Kunst beeldend CE 2021
1. Burgerlijke cultuur van Nederland in de 17e eeuw
2. Cultuur van het moderne in de eerste helft van de twintigste eeuw
3. Massacultuur in de tweede helft van de twintigste eeuw
Onderwerp 1: Burgerlijke cultuur van Nederland in de zeventiende eeuw
Accenten binnen het onderwerp:
- stadhuis/paleis op de Dam;
- genres in de schilderkunst;
- stadsschouwburg van Amsterdam; rederijkerskamers (bijvoorbeeld Vondel);
kluchten en tragedies, spektakelstukken;
- rol van het orgel (Sweelinck); diverse muzikale genres voor de kleine kring.
Specificaties van het onderwerp vanuit domein B invalshoeken voor reflectie:
Kunst en religie, levensbeschouwing
- Diversiteit van christelijke geloofsovertuigingen.
Kunst en esthetica
- Protestantse visies op de kunsten.
- Aristotelische principes in het theater.
- Originaliteit: inventiviteit én 'blijven bij je stiel'.
Kunstenaar en opdrachtgever; politieke en economische macht
- Opleiding: ateliers; reizen naar Rome; niet centralistisch → steden/regio's.
Onderscheid tussen 'ambachtsman' en 'geleerde kunstenaar'. 'Studie' oudheid belangrijk.
- Opdrachtgevers: vrije markt, overheden, gezelschappen.
- Organisatie samenleving: de Republiek zoekt zijn plaats tussen grootmachten
(17e eeuw); Amsterdam 'centrum wereldhandel'.
Kunst en vermaak
- Ter lering en vermaak.
- Vermaak als medicijn (klucht).
- Bijvoorbeeld: Brederode.
Kunst, wetenschap en techniek
- Empirisch onderzoek.
- Camera obscura.
- Kunst- en vliegwerk (toneelmachines).
1. Burgerlijke cultuur van Nederland in de 17e eeuw
2. Cultuur van het moderne in de eerste helft van de twintigste eeuw
3. Massacultuur in de tweede helft van de twintigste eeuw
Onderwerp 1: Burgerlijke cultuur van Nederland in de zeventiende eeuw
Accenten binnen het onderwerp:
- stadhuis/paleis op de Dam;
- genres in de schilderkunst;
- stadsschouwburg van Amsterdam; rederijkerskamers (bijvoorbeeld Vondel);
kluchten en tragedies, spektakelstukken;
- rol van het orgel (Sweelinck); diverse muzikale genres voor de kleine kring.
Specificaties van het onderwerp vanuit domein B invalshoeken voor reflectie:
Kunst en religie, levensbeschouwing
- Diversiteit van christelijke geloofsovertuigingen.
Kunst en esthetica
- Protestantse visies op de kunsten.
- Aristotelische principes in het theater.
- Originaliteit: inventiviteit én 'blijven bij je stiel'.
Kunstenaar en opdrachtgever; politieke en economische macht
- Opleiding: ateliers; reizen naar Rome; niet centralistisch → steden/regio's.
Onderscheid tussen 'ambachtsman' en 'geleerde kunstenaar'. 'Studie' oudheid belangrijk.
- Opdrachtgevers: vrije markt, overheden, gezelschappen.
- Organisatie samenleving: de Republiek zoekt zijn plaats tussen grootmachten
(17e eeuw); Amsterdam 'centrum wereldhandel'.
Kunst en vermaak
- Ter lering en vermaak.
- Vermaak als medicijn (klucht).
- Bijvoorbeeld: Brederode.
Kunst, wetenschap en techniek
- Empirisch onderzoek.
- Camera obscura.
- Kunst- en vliegwerk (toneelmachines).