Tijdvak 10: Televisie en computer (1950-nu)
10.1 Dekolonisatie.
- de dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de
wereld.
JO: vanaf 1870: Modern Imperialisme.
Vanaf 1919: verzet tegen de westerse hegemonie -> overheersing.
Vanaf 1945: Dekolonisatie. Westerse koloniën worden onafhankelijk.
Dekolonisatie verloopt in drie golven:
1. Zuidoost-Azië/ Midden-Oosten: 1945-1953.
2. Afrika: 1951-1980.
3. Caraïben: 1965-1975.
Oorzaken voor de opkomst van de nationalistische bewegingen:
(zelfde tijdvak 9)
Economie:
- economische uitbuiting.
- Economische wereldcrisis van de jaren ‘30, ook koloniën worden
getroffen omdat ze minder geld krijgen en meer worden uitgebuit.
Politiek:
- geen inspraak in het bestuur
cultuur:
- Europees onderwijs van de elite
- Beschavingsoffensief (verzet)
groei nationalisme.
Internationale ontwikkelingen:
- grootmachten VS en de Sovjetunie waren tegen het imperialisme.
Oorzaken voor dekolonisatie na 1945:
WOII: Japan had laten zien dat westerse mogendheden te verslaan waren.
Japan had veel koloniën van westerse landen in beslag genomen. Als de
Japanners na WOII weer worden verdrongen uit die koloniën, dat de
nationalisten meteen de onafhankelijkheid uitroepen.
Koude Oorlog: Sovjetunie en VS wilden zoveel mogelijk bondgenoten.
Gevolgen van de dekolonisatie voor de nieuwe naties:
Politiek: dictaturen en (burger)oorlogen, want ze wisten niet meer hoe ze hun
eigen land moesten regeren.
Economie: economische overheersing en uitbuiting door het westen gaat
gewoon nog door, de westerse bedrijven blijven.
10.2 Koude Oorlog.
- de verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep
van een wapenwedsloop en de daaruit voorvloeiende dreiging van een
atoomoorlog.
JO: Koude oorlog: periode van vijandschap tussen de VS en de Sovjetunie
(1945-1989). VS -> kapitalisme, democratie en vrije markteconomie.
Sovjetunie -> communisme, dictatuur en planeconomie. Het zijn
tegengestelde ideologieën. Vijandbeelden -> Sovjetunie over VS: Westers
imperialisme, met bedrijven. VS over Sovjetunie: communistische
, wereldrevolutie. Stalin liet zijn leger na WOII in de oosterse landen staan. Hij
zei dat hij dat deed voor bescherming, zodat de Sovjetunie niet nog een keer
aangevallen werd, maar de VS zag het als begin van die communistische
wereldrevolutie. Blokvorming: tijdens de Koude Oorlog vormden zich twee
vijandige ideologisch tegengestelde blokken. Westen aan VS zijn kant,
Oosten aan Sovjetunie. Die grens daartussen wordt ook het IJzeren Gordijn
genoemd. VS wilden dat het westen uit communistische handen bleef en
deed dat met behulp van het containmentpolitiek: uitbreiding van het
communisme moet voorkomen worden door het in te dammen. Dit gebeurt
door middel van economische en militaire steun. ‘De Marshall hulp’. In 1949
wordt China communistisch, niet door Sovjetunie. VS schrok ervan en was
bang dat de landen van de dekolonisatie in Indonesië ook communistisch
werden en gaven hun ook hulp/steun. Tussen de VS en Sovjetunie ontstaat
een wapenwedloop: race om het sterkste wapenarsenaal te krijgen
(atoomwapens). Dit vergrootte de kans op een atoomoorlog, dat moest
voorkomen worden. Dit zorgde ook voor wederzijdse afschrikking, omdat ze
beide zoveel atoomwapens hadden. Ze hebben elkaar dus ook nooit direct
aangevallen.
Belangrijke conflicten in de Koude Oorlog:
- Berlijn (1947-1989) -> Berlijn wordt na WOII opgesplitst met de
Berlijnse muur in het midden. Westen onder leiding van het kapitalisme
en oosten onder leider van het communisme.
- Koreaoolog (1950-1953) -> conflict tussen communisme noorden en
kapitalistische – democratische zuiden. Noorden wordt gesteund door
Sovjetunie en China. Zuiden door de VS. Zo vochten ze dus wel tegen
het communisme, maar niet direct tegen de Sovjetunie.
- Cubacrisis (1962) -> ligt voor VS, maar is bondgenoot van Sovjetunie
en is communistisch. VS kwam erachter dat Sovjetunie raketten
brachten naar Cuba. VS kon dus makkelijk aan worden gevallen met
atoomwapens. Na veel gebluf loopt het met een sisser af. Sovjetunie
trekt terug, en wapens worden niet geplaats. Dit was het hoogtepunt
van de spanningen in de Koude Oorlog.
- Vietnamoorlog (1945-1973) -> Vietnam is onafhankelijk van Frankrijk
geworden onder leiding van een communist. VS wilt niet dat heel
Vietnam communistisch wordt en gaat ermee bemoeien. 1965 -> stuurt
VS soldaten. 8 jaar lang verschrikkelijk gevochten en VS verliest.
Vietnam wordt toch communistisch.
Het einde van de Koude Oorlog.
- Wedloop was voor Sovjetunie niet vol te houden. In 1985 komt er een
nieuwe communistische leider Michal Gorbatsjov en dan veranderd
veel. Hij wilt en zorgt voor glasnost (openheid) -> alles moest openlijk
besproken kunnen worden en perestrojka (hervorming) -> verandering
in economie en politiek om de SU gezonder te maken.
- Hervormingen van Gorbatsjov leiden tot meer vrijheid in Oost-Europa
en in 1989 valt de Berlijnse muur.
10.1 Dekolonisatie.
- de dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de
wereld.
JO: vanaf 1870: Modern Imperialisme.
Vanaf 1919: verzet tegen de westerse hegemonie -> overheersing.
Vanaf 1945: Dekolonisatie. Westerse koloniën worden onafhankelijk.
Dekolonisatie verloopt in drie golven:
1. Zuidoost-Azië/ Midden-Oosten: 1945-1953.
2. Afrika: 1951-1980.
3. Caraïben: 1965-1975.
Oorzaken voor de opkomst van de nationalistische bewegingen:
(zelfde tijdvak 9)
Economie:
- economische uitbuiting.
- Economische wereldcrisis van de jaren ‘30, ook koloniën worden
getroffen omdat ze minder geld krijgen en meer worden uitgebuit.
Politiek:
- geen inspraak in het bestuur
cultuur:
- Europees onderwijs van de elite
- Beschavingsoffensief (verzet)
groei nationalisme.
Internationale ontwikkelingen:
- grootmachten VS en de Sovjetunie waren tegen het imperialisme.
Oorzaken voor dekolonisatie na 1945:
WOII: Japan had laten zien dat westerse mogendheden te verslaan waren.
Japan had veel koloniën van westerse landen in beslag genomen. Als de
Japanners na WOII weer worden verdrongen uit die koloniën, dat de
nationalisten meteen de onafhankelijkheid uitroepen.
Koude Oorlog: Sovjetunie en VS wilden zoveel mogelijk bondgenoten.
Gevolgen van de dekolonisatie voor de nieuwe naties:
Politiek: dictaturen en (burger)oorlogen, want ze wisten niet meer hoe ze hun
eigen land moesten regeren.
Economie: economische overheersing en uitbuiting door het westen gaat
gewoon nog door, de westerse bedrijven blijven.
10.2 Koude Oorlog.
- de verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep
van een wapenwedsloop en de daaruit voorvloeiende dreiging van een
atoomoorlog.
JO: Koude oorlog: periode van vijandschap tussen de VS en de Sovjetunie
(1945-1989). VS -> kapitalisme, democratie en vrije markteconomie.
Sovjetunie -> communisme, dictatuur en planeconomie. Het zijn
tegengestelde ideologieën. Vijandbeelden -> Sovjetunie over VS: Westers
imperialisme, met bedrijven. VS over Sovjetunie: communistische
, wereldrevolutie. Stalin liet zijn leger na WOII in de oosterse landen staan. Hij
zei dat hij dat deed voor bescherming, zodat de Sovjetunie niet nog een keer
aangevallen werd, maar de VS zag het als begin van die communistische
wereldrevolutie. Blokvorming: tijdens de Koude Oorlog vormden zich twee
vijandige ideologisch tegengestelde blokken. Westen aan VS zijn kant,
Oosten aan Sovjetunie. Die grens daartussen wordt ook het IJzeren Gordijn
genoemd. VS wilden dat het westen uit communistische handen bleef en
deed dat met behulp van het containmentpolitiek: uitbreiding van het
communisme moet voorkomen worden door het in te dammen. Dit gebeurt
door middel van economische en militaire steun. ‘De Marshall hulp’. In 1949
wordt China communistisch, niet door Sovjetunie. VS schrok ervan en was
bang dat de landen van de dekolonisatie in Indonesië ook communistisch
werden en gaven hun ook hulp/steun. Tussen de VS en Sovjetunie ontstaat
een wapenwedloop: race om het sterkste wapenarsenaal te krijgen
(atoomwapens). Dit vergrootte de kans op een atoomoorlog, dat moest
voorkomen worden. Dit zorgde ook voor wederzijdse afschrikking, omdat ze
beide zoveel atoomwapens hadden. Ze hebben elkaar dus ook nooit direct
aangevallen.
Belangrijke conflicten in de Koude Oorlog:
- Berlijn (1947-1989) -> Berlijn wordt na WOII opgesplitst met de
Berlijnse muur in het midden. Westen onder leiding van het kapitalisme
en oosten onder leider van het communisme.
- Koreaoolog (1950-1953) -> conflict tussen communisme noorden en
kapitalistische – democratische zuiden. Noorden wordt gesteund door
Sovjetunie en China. Zuiden door de VS. Zo vochten ze dus wel tegen
het communisme, maar niet direct tegen de Sovjetunie.
- Cubacrisis (1962) -> ligt voor VS, maar is bondgenoot van Sovjetunie
en is communistisch. VS kwam erachter dat Sovjetunie raketten
brachten naar Cuba. VS kon dus makkelijk aan worden gevallen met
atoomwapens. Na veel gebluf loopt het met een sisser af. Sovjetunie
trekt terug, en wapens worden niet geplaats. Dit was het hoogtepunt
van de spanningen in de Koude Oorlog.
- Vietnamoorlog (1945-1973) -> Vietnam is onafhankelijk van Frankrijk
geworden onder leiding van een communist. VS wilt niet dat heel
Vietnam communistisch wordt en gaat ermee bemoeien. 1965 -> stuurt
VS soldaten. 8 jaar lang verschrikkelijk gevochten en VS verliest.
Vietnam wordt toch communistisch.
Het einde van de Koude Oorlog.
- Wedloop was voor Sovjetunie niet vol te houden. In 1985 komt er een
nieuwe communistische leider Michal Gorbatsjov en dan veranderd
veel. Hij wilt en zorgt voor glasnost (openheid) -> alles moest openlijk
besproken kunnen worden en perestrojka (hervorming) -> verandering
in economie en politiek om de SU gezonder te maken.
- Hervormingen van Gorbatsjov leiden tot meer vrijheid in Oost-Europa
en in 1989 valt de Berlijnse muur.