Terminologie:
1) Categorieën:
A) Materieel erfgoed
- roerend erfgoed: verplaatsbaar + niet grondgebonden
- onroerend erfgoed: niet verplaatsbaar + grondgebonden
B) Immaterieel erfgoed
= niet tastbaar
2) Erfgoedbeleid
- Belangrijk omdat het de huidige generatie een beeld geeft van het verleden. Dit kan
bijdragen tot de culturele identiteit
- Culturele erfgoedgemeenschap = de organisaties en personen die een bijzondere waarde
hechten aan het (Vlaamse) culturele erfgoed of specifieke aspecten ervan.
A) Cultureel erfgoed
- roerend + immaterieel
- gemeenschap (cultuur, jeugd, sport en media)
B) Onroerend erfgoed
- gewest
- RWO (ruimtelijke ordening, wonen en onroerend erfgoed)
Elke een eigen minister, administratie, evenementen, decreten en subsidiekanalen
3) Ergoededucatie
- (interieurarchitectuur)
- Stedenbouw
- Tuin- en landschapskunst
- (kunst) geschiedenis
- Master in erfgoedstudies
- Master in Conservation of monuments and sites
4) Erfgoedzorg
A) Inventariseren
- Archeologische waarde: reconstructie
- Architecturale waarden: toont fase/aspect van (landschaps)architectuur
- Esthetische waarde: (zintuigelijke) schoonheid
- Artistieke waarde: kunstzinnig streven
- Sociale waarde: actief of overgebleven sociaal gebruik
- Historische waarde: toont een ontwikkeling, gebeurtenis, figuur, instelling of landgebruik
- Technische waarde: toont de ontwikkeling van de (cultuur) techniek
- Wetenschappelijke waarde: kennisontwikkeling en kenniswinst over een thema, periode / fenomeen
- Culturele waarde: tijd- en regio gebonden menselijk gedrag
- Ruimtelijk – structurerende waarde: ruimte ordenen, afbakken en structureren
- Stedenbouwkundige waarde: (planmatige) inrichting
- Industrieel- archeologische waarde: toont een ambachtelijk/industrieel verleden
- Volkskundige waarde: toont gebruiken en gewoonten
1
, B) Onderhouden
- Veiligheid: behoedt tegen lichamelijke schade
- Gezondheid: functioneren niet in conflict is met de gezondheid van mens en milieu
- Bruikbaarheid: mater waarin het helpt met een activiteit
- Comfort: mate waarin het behoedt voor een onprettig gevoel
- Duurzaamheid: mater waarin het behoedt voor onnodige inzet van mankracht en
uitputting van energie en grondstoffen
- Uitstraling: mate waarin het een subjectieve ervaring van ‘schoonheid’ geeft
C) Beschermen
- Monument: een overblijfsel van het verleden dat van algemeen belang wordt geacht
om historische, esthetische, symbolische, politieke, volkskundige, artistieke,
wetenschappelijke, natuurkundige, archeologische, economische en andere culturele
waarden
- Stads- en dorpsgezicht: groepering van of meer monumenten en/of onroerende
goederen met omgevende bestanddelen.
Meestal een direct verbonden visuele omgeving van een monument
- Archeologische site: afbakeningen van beschermde archeologische sites zoals
voorzien in het Decreet van 30 juni 1993 en het Decreet van 24 januari 2003
- Varend erfgoed: nautisch erfgoed, inzonderheid schepen, de boten en drijvende
inrichtingen met inbegrip van hun uitstraling en van hun voorstuwinsgmiddelen,
waarvan het behoud van algemeen belang is wegens historische, wetenschappelijke,
industrieel-archeologische of andere sociaal-culturele waarden .
- Heraldiek: wapenkunde, met inbegrip van de leer van de
familiewapens/wapenschilden
D) Conserveren
- Oorspronkelijkheid: object moet niet worden veranderd
- Toegankelijkheid: het kan aangeraakt worden en blijft niet in het donker
- Houdbaarheid: het moet blijven bestaan
- Vooruitzien: denken aan de toekomst, zo weinig mogelijk aan veranderen
E) Consolideren
F) Restaureren
- Vroeger: historische gebouwen/bouwwerken terugbrengen naar oorspronkelijke staat
- Nu: in de originele staat terugbrengen van industrieel erfgoed
G) Renoveren
H) Sarneren
I) In stand houden
5) Labelling
- het ‘monumentenschildje’
- Internationaal erkend herkenningsteken van beschermd erfgoed
(op grond van de Haagse Conventie, 1954)
- Militairen mogen het gebouw niet gebruiken / beschadigen
2
, Erfgoed bedreigd
1) Inzicht krijgen in een monument
o Informeren over de wijze van bescherming
o Bestaande dossiers doornemen + eventueel bijkomend onderzoek voeren
- Historisch onderzoek
- Architecturaal / stedenbouwkundig onderzoek
- Onderzoek van de constructie
o Waarde van het erfgoed bepalen
o Pijnpunten / problemen lokaliseren
o Strategie ontwikkelen
o Voorstellen uitwerken
A) Onderzoek
- Onderzoek van de bouwgeschiedenis
▪ Inzicht krijgen in de wordingsgeschiedenis en de betekenis
▪ Soorten onderzoek:
o Geschreven bronnen (archiefstukken en publicaties)
o Iconografische bronnen (plannen, foto’s …)
o Mondelingen bronnen
o Observatie in situ
o Archeologisch onderzoek
- Bouwkundig onderzoek ter plaatse
▪ Oude bouwwijze en juiste woordenschat
▪ Alles wordt uitgeschreven in een verslag
B) Opmeting
- Systematisch en nauwkeurig
C) Fotoreportage
- Na een-meter pas
D) Archeologisch onderzoek
- Ondergronds
- Bovengronds
E) Systematisch onderzoek
- Van boven naar onder
- Klokwijzerzin
- Dragende structuur
- De waterdichting
- De afwerkingen
F) Pathologisch onderzoek
- Technische toestand controleren
G) Hulp en advies inwinnen
- Diensten Erfgoedzorg
- KIK + verenigingen
- Ingenieurs stabiliteit
- Bouwhistorischi
2) Oorzaken van verval
A) Natuur
- Lucht, water, vuur en aarde
- Bij normale omstandigheden (temperatuurschommelingen, erosie, UV, vorst…)
3
1) Categorieën:
A) Materieel erfgoed
- roerend erfgoed: verplaatsbaar + niet grondgebonden
- onroerend erfgoed: niet verplaatsbaar + grondgebonden
B) Immaterieel erfgoed
= niet tastbaar
2) Erfgoedbeleid
- Belangrijk omdat het de huidige generatie een beeld geeft van het verleden. Dit kan
bijdragen tot de culturele identiteit
- Culturele erfgoedgemeenschap = de organisaties en personen die een bijzondere waarde
hechten aan het (Vlaamse) culturele erfgoed of specifieke aspecten ervan.
A) Cultureel erfgoed
- roerend + immaterieel
- gemeenschap (cultuur, jeugd, sport en media)
B) Onroerend erfgoed
- gewest
- RWO (ruimtelijke ordening, wonen en onroerend erfgoed)
Elke een eigen minister, administratie, evenementen, decreten en subsidiekanalen
3) Ergoededucatie
- (interieurarchitectuur)
- Stedenbouw
- Tuin- en landschapskunst
- (kunst) geschiedenis
- Master in erfgoedstudies
- Master in Conservation of monuments and sites
4) Erfgoedzorg
A) Inventariseren
- Archeologische waarde: reconstructie
- Architecturale waarden: toont fase/aspect van (landschaps)architectuur
- Esthetische waarde: (zintuigelijke) schoonheid
- Artistieke waarde: kunstzinnig streven
- Sociale waarde: actief of overgebleven sociaal gebruik
- Historische waarde: toont een ontwikkeling, gebeurtenis, figuur, instelling of landgebruik
- Technische waarde: toont de ontwikkeling van de (cultuur) techniek
- Wetenschappelijke waarde: kennisontwikkeling en kenniswinst over een thema, periode / fenomeen
- Culturele waarde: tijd- en regio gebonden menselijk gedrag
- Ruimtelijk – structurerende waarde: ruimte ordenen, afbakken en structureren
- Stedenbouwkundige waarde: (planmatige) inrichting
- Industrieel- archeologische waarde: toont een ambachtelijk/industrieel verleden
- Volkskundige waarde: toont gebruiken en gewoonten
1
, B) Onderhouden
- Veiligheid: behoedt tegen lichamelijke schade
- Gezondheid: functioneren niet in conflict is met de gezondheid van mens en milieu
- Bruikbaarheid: mater waarin het helpt met een activiteit
- Comfort: mate waarin het behoedt voor een onprettig gevoel
- Duurzaamheid: mater waarin het behoedt voor onnodige inzet van mankracht en
uitputting van energie en grondstoffen
- Uitstraling: mate waarin het een subjectieve ervaring van ‘schoonheid’ geeft
C) Beschermen
- Monument: een overblijfsel van het verleden dat van algemeen belang wordt geacht
om historische, esthetische, symbolische, politieke, volkskundige, artistieke,
wetenschappelijke, natuurkundige, archeologische, economische en andere culturele
waarden
- Stads- en dorpsgezicht: groepering van of meer monumenten en/of onroerende
goederen met omgevende bestanddelen.
Meestal een direct verbonden visuele omgeving van een monument
- Archeologische site: afbakeningen van beschermde archeologische sites zoals
voorzien in het Decreet van 30 juni 1993 en het Decreet van 24 januari 2003
- Varend erfgoed: nautisch erfgoed, inzonderheid schepen, de boten en drijvende
inrichtingen met inbegrip van hun uitstraling en van hun voorstuwinsgmiddelen,
waarvan het behoud van algemeen belang is wegens historische, wetenschappelijke,
industrieel-archeologische of andere sociaal-culturele waarden .
- Heraldiek: wapenkunde, met inbegrip van de leer van de
familiewapens/wapenschilden
D) Conserveren
- Oorspronkelijkheid: object moet niet worden veranderd
- Toegankelijkheid: het kan aangeraakt worden en blijft niet in het donker
- Houdbaarheid: het moet blijven bestaan
- Vooruitzien: denken aan de toekomst, zo weinig mogelijk aan veranderen
E) Consolideren
F) Restaureren
- Vroeger: historische gebouwen/bouwwerken terugbrengen naar oorspronkelijke staat
- Nu: in de originele staat terugbrengen van industrieel erfgoed
G) Renoveren
H) Sarneren
I) In stand houden
5) Labelling
- het ‘monumentenschildje’
- Internationaal erkend herkenningsteken van beschermd erfgoed
(op grond van de Haagse Conventie, 1954)
- Militairen mogen het gebouw niet gebruiken / beschadigen
2
, Erfgoed bedreigd
1) Inzicht krijgen in een monument
o Informeren over de wijze van bescherming
o Bestaande dossiers doornemen + eventueel bijkomend onderzoek voeren
- Historisch onderzoek
- Architecturaal / stedenbouwkundig onderzoek
- Onderzoek van de constructie
o Waarde van het erfgoed bepalen
o Pijnpunten / problemen lokaliseren
o Strategie ontwikkelen
o Voorstellen uitwerken
A) Onderzoek
- Onderzoek van de bouwgeschiedenis
▪ Inzicht krijgen in de wordingsgeschiedenis en de betekenis
▪ Soorten onderzoek:
o Geschreven bronnen (archiefstukken en publicaties)
o Iconografische bronnen (plannen, foto’s …)
o Mondelingen bronnen
o Observatie in situ
o Archeologisch onderzoek
- Bouwkundig onderzoek ter plaatse
▪ Oude bouwwijze en juiste woordenschat
▪ Alles wordt uitgeschreven in een verslag
B) Opmeting
- Systematisch en nauwkeurig
C) Fotoreportage
- Na een-meter pas
D) Archeologisch onderzoek
- Ondergronds
- Bovengronds
E) Systematisch onderzoek
- Van boven naar onder
- Klokwijzerzin
- Dragende structuur
- De waterdichting
- De afwerkingen
F) Pathologisch onderzoek
- Technische toestand controleren
G) Hulp en advies inwinnen
- Diensten Erfgoedzorg
- KIK + verenigingen
- Ingenieurs stabiliteit
- Bouwhistorischi
2) Oorzaken van verval
A) Natuur
- Lucht, water, vuur en aarde
- Bij normale omstandigheden (temperatuurschommelingen, erosie, UV, vorst…)
3