Hoorcollege homeostase, diffusie & osmose
1. Leg uit wat men verstaat onder homeostase?
- dat alles binnen het lichaam constant blijft, ondanks invloeden van buitenaf
2. Uit welke ruimten bestaat het extracellulaire compartiment
- interstitieel (ruimte tussen cellen en bloedvaten)
- intravasculair (in de bloedvaten)
3. Wat verstaat men onder het interstitium?
- ruimte tussen de cellen en bloedvaten (interstitieel)
4. Wat is het belang van het interstitium?
- zorgt ervoor dat het water in de bloedbanen blijft
5. In welk compartiment van ons lichaam bevindt zich het meeste water?
- in de cellen
6. Over welke 3 compartimenten is het water in ons lichaam verdeeld?
- in de cellen (intracellulair)
- buiten de cellen (extracellulair)
- ruimte tussen cellen en bloedvaten & in bloedvaten (interstitieel & intravasculair)
7. Voor welke stoffen is de celmembraan goed doorgankelijk en voor welke niet of
moeilijk?
- goed doorgankelijk: water, vet-oplosbare stoffen
- niet doorgankelijk: wateroplosbare stoffen, ionen, eiwitten
- moeilijk doorgankelijk: kleine moleculen en ionen
8. Idem vraag 7 voor de capillairwand?
- goed doorgankelijk: kleine moleculen, ionen
- niet doorgankelijk:
- moeilijk doorgankelijk: grotere eiwitmoleculen
9. Wat is de drijvende kracht voor de waterverplaatsing over de celmembraan?
- waar meer deeltjes zitten, wordt meer water naartoe getrokken
10. Wat is de colloïd osmotische druk en waardoor wordt deze veroorzaakt?
- drukverschil tussen buiten en binnen het bloedvat, veroorzaakt door de hoeveelheid
opgeloste stoffen, grote moleculen, zoals eiwitten, koolhydraten, lipiden.
11. Door welke druk wordt de colloïd osmotische druk tegengewerkt?
- bloeddruk
12. Welke kracht veroorzaakt verplaatsing van water vanuit de bloedbaan naar het
interstitium?
- onze bloeddruk
1. Leg uit wat men verstaat onder homeostase?
- dat alles binnen het lichaam constant blijft, ondanks invloeden van buitenaf
2. Uit welke ruimten bestaat het extracellulaire compartiment
- interstitieel (ruimte tussen cellen en bloedvaten)
- intravasculair (in de bloedvaten)
3. Wat verstaat men onder het interstitium?
- ruimte tussen de cellen en bloedvaten (interstitieel)
4. Wat is het belang van het interstitium?
- zorgt ervoor dat het water in de bloedbanen blijft
5. In welk compartiment van ons lichaam bevindt zich het meeste water?
- in de cellen
6. Over welke 3 compartimenten is het water in ons lichaam verdeeld?
- in de cellen (intracellulair)
- buiten de cellen (extracellulair)
- ruimte tussen cellen en bloedvaten & in bloedvaten (interstitieel & intravasculair)
7. Voor welke stoffen is de celmembraan goed doorgankelijk en voor welke niet of
moeilijk?
- goed doorgankelijk: water, vet-oplosbare stoffen
- niet doorgankelijk: wateroplosbare stoffen, ionen, eiwitten
- moeilijk doorgankelijk: kleine moleculen en ionen
8. Idem vraag 7 voor de capillairwand?
- goed doorgankelijk: kleine moleculen, ionen
- niet doorgankelijk:
- moeilijk doorgankelijk: grotere eiwitmoleculen
9. Wat is de drijvende kracht voor de waterverplaatsing over de celmembraan?
- waar meer deeltjes zitten, wordt meer water naartoe getrokken
10. Wat is de colloïd osmotische druk en waardoor wordt deze veroorzaakt?
- drukverschil tussen buiten en binnen het bloedvat, veroorzaakt door de hoeveelheid
opgeloste stoffen, grote moleculen, zoals eiwitten, koolhydraten, lipiden.
11. Door welke druk wordt de colloïd osmotische druk tegengewerkt?
- bloeddruk
12. Welke kracht veroorzaakt verplaatsing van water vanuit de bloedbaan naar het
interstitium?
- onze bloeddruk