Algemene psychologie
0. INLEIDING
0.1 PSYCHOLOGIE ALS WETENSCHAP (= VERSCHILLEND VAN MENSENKENNIS)
= Maakt gebruik van wetenschappelijke methodes.
♥ Innerlijke gedragingen (bv emoties)
♥ Uiterlijke gedragingen (bv neus optrekken)
0.1.1 VERSCHIL TUSSEN MENSENKENNIS EN PSYCHOLOGIE ALS
WETENSCHAP
♥ Wetenschap heeft ons meer zekerheid over de juistheid en conclusies van
beweringen die wij durven trekken
♥ Mensenkennis vloeit voort uit ervaringen
0.1.2 BELANG VAN PSYCHOLOGIE VOOR LKR
♥ Helpt om lln te kunnen inschatten en te motiveren
1. METHODOLOGIE
1.1 WAT IS METHODOLOGIE
= methodenleer
Evidence based = als de methodes waardoor men de kennis opdoet wetenschappelijk
zijn en als die kennis aannemelijk en bruikbaar is.
1.2 WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
1.2.1 ONDERZOEKCYCLUS (8)
Stap 1: oriënteer ♥ Terechtkomen bij onderzoeksonderwerp
onderzoeksonderwerp ♥ Door dagelijkse observaties
– Vb notities nemen op papier
Stap 2: stel onderzoeksvraag/ ♥ Onderzoeksonderwerp wordt gespecifieerd in
vragen een onderzoeksvraag
Stap 3: ontwikkel ♥ Opstellen van theoretische
onderzoeksplan verklaringsmogelijkheden
♥ Verklaring correct? → onderzoek!
♥ Om onderzoek te kunnen doen
– Verklaring vertalen naar hypothese
(= een als dan zin)
♥ Veroorzakende factoren
– Onafhankelijke variabale
(= factor die bepalend is of de oorzaak is)
– Afhankelijke variabele
(= factor die wordt beïnvloed)
Stap 4: verzamel gegevens ♥ Operationaliseren v.d hypothese in
onderzoeksplan
– Hypothese wordt omgezet naar testbare
situatie
– Kan gemeten/geobserveerd worden via
passende onderzoeksmethode
– Vb steekproef
1
, Stap 5: analyseer gegevens ♥ Gegevens worden geanalyseerd → worden
bevestigd
of
♥ Verleggen hypothese indien niet bevestigd
Stap 6: trek conclussies ♥ Conclusie trekken uit oorspronkelijke theorie
♥ Zijn evidence based
Stap 7: deel bevindingen ♥ Bevindingen → gedeeld
of
♥ Op een forum worden geplaats
Stap 8: bedenk nieuwe ♥ Bedenk nieuwe vragen
vragen ♥ Ga terug naar stap 1
1.2.2 KWALITEITSEISEN VOOR WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK (6)
(BV ROXS)
Psychologisch onderzoek → intersubjectiviteit
(= omdat psychologisch onderzoek altijd door mensen wordt uitgevoerd)
Betrouwbaa ♥ Resultaat → vrij is van meetfouten
r ♥ Door gestandaardiseerd methoden
(= afspraken maken over afname en technieken)
Valide ♥ Meten wat men wil meten
– Vb als een intelligentietest zegt dat ze intelligentie meet dan
moet ze dat meten en geen andere aspecten
Representa ♥ Opbouw v.d onderzoeksgroep (= steekproef) = opbouw v.d totale
tief populatie
– Steekproef (= selectie uit totale groep populatie)
♥ Opbouw v.d steekproef moet op belangrijke kenmerken bevatten
– Geslacht
– Leeftijd
– Response moet groot genoeg zijn
– Verhouding aantal deelnemers/niet-deelnemers → voldoende
hoog
Objectief ♥ Niet gebaseerd op meningen
♥ Subjectiviteit → uitgesloten
♥ Door
– Vaste procedure
– Dubbelblindonderzoek
(= onderzoeker en proefpersoon weten niet wat onderzocht
wordt)
Controleerb
aar en
systematisc
2
, h
1.2.3 ONDERZOEKSMETHODEN (5)
(OIE PE)
Interview, enquête, observatie en test
♥ Grote beperking
♥ Kunnen geen oorzaak van gedrag aantonen
Observatie Introspectie
= Doelbewust kijken naar hetgeen dat binnen zichzelf afspeelt
♥ Slechts toegankelijk voor persoon die zichzelf observeert
♥ Subjectief
♥ Minimum aan verbale vaardigheid nodig
♥ Ervaringen en gevoelens moeten immers vertaald worden
– Vaak retrospectie (= terugblikken op eigen gedrag)
Extrospectie
= Observatie/ waarneming van anderen
♥ Onbetrouwbare observatie
– Verkeerde interpretatie v.d observator
– Geobserveerde gedraagt zich anders
– Wordt beïnvloed doordat hij geobserveerd wordt
Interview = Mondeling/ schriftelijk vragen stellen aan proefpersonen
♥ Direct mondeling contact
♥ Neemt veel tijd in beslag
Enquête = Goedkope manier om op korte tijd info te verzamelen over
grote groep mensen
♥ Onderzoeker hoeft niet aanwezig te zijn
♥ vaste vragenlijst
Bij afnemen van interviews en enquêtes → rekening houden met
♥ Sociale wenselijkheid
(= respondenten antwoorden wat onderzoeker wil horen)
♥ Om dat uit te sluiten
– Niet altijd ware toedracht (= gebeuren) van een
onderzoek vertellen
– Gebruiken van een sociale wenselijkheidsschaal
(= peilen naar gedragingen die zowat iedereen gesteld
heeft)
– Bv een leugentje om bestwil vertellen
– Personen die aangeven dat ze zich nooit zo gedragen,
scoren hoog op sociale wenselijkheid
♥ Volgorde van de vragen
Psychologische = Test is een meetinstrument dat volgens systematische,
testen objectieve methode, onderdeel v.h gedrag onderzoekt.
♥ Bedoeling om inzicht te krijgen in een bepaald kenmerk v.d
onderzochte persoon, in vergelijking met anderen
♥ Elke test wordt geijkt voor een bepaalde groep (=
normeren)
3
, (= interpretatie v.d verkregen gegevens worden vergeleken
met de normen van een gelijkaardige groep)
Experiment ♥ Kenmerken
– Onderzoeker manipuleert onafhankelijke variabelen
– Gaat na wat het effect van die manipulatie is op
afhankelijke variabelen
♥ Goed experiment?
– Alle factoren moeten gekend zijn die invloed kunnen
hebben
♥ Factoren = variabelen
♥ Verloop
– Na analyse wijzigt men, onder controle, onafhankelijke
variabelen
– Afhankelijke variabelen worden niet gewijzigd
2. SOCIALE PSYCHOLOGIE
2.1 INLEIDING
= wetenschappelijke studie v.h gedrag en mentale processen dat hoort bij dat gedrag
van een individu.
Richten op:
♥ Gedrag tussen mensen
♥ Mentale processen tussen mensen
Groep ♥ Directe interactie
♥ Groepsleden hebben
– Gemeenschappelijke kenmerken
– Normen en waarden
♥ Gevoel van samenhorigheid
♥ Structuur waarbinnen mensen bepaalde rol innemen
– Vb gezin, schoolteam, klasgroep, voetbalclub
Collectiviteit ♥ Leden gaan zelden/ niet om met elkaar
♥ Gemeenschappelijk doel
♥ Samenhorigheidsgevoel
– Bv. politieke partij, goal bij voetbalmatch, milieubeweging
Sociale ♥ Gemeenschappelijke eigenschappen met anderen
categoriën ♥ Niet noodzakelijk delen van directe interactie/ normen en
waaren
– Bv. meisjes, niet-rokers, dansers
Togetherness ♥ Tijdelijk bij elkaar
♥ Samenhorigheidsgevoel
♥ Directe interactie
♥ Geen groepsvorming
– Wachtkamer, concert
2.2 STRUCTUUR, POSITIE, ROL, STATUS EN AANZIEN
Structuur ♥ Mensen nemen bepaalde posities in
♥ Mensen situeren zich tegenover elkaar
4
0. INLEIDING
0.1 PSYCHOLOGIE ALS WETENSCHAP (= VERSCHILLEND VAN MENSENKENNIS)
= Maakt gebruik van wetenschappelijke methodes.
♥ Innerlijke gedragingen (bv emoties)
♥ Uiterlijke gedragingen (bv neus optrekken)
0.1.1 VERSCHIL TUSSEN MENSENKENNIS EN PSYCHOLOGIE ALS
WETENSCHAP
♥ Wetenschap heeft ons meer zekerheid over de juistheid en conclusies van
beweringen die wij durven trekken
♥ Mensenkennis vloeit voort uit ervaringen
0.1.2 BELANG VAN PSYCHOLOGIE VOOR LKR
♥ Helpt om lln te kunnen inschatten en te motiveren
1. METHODOLOGIE
1.1 WAT IS METHODOLOGIE
= methodenleer
Evidence based = als de methodes waardoor men de kennis opdoet wetenschappelijk
zijn en als die kennis aannemelijk en bruikbaar is.
1.2 WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
1.2.1 ONDERZOEKCYCLUS (8)
Stap 1: oriënteer ♥ Terechtkomen bij onderzoeksonderwerp
onderzoeksonderwerp ♥ Door dagelijkse observaties
– Vb notities nemen op papier
Stap 2: stel onderzoeksvraag/ ♥ Onderzoeksonderwerp wordt gespecifieerd in
vragen een onderzoeksvraag
Stap 3: ontwikkel ♥ Opstellen van theoretische
onderzoeksplan verklaringsmogelijkheden
♥ Verklaring correct? → onderzoek!
♥ Om onderzoek te kunnen doen
– Verklaring vertalen naar hypothese
(= een als dan zin)
♥ Veroorzakende factoren
– Onafhankelijke variabale
(= factor die bepalend is of de oorzaak is)
– Afhankelijke variabele
(= factor die wordt beïnvloed)
Stap 4: verzamel gegevens ♥ Operationaliseren v.d hypothese in
onderzoeksplan
– Hypothese wordt omgezet naar testbare
situatie
– Kan gemeten/geobserveerd worden via
passende onderzoeksmethode
– Vb steekproef
1
, Stap 5: analyseer gegevens ♥ Gegevens worden geanalyseerd → worden
bevestigd
of
♥ Verleggen hypothese indien niet bevestigd
Stap 6: trek conclussies ♥ Conclusie trekken uit oorspronkelijke theorie
♥ Zijn evidence based
Stap 7: deel bevindingen ♥ Bevindingen → gedeeld
of
♥ Op een forum worden geplaats
Stap 8: bedenk nieuwe ♥ Bedenk nieuwe vragen
vragen ♥ Ga terug naar stap 1
1.2.2 KWALITEITSEISEN VOOR WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK (6)
(BV ROXS)
Psychologisch onderzoek → intersubjectiviteit
(= omdat psychologisch onderzoek altijd door mensen wordt uitgevoerd)
Betrouwbaa ♥ Resultaat → vrij is van meetfouten
r ♥ Door gestandaardiseerd methoden
(= afspraken maken over afname en technieken)
Valide ♥ Meten wat men wil meten
– Vb als een intelligentietest zegt dat ze intelligentie meet dan
moet ze dat meten en geen andere aspecten
Representa ♥ Opbouw v.d onderzoeksgroep (= steekproef) = opbouw v.d totale
tief populatie
– Steekproef (= selectie uit totale groep populatie)
♥ Opbouw v.d steekproef moet op belangrijke kenmerken bevatten
– Geslacht
– Leeftijd
– Response moet groot genoeg zijn
– Verhouding aantal deelnemers/niet-deelnemers → voldoende
hoog
Objectief ♥ Niet gebaseerd op meningen
♥ Subjectiviteit → uitgesloten
♥ Door
– Vaste procedure
– Dubbelblindonderzoek
(= onderzoeker en proefpersoon weten niet wat onderzocht
wordt)
Controleerb
aar en
systematisc
2
, h
1.2.3 ONDERZOEKSMETHODEN (5)
(OIE PE)
Interview, enquête, observatie en test
♥ Grote beperking
♥ Kunnen geen oorzaak van gedrag aantonen
Observatie Introspectie
= Doelbewust kijken naar hetgeen dat binnen zichzelf afspeelt
♥ Slechts toegankelijk voor persoon die zichzelf observeert
♥ Subjectief
♥ Minimum aan verbale vaardigheid nodig
♥ Ervaringen en gevoelens moeten immers vertaald worden
– Vaak retrospectie (= terugblikken op eigen gedrag)
Extrospectie
= Observatie/ waarneming van anderen
♥ Onbetrouwbare observatie
– Verkeerde interpretatie v.d observator
– Geobserveerde gedraagt zich anders
– Wordt beïnvloed doordat hij geobserveerd wordt
Interview = Mondeling/ schriftelijk vragen stellen aan proefpersonen
♥ Direct mondeling contact
♥ Neemt veel tijd in beslag
Enquête = Goedkope manier om op korte tijd info te verzamelen over
grote groep mensen
♥ Onderzoeker hoeft niet aanwezig te zijn
♥ vaste vragenlijst
Bij afnemen van interviews en enquêtes → rekening houden met
♥ Sociale wenselijkheid
(= respondenten antwoorden wat onderzoeker wil horen)
♥ Om dat uit te sluiten
– Niet altijd ware toedracht (= gebeuren) van een
onderzoek vertellen
– Gebruiken van een sociale wenselijkheidsschaal
(= peilen naar gedragingen die zowat iedereen gesteld
heeft)
– Bv een leugentje om bestwil vertellen
– Personen die aangeven dat ze zich nooit zo gedragen,
scoren hoog op sociale wenselijkheid
♥ Volgorde van de vragen
Psychologische = Test is een meetinstrument dat volgens systematische,
testen objectieve methode, onderdeel v.h gedrag onderzoekt.
♥ Bedoeling om inzicht te krijgen in een bepaald kenmerk v.d
onderzochte persoon, in vergelijking met anderen
♥ Elke test wordt geijkt voor een bepaalde groep (=
normeren)
3
, (= interpretatie v.d verkregen gegevens worden vergeleken
met de normen van een gelijkaardige groep)
Experiment ♥ Kenmerken
– Onderzoeker manipuleert onafhankelijke variabelen
– Gaat na wat het effect van die manipulatie is op
afhankelijke variabelen
♥ Goed experiment?
– Alle factoren moeten gekend zijn die invloed kunnen
hebben
♥ Factoren = variabelen
♥ Verloop
– Na analyse wijzigt men, onder controle, onafhankelijke
variabelen
– Afhankelijke variabelen worden niet gewijzigd
2. SOCIALE PSYCHOLOGIE
2.1 INLEIDING
= wetenschappelijke studie v.h gedrag en mentale processen dat hoort bij dat gedrag
van een individu.
Richten op:
♥ Gedrag tussen mensen
♥ Mentale processen tussen mensen
Groep ♥ Directe interactie
♥ Groepsleden hebben
– Gemeenschappelijke kenmerken
– Normen en waarden
♥ Gevoel van samenhorigheid
♥ Structuur waarbinnen mensen bepaalde rol innemen
– Vb gezin, schoolteam, klasgroep, voetbalclub
Collectiviteit ♥ Leden gaan zelden/ niet om met elkaar
♥ Gemeenschappelijk doel
♥ Samenhorigheidsgevoel
– Bv. politieke partij, goal bij voetbalmatch, milieubeweging
Sociale ♥ Gemeenschappelijke eigenschappen met anderen
categoriën ♥ Niet noodzakelijk delen van directe interactie/ normen en
waaren
– Bv. meisjes, niet-rokers, dansers
Togetherness ♥ Tijdelijk bij elkaar
♥ Samenhorigheidsgevoel
♥ Directe interactie
♥ Geen groepsvorming
– Wachtkamer, concert
2.2 STRUCTUUR, POSITIE, ROL, STATUS EN AANZIEN
Structuur ♥ Mensen nemen bepaalde posities in
♥ Mensen situeren zich tegenover elkaar
4