze met elkaar
communiceren. Medewerkers dienen te worden gestimuleerd en getraind om verbeterprocessen uit te voeren.
Voor het management is het belangrijk dat elke verbetering door hun plaatsvindt. Tevens dient men gebruik te
maken van 1 of meerdere kwaliteitsverbeterprogramma’s, waaronder bv BSC-model, om kwaliteit
daadwerkelijk meetbaar te maken.
5
6.2. Ik denk niet dat een zero-defectsprincipe realistisch is binnen de zorg. Dat komt ook mede doordat
zo’n principe nooit realistisch is. Het blijft wel een goed streven, maar de zorg is vooral mensenwerk,
en daar zullen fouten inzitten. Voor een zorginstelling is het wel essentieel om zo goed mogelijk te
kijken naar de ernst van sommige fouten. Een fout in een ziekenhuis kan namelijk fataal zijn, en zulke
kritische fouten moeten gewoon minimaal gemaakt worden.
Dit is niet erg realistisch, simpelweg dat het nooit helemaal gerealiseerd kan worden. Wel dient men ernaar te
streven. Mogelijk maken dmv Quality Maturity Grid waarin 6 groeistadia van kwaliteitsbeleid zijn gedefinieerd;
- Inzicht en houding van het management
- Positie van de kwaliteitsorganisatie
- Kwaliteit als beleidsfactor
- Aanpak van kwaliteitsproblemen
- Kwaliteitskosten als percentage van de omzet
- Inzicht in kwaliteitsproblemen
Doordat sommige fouten fataal kunnen zijn, zijn actieprogramma’s nodig die ingevoerd dienen te worden.
Dergelijke activiteiten voor deze actieprogramma’s zijn;
6.1. Kwaliteit binnen de gezondheidszorg is zeker meetbaar te maken. De casus noemt het specifiek ook:
‘(…) lijsten met indicatoren opgesteld, indicatoren gemeten, (…). Hieruit lijkt te komen dat er zeker
werk verricht is om de kwaliteit van zorg meetbaar te maken, maar zoals we in de eerdere
hoofdstukken ook al lazen, is blijft het een proces van langzaamaan verbeteren. Hierbij is het dan ook
belangrijk om te kijken naar de verschillen in de kwaliteit, waarom hebben sommige ziekenhuizen
meer tijd voor patiënten dan andere, of waarom is het percentage geslaagde operaties hoger?
Zeker wel. In de casus wordt immers gesproken over dat er doelstellingen geformuleerd zijn. Tezamen met
gemaakte afspraken, toegewezen taken, geformeerde stuurgroepen, geschreven visies, lijsten met indicatoren
opgesteld enz. Tevens worden er ook nieuwe groepen opgericht om de kwaliteit van de zorg inzichtelijk te
maken. Er wordt tevens benoemd dat het niet gelukt is om voor elke sector een goede set indicatoren te
ontwikkelen, waaruit opgemaakt kan worden dat het wel gelukt is voor bepaalde sectoren.
Wel dient opgemerkt te worden dat er gekeken dient te worden naar het kwaliteitsbeleid waarbij mogelijk
doelstellingen aangepast dienen te worden. Dit beleid dient men dan ook consequent uit te voeren. De
deelprocessen/diensten dienen op elkaar aan te sluiten, en dienen doorlopend verbeterd te worden. Belangrijk
is ook dat de barrières tussen de verschillende afdelingen wordt weggehaald en dat ze met elkaar
communiceren. Medewerkers dienen te worden gestimuleerd en getraind om verbeterprocessen uit te voeren.
Voor het management is het belangrijk dat elke verbetering door hun plaatsvindt. Tevens dient men gebruik te
maken van 1 of meerdere kwaliteitsverbeterprogramma’s, waaronder bv BSC-model, om kwaliteit
daadwerkelijk meetbaar te maken.
5
6.2. Ik denk niet dat een zero-defectsprincipe realistisch is binnen de zorg. Dat komt ook mede doordat
zo’n principe nooit realistisch is. Het blijft wel een goed streven, maar de zorg is vooral mensenwerk,
en daar zullen fouten inzitten. Voor een zorginstelling is het wel essentieel om zo goed mogelijk te
kijken naar de ernst van sommige fouten. Een fout in een ziekenhuis kan namelijk fataal zijn, en zulke
kritische fouten moeten gewoon minimaal gemaakt worden.
Dit is niet erg realistisch, simpelweg dat het nooit helemaal gerealiseerd kan worden. Wel dient men ernaar te
streven. Mogelijk maken dmv Quality Maturity Grid waarin 6 groeistadia van kwaliteitsbeleid zijn gedefinieerd;
- Inzicht en houding van het management
- Positie van de kwaliteitsorganisatie
- Kwaliteit als beleidsfactor
- Aanpak van kwaliteitsproblemen
- Kwaliteitskosten als percentage van de omzet
- Inzicht in kwaliteitsproblemen
Doordat sommige fouten fataal kunnen zijn, zijn actieprogramma’s nodig die ingevoerd dienen te worden.
Dergelijke activiteiten voor deze actieprogramma’s zijn;