Een dominante strategie is altijd een Nash-evenwicht, maar niet elk Nash-evenwicht is een
dominante strategie. Ook zonder dominantie kan er een Nash-evenwicht zijn.
Neoklassiek: bedrijf heeft één actor, volledig rationeel en 1 doel: winstmaximalisatie. Bedrijven
werken in isolatie. Er is perfecte informatie en dus optimale beslissingen.
Agency theory: conflict of interests en informatie asymmetrie opportunistisch gedrag
Principaal: geeft verantwoordelijkheid uit handen, behoud het risico van het gedrag van de agent.
Agent: krijgt verantwoordelijkheid en zijn gedrag/keuzes beïnvloeden de uitkomst van de principaal
Corporate Governance code: elk land heeft vaak een specifiek pakket aan wetten wat bedrijven
mogen en moeten.
Behavioral theory of the firm
Een bedrijf is een coalition of participants; er zijn verschillende actoren. Er zijn verschillende
belangen en deze kunnen in strijd zijn met elkaar: lage prijzen, maar hoge kwaliteit (klanten), hoge
lonen (werknemers), hoge winsten (investeerders). Iedereen draagt bij als bijdragen > aspiratielevel.
Mensen zijn boundedly rational. Mensen willen wel rationeel zijn, maar omdat we gelimiteerd zijn in
onze denkcapaciteit en geen perfecte informatie hebben, leidt het niet tot de perfecte rationele
uitkomst.
Escalation of commitment: menselijk gedragspatroon waarbij een individu of groep die
geconfronteerd wordt met steeds negatiever wordende resultaten van een beslissing, actie of
investering, toch het gedrag voortzet in plaats van de koers te veranderen
- Loss Aversion: verlies wordt als te belangrijk gezien.
- Risk aversion: Mensen willen gecompenseerd worden voor risico.
- Availability bias/Myopia: mensen baseren hun voorspelling op recente informatie i.p.v.
kansberekening.
- Anchoring: te veel vertrouwen op 1 bron van (irrelevante) informatie.
- Gambler’s fallacy: inschatting dat kansen in de toekomst zijn gebaseerd op uitkomsten uit
het verleden.
- Confirmation bias: mensen zoeken en geloven bewijs dat past bij hun eerdere
mening/geloof.
- Ikea-effect: te veel waarde toekennen aan iets dat je zelf hebt gemaakt.
- Endowment effect: je waardeert iets meer omdat je het bezit.
- Hyperbolic discounting: huidige payoffs versus toekomstige payoffs goed met elkaar in lijn te
brengen.
- Framing: wanneer je iemand een keuze laat maken tussen twee alternatieven kan het
antwoord afhankelijk zijn van de vraagstelling.
Strategieën om een rationelere besluitvorming te maken:
- Debiasing: individuen trainen om zich bewust te zijn van biases en deze te verminderen of
zelfs te elimineren uit hun werkelijke beslissingen.
- Nudging: manieren waarmee mensen naar een bepaalde uitkomst te sturen zijn.
- Encouraging dissent: mensen kaarten biases van elkaar aan, open cultuur nodig.
- Routines: door als routine elke keer een checklist te doorlopen kan het aantal fouten dalen.
SCP-Paradigma
- Structure: karakteristieken van een industrie zoals barrières bij toetreding,
productdifferentiatie, kost structuur en prijselasticiteit van vraag.
dominante strategie. Ook zonder dominantie kan er een Nash-evenwicht zijn.
Neoklassiek: bedrijf heeft één actor, volledig rationeel en 1 doel: winstmaximalisatie. Bedrijven
werken in isolatie. Er is perfecte informatie en dus optimale beslissingen.
Agency theory: conflict of interests en informatie asymmetrie opportunistisch gedrag
Principaal: geeft verantwoordelijkheid uit handen, behoud het risico van het gedrag van de agent.
Agent: krijgt verantwoordelijkheid en zijn gedrag/keuzes beïnvloeden de uitkomst van de principaal
Corporate Governance code: elk land heeft vaak een specifiek pakket aan wetten wat bedrijven
mogen en moeten.
Behavioral theory of the firm
Een bedrijf is een coalition of participants; er zijn verschillende actoren. Er zijn verschillende
belangen en deze kunnen in strijd zijn met elkaar: lage prijzen, maar hoge kwaliteit (klanten), hoge
lonen (werknemers), hoge winsten (investeerders). Iedereen draagt bij als bijdragen > aspiratielevel.
Mensen zijn boundedly rational. Mensen willen wel rationeel zijn, maar omdat we gelimiteerd zijn in
onze denkcapaciteit en geen perfecte informatie hebben, leidt het niet tot de perfecte rationele
uitkomst.
Escalation of commitment: menselijk gedragspatroon waarbij een individu of groep die
geconfronteerd wordt met steeds negatiever wordende resultaten van een beslissing, actie of
investering, toch het gedrag voortzet in plaats van de koers te veranderen
- Loss Aversion: verlies wordt als te belangrijk gezien.
- Risk aversion: Mensen willen gecompenseerd worden voor risico.
- Availability bias/Myopia: mensen baseren hun voorspelling op recente informatie i.p.v.
kansberekening.
- Anchoring: te veel vertrouwen op 1 bron van (irrelevante) informatie.
- Gambler’s fallacy: inschatting dat kansen in de toekomst zijn gebaseerd op uitkomsten uit
het verleden.
- Confirmation bias: mensen zoeken en geloven bewijs dat past bij hun eerdere
mening/geloof.
- Ikea-effect: te veel waarde toekennen aan iets dat je zelf hebt gemaakt.
- Endowment effect: je waardeert iets meer omdat je het bezit.
- Hyperbolic discounting: huidige payoffs versus toekomstige payoffs goed met elkaar in lijn te
brengen.
- Framing: wanneer je iemand een keuze laat maken tussen twee alternatieven kan het
antwoord afhankelijk zijn van de vraagstelling.
Strategieën om een rationelere besluitvorming te maken:
- Debiasing: individuen trainen om zich bewust te zijn van biases en deze te verminderen of
zelfs te elimineren uit hun werkelijke beslissingen.
- Nudging: manieren waarmee mensen naar een bepaalde uitkomst te sturen zijn.
- Encouraging dissent: mensen kaarten biases van elkaar aan, open cultuur nodig.
- Routines: door als routine elke keer een checklist te doorlopen kan het aantal fouten dalen.
SCP-Paradigma
- Structure: karakteristieken van een industrie zoals barrières bij toetreding,
productdifferentiatie, kost structuur en prijselasticiteit van vraag.