Scheikunde – VWO4 - oefentoets zouten H4 met
uitwerkingen
Vanadium
Het element vanadium (symbool V) komt voor in het zout natriumvanadaat, Na3VO4. Dit zout
is opgebouwd uit slechts twee soorten ionen.
1. Leid uit de formule van natriumvanadaat de formule van het vanadaation af.
2. Bereken hoeveel gram natriumvanadaat moet worden opgelost in
200,0 mL water om een oplossing van 0,250 M te krijgen.
3. De 0,250 M oplossing wordt verdund tot een oplossing met een molariteit van
0,0020 M. Wat is de verdunningsfactor?
Titratie
Om de molariteit van een oplossing zoutzuur te bepalen moet een titratie uitgevoerd
worden met natronloog (NaOH). De molariteit van de oplossing natronloog luistert zeer
nauw. De natronloog moet een molariteit krijgen van 0,1000 M. Voor de proef wordt een
voorraad van 200,0 ml gemaakt. De voorraad krijgt een hogere molariteit, waarna er
verdund wordt om preciezer te werk te gaan.
4. Geef de reactievergelijking voor het oplossen van natronloog. Houd rekening met
toestandsaanduidingen.
5. Hoeveel gram natronloog moet er opgelost worden in 200,0 ml voor een molariteit van
2,4000 M? Geef je antwoord in de wetenschappelijke notatie.
6. Vervolgens moet de voorraad verdund worden om een molariteit van 0,1000 M te krijgen.
Wat is de verdunningsfactor?
7. Kaliumdichromaat (K2Cr2O7) bestaat uit twee soorten ionen. Leid vanuit de zoutformule
af wat de lading van het negatieve ion is.
Opdracht 8. Systematische naam
Geef van de volgende stoffen aan of het een metaal, een moleculaire stof of een zout
betreft. Maak eventueel gebruik van Binas tabel 99. Geef de stof vervolgens de
systematische naam.
HgBr2(s)
H2S(g)
CO(g)
, Cr(s)
K3PO4(s)
SeCl4(s)
Ca(OH)2
NH4NO3(s)
Co(s)
Opdracht 9. Verhoudingsformule
Geef de verhoudingsformule van de volgende zouten.
Kaliumbromide
Calciumchloride
Magnesiumsulfaat
Natriumfosfaat
Aluminiumcarbonaat
Natriumsulfide
IJzer(III)nitraat
Lood(IV)oxide
Opdracht 10. Zouten
Geef met behulp van Binas tabel 45A aan welke van de volgende zouten goed oplosbaar zijn
in water. (Meerkeuze)
Calciumcarbonaat
Natriumfosfaat
Zilvernitraat
Magnesiumhydroxide
Lood(II)sulfiet
uitwerkingen
Vanadium
Het element vanadium (symbool V) komt voor in het zout natriumvanadaat, Na3VO4. Dit zout
is opgebouwd uit slechts twee soorten ionen.
1. Leid uit de formule van natriumvanadaat de formule van het vanadaation af.
2. Bereken hoeveel gram natriumvanadaat moet worden opgelost in
200,0 mL water om een oplossing van 0,250 M te krijgen.
3. De 0,250 M oplossing wordt verdund tot een oplossing met een molariteit van
0,0020 M. Wat is de verdunningsfactor?
Titratie
Om de molariteit van een oplossing zoutzuur te bepalen moet een titratie uitgevoerd
worden met natronloog (NaOH). De molariteit van de oplossing natronloog luistert zeer
nauw. De natronloog moet een molariteit krijgen van 0,1000 M. Voor de proef wordt een
voorraad van 200,0 ml gemaakt. De voorraad krijgt een hogere molariteit, waarna er
verdund wordt om preciezer te werk te gaan.
4. Geef de reactievergelijking voor het oplossen van natronloog. Houd rekening met
toestandsaanduidingen.
5. Hoeveel gram natronloog moet er opgelost worden in 200,0 ml voor een molariteit van
2,4000 M? Geef je antwoord in de wetenschappelijke notatie.
6. Vervolgens moet de voorraad verdund worden om een molariteit van 0,1000 M te krijgen.
Wat is de verdunningsfactor?
7. Kaliumdichromaat (K2Cr2O7) bestaat uit twee soorten ionen. Leid vanuit de zoutformule
af wat de lading van het negatieve ion is.
Opdracht 8. Systematische naam
Geef van de volgende stoffen aan of het een metaal, een moleculaire stof of een zout
betreft. Maak eventueel gebruik van Binas tabel 99. Geef de stof vervolgens de
systematische naam.
HgBr2(s)
H2S(g)
CO(g)
, Cr(s)
K3PO4(s)
SeCl4(s)
Ca(OH)2
NH4NO3(s)
Co(s)
Opdracht 9. Verhoudingsformule
Geef de verhoudingsformule van de volgende zouten.
Kaliumbromide
Calciumchloride
Magnesiumsulfaat
Natriumfosfaat
Aluminiumcarbonaat
Natriumsulfide
IJzer(III)nitraat
Lood(IV)oxide
Opdracht 10. Zouten
Geef met behulp van Binas tabel 45A aan welke van de volgende zouten goed oplosbaar zijn
in water. (Meerkeuze)
Calciumcarbonaat
Natriumfosfaat
Zilvernitraat
Magnesiumhydroxide
Lood(II)sulfiet