100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Beweging op school (MSQ12A)

Rating
-
Sold
6
Pages
33
Uploaded on
08-10-2022
Written in
2019/2020

Samenvatting van de vier cursussen.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 8, 2022
Number of pages
33
Written in
2019/2020
Type
Summary

Subjects

Content preview

Praktijkgedeelte
Leerdoelen

1. Dribbelspelen
Motorisch:

 De bal in verplaatsing dribbelen op heuphoogte, zij-voorwaarts en in gekruiste coördinatie.
 Zich al dribbelend verplaatsen in de ruimte
 Dribbelen met (niet-) voorkeurshand.
 Tijdens dribbel overzicht bewaren over de ruimte.
 Al dribbelend richtingsveranderingen maken met of zonder handenwissel
 Al drillend vertragen of versnellen
 Al dribbelend de bal afschermen van de aanvaller

Sociaal:

 Actief deelnemen aan het spek en medespelers bevrijden wanneer dit mogelijk is.
 Zich aan de spelregels houden
 Rekening houden met de positie van de andere

Cognitief:

 Spelidee begrijpen
 Belangrijkste spelregels kennen tijdens spel de juiste keuzes maken en kunnen
verantwoorden.
 Gepaste oplossing voor een spelprobleem kunnen verwoorden.

Enscenering:

 Zelfstandig spelen zonder strikt toezicht van de leerkracht.
 Spelregels kunnen wijzigen door overleg
 Spelleiding in handen geven van een klasgenoot.



2. Dribbelen, doelen en passen
Motorisch:

Dribbelen:

 Dribbelen met (niet-) voorkeurshand.
 Al dribbelend richtingsveranderingen maken om een speler voorbij te gaan
 In stand bal afschermen van verdediger en zich zo positioneren dat de speler het doel nog
ziet.
 Vertrekken in dribbel zonder loopfouten te maken
 Lage dribbel uitvoeren bij hoge druk van de verdediger.
 Dribbel tijdig beëindigen, vooraleer men ingesloten geraakt.



Doelen:

 Vanop een afstand shotten
 Evenwicht behouden voor en tijdens een shot, zodanig dat de bal gecontroleerd afgeworpen
wordt.
 Steeds een mikpunt nemen.

,Passen en vangen:

 Bal nauwkeurig toespelen
 Snelle pas geven vooraleer de verdediging kan reageren
 Bal passeren naar een stilstaande en bewegende ploegmaat
 Toegespeelde bal vangen in stand en in verplaatsing
 Bal afspelen zonder loopfouten te maken
 Een pas geven aan een ploegmaat terwijl de verdediger in de paslijn staat.

Sociaal:

 Eigen werktempo afstemmen op dat van de medespelers om veilig en efficiënt te kunnen
werken.
 Regels en afspraken in verband met veiligheid toepassen
 Geconcentreerd of taakgericht blijven in de wachtkamer en een positie in het oefenveld snel
innemen als die vrijkomt.

Cognitief:

 Spelsituatie kiezen voor een techniek die tactisch gezien de beste is.
 Inzien dat een borstpas gebruikt wordt om korte afstanden te overbruggen en dat dit de
snelste manier is.
 Inzien dat een botspas een trage manier is van pasgeven.
 Een hoge dribbel gebruiken bij snel verplaatsen.

Enscenering:

 Zelfstandig en veilig te werk gaan.
 Extra aandacht hebben voor de timing van de verschillende oefeningen
 Pasafstand, shotafstand zelfstandig aanpassen om zo de uitvoering succesvoller te maken.



3. Passenspelen
Motorisch:

Aanval:

 Gericht werpen en vangen van de bal, in stand en in verplaatsing
 Oogcontact hebben met de speler naar wie de bal geworpen wordt.
 Bal afschermen tov een verdediger door te pivoteren en de bal te spelen in een open paslijn.
 Stoppen in één of twee tijden als men in balbezit is.
 Als ploegmaat een positie innemen tov van de balbezitter waar je aanspeelbaar bent.

Verdediging:

 Voorkomen van doelkansen en pogingen door de bal te onderscheppen en de paslijn af te
sluiten.
 Als verdediger tussen aanvaller en doel plaatsen

Sociaal:

 Bal afspelen naar een speler die in een aanspeelbare positie staat.
 Intentie hebben om volgens spelregels te spelen en zich neerleggen bij beslissingen van de
scheidsrechter
 Tijdens een evaluatie van het spel spelgedrag bespreekbaar maken.

Cognitief:

 Inzien dat men een verdediger kan omspelen
 Inzien dat een verplaatsing van de verdediger nodig is om aanspeelbaar te zijn
 Obv spelinzicht gerichte keuzes te maken

,Enscenering:

 In ploegverband een taakverdeling afspreken en zich hieraan houden
 Zelfstandig en veilig spelen in kleine groepen op kleinere terreinen
 In overleg met leerkracht en anderen spelregels aanpassen.



4. Voetenwerk
Motorisch:

 Evenwicht behouden voor en tijdens een shot, zodanig dat de bal gecontroleerd afgeworpen
wordt.
 Voeten niet te ver uit elkaar plaatsen zodat je snel kan vertrekken, passen of shotten.
 Loopfouten vermijden door pivotvoet pas te lossen nadat de bal de hand verlaten heeft.

Cognitief:

 Pivoteren om nieuwe paslijn te openen, oogcontact te hebben met ploegmaten, richting
veranderen, …
 Inzien dat je best in twee tijden stopt bij hoge snelheid
 Obv spelsituaties gerichte keuzes maken.



5. Één tegen één
Motorisch:

Aanval:

 Een voorsprong opbouwen tov de verdediger door gebruik te maken van een cross over of
open stap.
 Bal afschermen tijdens een verplaatsing en naar het doel te gaan
 Op shotafstand komen en een shot uitvoeren
 Tijdens de in-out beweging voldoende afstand afleggen om vrij te komen
 Tijdens uit-beweging de bal vragen met de buitenste hand
 Dadelijk na balontvangst te pivoteren
 In dribbel vertrekken zonder loopfouten te maken

Verdediging:

 Aanvaller zo lang mogelijk weg houden van doel, door naar de zijlijn te duwen.
 Aanvaller dwingen om naar zwakke hand over te schakelen.
 Aanvaller snel mogelijk opvangen zodat hij geen kans heeft om te dribbelen op snelheid.
 Tussen man en doel blijven en niet naar bal slaan
 Afstand houden van de aanvaller en contactfouten vermijden.

Sociaal:

 Rekening houden met werktempo van anderen.
 Andere ruimte geven om te leren.
 Respect hebben voor de veiligheid van anderen.

Cognitief:

 Inzien dat de situatie voor de aanvaller kan bemoeilijkt worden door zijn vaardige
dribbelhand ‘af te nemen’.
 Inzien dat verdediger voorbij gaan gemakkelijker is met een schijnbeweging
 Aanval op doel moet echt lijken om verdediger mee te lokken
 Veiligheid van een situatie kunnen inschatten.

, Enscenering:

 Zelfstandig en veilig werken.
 Spelregels met betrekking tot persoonlijke fouten correct toepassen en in oefensituaties
herkennen.



6. Shot en rebound
Motorisch:

 Balbaan nauwkeurig inschatten.
 Beweging timen zodat de bal op het hoogste punt ‘geplukt’ kan worden.
 Bal kort bij het lichaam brengen en afschermen van tegenspelers.
 Na verwerven van de bal tijdens rebound, snel omschakelen.
 Na shot van een aanvaller sluiten de verdedigers de zone rond ring af voor aanvallers door
een rebounddriehoek te vormen.

Sociaal:

 Veiligheid van de tegenspelers respecteren.

Cognitief:

 Inzien dat men tegenpartij moet uitblokkeren door tijdig in de looprichting van de aanvaller
te pivoteren om zo aanvaller in de rug te houden.
 Inzien dat het gevolg van een rebound een snelle omschakeling vraagt door een outletpas of
na balverlies.

Enscenering:

 Zelfstandig en veilig werken
 Het hoogst mogelijke rendement per oefenveld zoeken door de speelruimte efficiënt te
benutten.



7. Twee tegen twee
Motorisch:

Give en go:

 Gericht naar doel snijden na geven van een pas.
 Doormiddel van een schijnbeweging voorbij de verdediger te komen.
 Bal met verste hand vragen.

Scherm plaatsen:

 Op verdediger van ploegmaat op 50 cm, loodrecht op de schouder-as.
 Als men een scherm krijgt wachten tot dat het volledig staat.
 Schouder aan schouder over scherm dribbelen.

Positie in verdediging:

 Tussen man en doel behouden, ook wanneer aanvaller verplaatst.
 In paslijn verdedigen bij in-out beweging
 Wisselen van verdedigen in de paslijn naar verdedigen tussen man en doel en omgekeerd.

Sociaal:

 Als verdediger de leertijd geven aan speler om scherm te plaatsen.
 Als aanvaller leertijd geven aan verdedigers om juiste positie in verdediging aan te passen
 Oog hebben voor de veiligheid van de medespelers en tegenspelers.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
lodg Katholieke Hogeschool Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
53
Member since
3 year
Number of followers
14
Documents
23
Last sold
1 month ago

3.4

8 reviews

5
0
4
5
3
2
2
0
1
1

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions