Ethiek en rechtsvinding
Les 1 – inleiding in de rechtsvinding
Rechtstoepassing, rechtsvinding en rechtsvorming
Rechtstoepassing: het feit past onder de rechtsregel, het wordt ‘mechanisch’ toegepast.
Rechtstoepassing is zeldzaam.
Rechtsvinding: de rechtsregel moet worden uitgelegd voordat het wordt toegepast. Dit
gebeurd bijna altijd.
Rechtsvorming: er is geen rechtsregel, de rechter vormt hierbij een nieuw recht. Hier is soms
sprake van.
Rechtstoepassing
Rechtstoepassing is dus:
1. Een algemene regel (major)
2. Een feit (minor)
Samen vormen ze de conclusie
Syllogisme is een logische redeneervorm. Deze bestaat uit een minor, een major en een
conclusie.
De uitgangspunten van rechtstoepassing zijn dat al het recht in de wet staat (legisme), het
recht duidelijk en volledig is en het recht kan zonder interpretatie worden toegepast op de
casus.
Rechtsvinding
Als er sprake is van een onduidelijke wetsbepaling dan zal de rechter interpreteren. Als
woorden geïnterpreteerd moeten worden, spreken we niet langer over rechtstoepassing
maar over rechtsvinding.
De uitgangspunten van rechtsvinding zijn dat niet al het recht in de wet te vinden is, dat het
recht niet duidelijk en volledig is en dat het recht moet worden geïnterpreteerd om te
kunnen worden toegepast op de casus.
Interpretatiemethoden
- Grammaticale methode: wat is het in het dagelijkse spraakgebruik? Woordenboek
erbij (wordt vaak gebruikt)
- Wetshistorische methode: wat heeft de wetgever hiermee bedoeld? Memorie van
toelichting
- Rechtshistorische methode: waarom is de wet gemaakt; welk probleem wilde de
wetgever met deze wet oplossen. Hierbij ga je ook kijken naar eerdere wetgeving
(wordt niet zo vaak gebruikt)
- Teleologische methode: wat wil de wetgever ermee bereiken?
- Anticiperende methode: de rechter houdt rekening met het komende recht
Les 1 – inleiding in de rechtsvinding
Rechtstoepassing, rechtsvinding en rechtsvorming
Rechtstoepassing: het feit past onder de rechtsregel, het wordt ‘mechanisch’ toegepast.
Rechtstoepassing is zeldzaam.
Rechtsvinding: de rechtsregel moet worden uitgelegd voordat het wordt toegepast. Dit
gebeurd bijna altijd.
Rechtsvorming: er is geen rechtsregel, de rechter vormt hierbij een nieuw recht. Hier is soms
sprake van.
Rechtstoepassing
Rechtstoepassing is dus:
1. Een algemene regel (major)
2. Een feit (minor)
Samen vormen ze de conclusie
Syllogisme is een logische redeneervorm. Deze bestaat uit een minor, een major en een
conclusie.
De uitgangspunten van rechtstoepassing zijn dat al het recht in de wet staat (legisme), het
recht duidelijk en volledig is en het recht kan zonder interpretatie worden toegepast op de
casus.
Rechtsvinding
Als er sprake is van een onduidelijke wetsbepaling dan zal de rechter interpreteren. Als
woorden geïnterpreteerd moeten worden, spreken we niet langer over rechtstoepassing
maar over rechtsvinding.
De uitgangspunten van rechtsvinding zijn dat niet al het recht in de wet te vinden is, dat het
recht niet duidelijk en volledig is en dat het recht moet worden geïnterpreteerd om te
kunnen worden toegepast op de casus.
Interpretatiemethoden
- Grammaticale methode: wat is het in het dagelijkse spraakgebruik? Woordenboek
erbij (wordt vaak gebruikt)
- Wetshistorische methode: wat heeft de wetgever hiermee bedoeld? Memorie van
toelichting
- Rechtshistorische methode: waarom is de wet gemaakt; welk probleem wilde de
wetgever met deze wet oplossen. Hierbij ga je ook kijken naar eerdere wetgeving
(wordt niet zo vaak gebruikt)
- Teleologische methode: wat wil de wetgever ermee bereiken?
- Anticiperende methode: de rechter houdt rekening met het komende recht