Hoofdstuk 6
Het begrip energie wordt gedefinieerd als het vermogen om arbeid te verrichten.
Een aparte plaats op de energiemarkt is weggelegd voor stroom. Groene stroom
wordt verkregen uit duurzame energiebronnen. Het begrip groene stroom wordt
gebruikt om een onderscheid te maken met de gewone elektriciteit (grijze
stroom). Om de ontwikkeling van duurzaam opgewekte elektriciteit te stimuleren,
heeft de overheid besloten de markt voor dit specifieke product te liberaliseren.
Huishoudelijke klanten die kiezen voor ‘groen’ hebben de vrijheid over te stappen
naar een andere leverancier. Groene stroom wordt opgewekt uit hernieuwbare
bronnen, zoals zon, wind, water en biomassa. Het programma Energie &
Gebouwde Omgeving van Agentschap NL voert de implementatie in Nederland
uit voor het ministerie.
De Nederlandse energietarieven – excl. Belasting – horen tot de lagere in Europa.
De energierekening bestaat uit drie delen; kosten voor transport, kosten voor
levering en belasting. De tweedeling tussen transport en levering is gemaakt
i.v.m. de liberalisering van de markt. De leveringskosten zijn afhankelijk van het
contract dat wordt gesloten met de leverancier en bestaan vooral uit
inkoopkosten en brandstof. Soms zijn er geschillen tussen klanten en
energiebedrijven, veelal over de hoogte van de rekening. Komt men er
gezamenlijk niet uit, dan kan een klant dat voorleggen aan de
Geschillencommissie Openbare Nutsbedrijven.
De energiebalans moet in evenwicht zijn. Aan de ene kant van de balans staat
per energiedrager de energie die totaal beschikbaar is. Dit is de som van de
beginvoorraad, aanvoer van derden, winning en eigen productie. De andere zijde
van de balans is de optelling van verbruik, aflevering aan derden en
eindvoorraad. Drie kwart van de stijging van het energieverbruik is toe te
rekenen aan aardgas. Aardolie zorgt voor het andere kwart extra verbruik. Met
energiebronnen wordt het volgende bedoeld; energie uit de optelsom van
andere dan de fossiele energiebronnen steenkool, aardolie en aardgas.
De in omvang belangrijkste zijn hernieuwbare energie (windenergie, waterkracht,
zonne-energie, afval en ingevoerde elektriciteit.
De industrie is de grootste gas- en elektriciteitsafnemer. Het elektriciteitsverbruik
van bedrijven houdt nagenoeg gelijke trend met de economische activiteit.
Het actieprogramma van gemeenten, provincies, banken, beleggers,
projectontwikkelaars en het Rijk dat de groeiende leegstand moet terugdringen,
kent drie thema’s;
1. Bestaande leegstand bestrijden.
2. Naar een gezonde kantorenmarkt.
3. Betere afstemming van vraag en aanbod; terughoudendheid in nieuwbouw.
Energiebeheer is het volgens een vooropgezet plan beheersbaar maken van de
energie(kosten)stroom om met minimale energie(kosten) de
bedrijfsdoelstellingen te realiseren. Om een energiebeheerssysteem op te zetten,
moeten de gegevens van het energieverbruik en de hiermee samenhangende
, informatie regelmatig worden geregistreerd. O.b.v. de geregistreerde gegevens
en gebruik gegevens van de energieleverancier kan er vervolgens een analyse
worden uitgevoerd waarbij het energieverbruik in het desbetreffende gebouw
wordt vergeleken met kengetallen voor soortgelijke situaties.
Bij het opzetten van een energiebeheerssysteem kunnen de volgende stappen
worden onderscheiden:
- Registratie gegevens – Analyse energiegegevens – Beïnvloeding energiekosten
Registratie gegevens. Om de omvang van het gas- en elektriciteitsverbruik te
beheren, is het noodzakelijk regelmatig gegevens van het verbruik te registreren.
Door registratie vindt er, nadat er energiebesparende maatregelen zijn
uitgevoerd, ook terugkoppeling plaats van het effect van deze maatregelen.
Geregistreerd kan worden:
- Verbruik (meterstanden gas en elek.) – Buitentemperatuur – Bedrijfsuren (bij
wisselend gebruik van grote energieverbruikers de tijd dat deze operationeel
zijn).
Analyse energiegegevens. Een systematische aanpak is noodzakelijk om het
energieverbruik in de bestaande situatie te beheersen. Alle beschikbare
verbruiksgegevens moeten worden verzameld en systematisch met elkaar in
verband worden gebracht. In de eerste plaats moeten de totale hoeveelheid
energie en de daaraan verbonden kosten worden bepaald door:
- Vergelijken energierekeningen over de afgelopen 5 jaar in relatie tot
gebouwgegevens als vloeropp. En inhoud of het aantal bewoners en het gas- en
elek. verbruik.
- Vergelijken energiekosten met andere huisvestingskosten.
- Invloed buitentemperatuur bij het vergelijken van het gasverbruik over
verschillende jaren verminderen door gebruik te maken van graaddagenmethode.
- Analyseren gasverbruik over de afgelopen 12 maanden in relatie tot de
buitentemperatuur.
- Analyseren elektriciteitsverbruik per maand i.v.m. het kiezen van een voordelig
tijdstip voor de piekmeting.
- Beoordelen elek.nota en elek.contract, op de te betalen vergoeden van
tenminste 60% van het opgenomen gegarandeerde vermogen.
Het begrip energie wordt gedefinieerd als het vermogen om arbeid te verrichten.
Een aparte plaats op de energiemarkt is weggelegd voor stroom. Groene stroom
wordt verkregen uit duurzame energiebronnen. Het begrip groene stroom wordt
gebruikt om een onderscheid te maken met de gewone elektriciteit (grijze
stroom). Om de ontwikkeling van duurzaam opgewekte elektriciteit te stimuleren,
heeft de overheid besloten de markt voor dit specifieke product te liberaliseren.
Huishoudelijke klanten die kiezen voor ‘groen’ hebben de vrijheid over te stappen
naar een andere leverancier. Groene stroom wordt opgewekt uit hernieuwbare
bronnen, zoals zon, wind, water en biomassa. Het programma Energie &
Gebouwde Omgeving van Agentschap NL voert de implementatie in Nederland
uit voor het ministerie.
De Nederlandse energietarieven – excl. Belasting – horen tot de lagere in Europa.
De energierekening bestaat uit drie delen; kosten voor transport, kosten voor
levering en belasting. De tweedeling tussen transport en levering is gemaakt
i.v.m. de liberalisering van de markt. De leveringskosten zijn afhankelijk van het
contract dat wordt gesloten met de leverancier en bestaan vooral uit
inkoopkosten en brandstof. Soms zijn er geschillen tussen klanten en
energiebedrijven, veelal over de hoogte van de rekening. Komt men er
gezamenlijk niet uit, dan kan een klant dat voorleggen aan de
Geschillencommissie Openbare Nutsbedrijven.
De energiebalans moet in evenwicht zijn. Aan de ene kant van de balans staat
per energiedrager de energie die totaal beschikbaar is. Dit is de som van de
beginvoorraad, aanvoer van derden, winning en eigen productie. De andere zijde
van de balans is de optelling van verbruik, aflevering aan derden en
eindvoorraad. Drie kwart van de stijging van het energieverbruik is toe te
rekenen aan aardgas. Aardolie zorgt voor het andere kwart extra verbruik. Met
energiebronnen wordt het volgende bedoeld; energie uit de optelsom van
andere dan de fossiele energiebronnen steenkool, aardolie en aardgas.
De in omvang belangrijkste zijn hernieuwbare energie (windenergie, waterkracht,
zonne-energie, afval en ingevoerde elektriciteit.
De industrie is de grootste gas- en elektriciteitsafnemer. Het elektriciteitsverbruik
van bedrijven houdt nagenoeg gelijke trend met de economische activiteit.
Het actieprogramma van gemeenten, provincies, banken, beleggers,
projectontwikkelaars en het Rijk dat de groeiende leegstand moet terugdringen,
kent drie thema’s;
1. Bestaande leegstand bestrijden.
2. Naar een gezonde kantorenmarkt.
3. Betere afstemming van vraag en aanbod; terughoudendheid in nieuwbouw.
Energiebeheer is het volgens een vooropgezet plan beheersbaar maken van de
energie(kosten)stroom om met minimale energie(kosten) de
bedrijfsdoelstellingen te realiseren. Om een energiebeheerssysteem op te zetten,
moeten de gegevens van het energieverbruik en de hiermee samenhangende
, informatie regelmatig worden geregistreerd. O.b.v. de geregistreerde gegevens
en gebruik gegevens van de energieleverancier kan er vervolgens een analyse
worden uitgevoerd waarbij het energieverbruik in het desbetreffende gebouw
wordt vergeleken met kengetallen voor soortgelijke situaties.
Bij het opzetten van een energiebeheerssysteem kunnen de volgende stappen
worden onderscheiden:
- Registratie gegevens – Analyse energiegegevens – Beïnvloeding energiekosten
Registratie gegevens. Om de omvang van het gas- en elektriciteitsverbruik te
beheren, is het noodzakelijk regelmatig gegevens van het verbruik te registreren.
Door registratie vindt er, nadat er energiebesparende maatregelen zijn
uitgevoerd, ook terugkoppeling plaats van het effect van deze maatregelen.
Geregistreerd kan worden:
- Verbruik (meterstanden gas en elek.) – Buitentemperatuur – Bedrijfsuren (bij
wisselend gebruik van grote energieverbruikers de tijd dat deze operationeel
zijn).
Analyse energiegegevens. Een systematische aanpak is noodzakelijk om het
energieverbruik in de bestaande situatie te beheersen. Alle beschikbare
verbruiksgegevens moeten worden verzameld en systematisch met elkaar in
verband worden gebracht. In de eerste plaats moeten de totale hoeveelheid
energie en de daaraan verbonden kosten worden bepaald door:
- Vergelijken energierekeningen over de afgelopen 5 jaar in relatie tot
gebouwgegevens als vloeropp. En inhoud of het aantal bewoners en het gas- en
elek. verbruik.
- Vergelijken energiekosten met andere huisvestingskosten.
- Invloed buitentemperatuur bij het vergelijken van het gasverbruik over
verschillende jaren verminderen door gebruik te maken van graaddagenmethode.
- Analyseren gasverbruik over de afgelopen 12 maanden in relatie tot de
buitentemperatuur.
- Analyseren elektriciteitsverbruik per maand i.v.m. het kiezen van een voordelig
tijdstip voor de piekmeting.
- Beoordelen elek.nota en elek.contract, op de te betalen vergoeden van
tenminste 60% van het opgenomen gegarandeerde vermogen.