Leerdoelen week 1:
Uitleggen wat bedoeld wordt met de begrippen missie, visie, strategie en
toekomstbeeld;
Missie: de missie van een organisatie bestaat uit een beschrijving van product-
marktcombinaties en de manier waarop men hiermee een structureel concurrentievoordeel
kan realiseren.
Visie: een visie is een algemeen gedachtebeeld of voorstelling van de toekomst van een
organisatie. Visie = missie + pricipes.
Strategie: een plan, waarin staat aangegeven wat een organisatie wil doen om zijn
doelstellingen te realiseren.
Toekomstbeeld: wat een bedrijf/ organisatie in de toekomst (bijv. over 5 jaar) wil bereiken.
Aan de hand van
een casus de verschillende fasen binnen het klassieke proces van strategisch
management onderscheiden;
Bij de klassieke benadering van strategisch management gaat het erom de organisatie te
richten op de omgeving. Dit gebeurt door eerst te analyseren op wat voor gebieden de
organisatie sterk of zwak is en vervolgens de omgeving van de organisatie te ‘scannen’ wat
betreft mogelijke kansen en bedreigingen.
Het proces van strategisch
management bestaat uit drie fasen,
namelijk:
1. Situatieanalyse;
2. Strategievorming;
3. Plannen en implementatie.
, 1. Situatieanalyse → SWOT-analyse:
- Definitie van de huidige visie, doelstellingen en strategie (zie leerdoel 1);
- Intern onderzoek (zie tabel
hieronder);
- Extern onderzoek (zie tabel
hieronder).
2. Strategievorming:
De strategievorming bestaat uit drie fasen, namelijk:
1. Vaststellen van het toekomstbeeld;
2. Ontwikkelen van verschillende strategieën;
3. Evaluatie en keuze.
1. Er wordt in deze fase vooral gekeken of de organisatie de gekozen doelstelling in de
toekomst met behulp van de huidige strategie kan realiseren. Wanneer hier een
afwijking is tussen de wenselijkheid en de werkelijkheid, dan zal de strategie of zullen
de doelstellingen moeten worden bijgewerkt.
2.
Op basis van marktaandeel:
- Marktleider: deze organisaties hebben het grootste marktaandeel in hun markt en
worden door de andere organisaties gezien als oriëntatiepunt;
- Uitdagers: dit zijn organisaties die als doelstelling hebben marktleider te worden,
hebben de volgende concurrentiestrategieën:
De marktleider frontaal aanvallen: de uitdager bestrijdt de marktleider met
marketinginstrumenten, waarmee de marktleider zelf tot dusverre succesvol bleek
te zijn.
De marktleider in de flank aanvallen: dan hanteert de uitdager
marketinginstrumenten of andere sterke punten van de eigen organisatie, die bij
de marktleider minder sterk zijn ontwikkeld.
De marktleider omcirkelen: de uitdager valt de marktleider met tal van
marketinginstrumenten op een veelheid van fronten aan.
De marktleider aanvallen via een omweg: dit betekent het aangaan van de
concurrentie op andere markten dan waar de marktleider opereert.
Guerrillastrategie: hierbij heeft de uitdager als doel de marktleider met korte
aanvallen op verschillende punten uit het evenwicht te brengen (bijv.
prijskortingen).
- Volger: hebben niet als doel marktleider te worden, drie concurrerende strategieën: