Cartilago articularis = gewrichtskraakbeen, waardoor
beide gewrichtstukken kunnen bewegen. Ruimer dan de
gewrichtsspleet. Stevig maar gelatineachtige consistentie
Synovium (gewrichtsvocht) = maakt het schuren
minder, is een soort olie. Vloeibare materie die samen
gehouden wordt door een gewrichtskapsel. Heeft de
textuur van rauw eiwit.
Capsula articularis (gewrichtskapsel) = zak die
rondom het gewricht zit, waar het gewrichtsvocht zich in
bevindt. Houdt niet de gewrichten bij elkaar
Stratum synoviale (synoviaal vlies) = zit aan de binnenzijde van de capsula
articularis. Is blinkend en rijk aan bloedvaten. Hier wordt het gewrichtsvocht
geproduceerd en komt het in de gewrichtsholte
Gewrichtsholte = is niet enkel in de gewrichtsspleet, maar kent uitzakkingen.
Moet de beweging toelaten. Hierdoor kan gewrichtsvocht makkelijk geaspireerd
te worden.
Synoviale vlokken = vlokken die gemaakt worden door synovium op bepaalde
plaatsen. Kunnen zorgen voor een secundaire infectie
Ligamentum collaterale (collateraal banden) =
houden de beide beenderen bij elkaar. Stevige en dikke
banden. Kunnen ook in het gewricht liggen
Intracapsulair = in het gewricht