1. INLEIDING – KMO-BELEID EN ONDERNEMERSCHAP 4
2. SPEECH STEVE JOBS – ANALYSE 5
3. BEN IK EEN ONDERNEMER 10
3.1 Nadruk ligt op de ondernemer. Ben ik een ondernemer, heb ik ‘entrepreneuritis’? 10
3.2 Opletten met doelstellingen 14
3.3 Hoe leiders herstellen van reputatieverlies? 16
3.4 10 lessen van Anita Roddick (2006): “Echte ondernemers lopen uit de pas” 16
3.5 EBITDA 17
3.6 Cashflow-model 20
3.7 A small business is not a little big business 20
5. ECHTE ONDERNEMERS LOPEN UIT DE PAS 21
5.1 Artikel Anita Body Shop 21
6. ‘EEN MANAGER IS GEEN ONDERNEMER’ 24
6.1 Rad van fortuin voor topmanagers en CEO’s 26
6.2 Misleidende argumenten voor de riante vergoedingen voor topmanagers 27
6.3 Nadelige gevolgen van de buitensporige vergoedingen 28
6.4 Case: Hoogmoed = hubris. Praktijkgeval: Deutsche Bank 29
6.5 Herdenken van het kapitalisme 31
7. ‘DEFINIËREN VAN ONDERNEMERSCHAP’ 33
7.1 Geschiedenis 33
7.2 Enkele varianten op het woord ‘Entrepreneurship’ 38
7.3 Groot vs. Groots ondernemerschap 39
7.4 Wat kunnen we uit die definities afleiden? 45
7.5 Enkele mythes (Shane, 2008) 46
1
,8. ‘METEN VAN ONDERNEMERSCHAP’ 47
8.1 Intenties bevragen 47
8.2 Intenties voorspellen 48
8.3 Self-employment rate (% total employment, 2015) 48
8.4 Total early-stage Entrepreneurial Activity Index (TEA-Index) 49
8.5 Entry and exit rates 52
8.6 Aantal beleidsaanbevelingen en besluiten 59
9. HET BELANG VAN KMO’S 63
9.1 Productiviteit en concurrentiekracht in KMO’s in de EU. 63
9.2 Te veel kleine bedrijven 64
9.3 Tewerkstelling KMO’s: 65
9.4 Internationalisering 65
9.5 Innovatie 65
9.6 Waardecreatie 66
10A. WAT IS EEN FAMILIEBEDRIJF ECHT? 67
10.1 Wat is een familiebedrijf? 67
10.2 Systeemdefinities: wat is een systeem? 70
10.3 Kritiek op rationele benadering en driecirkelvoorstelling van familiebedrijven 71
10.4 Definitie van de prof: 83
10B. HET FAMILIEBEDRIJF IN CRISISTIJDEN 88
10.1 Lessen voor weerbaarheid in stormachtige tijden 88
11. FALINGSOORZAKEN BIJ ZELFSTANDIGEN EN KMO’S 93
11.1 Zijn nieuwe bedrijven kwetsbaarder voor een faillissement? 94
11.2 Zijn sommige sectoren kwetsbaarder dan andere? 96
11.3 Zijn sommige gewesten kwetsbaarder dan andere? 96
11.4 Wat zijn de oorzaken van faillissementen bij gevestigde KMO’s? 96
11.5 Hoe verloopt bedrijfsfaling bij gevestigde KMO’s? 103
11.6 Hoe beleven ondernemers hun faillissement? 103
2
,11.6 Hoe beleven ondernemers hun faillissement? 105
11.7 Wat zijn onze beleidsaanbevelingen? 105
12A. DE IMPACT VAN BEDRIJFSMOEILIJKHEDEN OP DE FAMILIE VAN DE
ONDERNEMER 106
12B. LOT ONDERNEMER NA FALING 108
13. ARMOEDE ZELFSTANDIGEN 112
14. MANAGEMENTSTUDIES EN WAANIDEEËN 116
15. STRATEGIE FORMULERING EN UITVOERING VAN STRATEGIE 122
15.1 Formuleren van strategie 122
15.2 Uitvoeren van een strategie 126
15.3 Valkuilen 130
15.4 Terug naar de treffende uitspraken 131
15.5 Slotbeschouwing 132
Voorbeeld Uitgebreide casestudy 134
3
, 1. Inleiding – KMO-beleid en ondernemerschap
Verschil tussen gemeenschappen en gewesten
• Gemeenschappen zijn bevoegd voor persoonsgebonden materies zoals cltuur, onderwijs,
gezondheid, sport, taal, …
Þ De Vlaamse Gemeenschap
Þ De Franse Gemeenschap
Þ De Duitstalige Gemeenschap
• Gewesten zijn bevoegd voor grondgebonden materies zoals milieu, ruimtelijke ordening,
wonen, mobiliteit, infrastructuur, economie, werkgelegenheid, …
Þ Het Vlaams Gewest
Þ Het Waals Gewest
Þ Het Brussels Hoofstedelijk Gewest
• De federale overheid houdt zich bezig met alles wat te maken heeft met het algemeen belang.
Bv. Financiën, leger, justitie, sociale zekerheid, buitenlandse zaken, volksgezondheid, …
Het aantal regeringen à 6
- De federale regering
- De Vlaamse regering (voor het Vlaams geweest en de Vlaamse gemeenschap)
- De Waalse Gewestregering voor het Waals Gewest
- De Brussels Hoofdstedelijke Gewestregering voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
- De Franstalige Gemeenschapsregering voor de Franstalige Gemeenschap
- De Regering van de Duitstalige Gemeenschap voor de Duitstalige Gemeenschap
Hilde Crevits = minister bevoegd voor ondernemerschap/kmo’s
Ontketen je brein van Theo Compernolle
Hij zegt dat we niet meer geconcentreerd kunnen werken, waardoor onze productiviteit daalt. Hij
maakt dit duidelijk door te veronderstellen dat wij 3 soorten brein hebben:
- Het reflex brein: hier en nu reageren
- Het reflecterende brein: abstract kunnen denken
- Het archiverende brein: wat we reeds hebben
Doordat we niet meer geconcentreerd kunnen werken activeren we het reflecterend en
archiverend brein niet. Bijna één op de twee breinwerkers heeft nauwelijks nog tijd of ruimte om
na te denken op het werk.
Respondenten gaven ook aan dat ze gemiddeld maar twee keer per week drie kwartier
ongestoord op het werk op één taak kunnen focussen. Voor 14 procent is dat maar één keer, voor
14 procent nooit. 37 procent vindt het zeer moeilijk om complex intellectueel werk op kantoor te
doen, 6 procent noemt dat onmogelijk. Meer dan de helft van de ondervraagden ondervindt stress
door de talrijke onderbrekingen. Een op de vier checkt e-mails tijdens vergaderingen
4