Thema 6 werking van ecosystemen
1) Ecologie bestudeert ecosystemen
Biotische en abiotische factoren beïnvloeden leefomstandigheden in een biotoop:
Biotische factoren: alle levende factoren mens, bacterie
Abiotische factoren: alle niet-levende factoren temperatuur, water, co2, mineralen, zon
Relaties tussen vijverorganismen en/of relaties met hun omgeving:
Fotosynthese: waterpest heeft nood aan
- H2O, licht en CO2 om O2 aan te maken. O2 wordt deels aan water afgegeven.
- Mineralen om te kunnen groeien (= voedingsstoffen/ nutriënten voor planten)
Verbruik van O2:
- Vijverorganismen verbruiken O2 voor celademhaling en geven CO2 af
- Schimmels en bacteriën verbruiken veel O2 voor afbraak van plantaardig en dierlijk afval tot
mineralen
Vissen = verstorende factor:
- Sommige vissoorten woelen in bodem op zoek naar voedsel water wordt troebel
fotosyntheseactiviteit van waterpest neemt af
- Vissoorten (planteneters) = rechtstreekse bedreiging voor waterpest:
Te veel vis in vijver overmaat aan uitwerpselen omgezet door bacteriën en schimmels naar
mineralen mineraalrijk water
Algen:
- Grote hoeveelheden mineralen algenbloei te weinig licht voor waterpest algen en
mineralen zijn lichtconcurenten waterpest verdwijnt uit levensgemeenschap van vijver
- Algen doen aan fotosynthese ≠ voldoende voor zuurstofvoorziening voor vijver:
Algen vermenigvuldigen snel en sterven snel af afbraak van dode algen door bacteriën en
schimmels veel O2 verbruikt zuurstoftekort in vijver
Om vispopulatie in toom te houden zijn natuurlijke vijanden nodig blauwe reiger
Ecosysteem: geheel van relaties tussen de organismen van een levensgemeenschap én de relaties tussen die
organismen en de abiotische factoren van de biotoop
Ecologie: wetenschap die de ecosystemen bestudeert
, VERSCHILLENDE NIVEAUS VAN ECOLOGISCH ONDERZOEK
Niveau van het individu:
Invloed van omgeving van individu bestuderen
Niveau van de populatie:
Populatie = groep individuen van dezelfde soort in bepaald gebied, die zich onderling voortplanten
Niveau van de levensgemeenschap:
Levensgemeenschap = populaties van verschillende soorten die samen leven
Ecoloog onderzoekt hoe al die populaties elkaar beïnvloeden
Niveau van een ecosyteem:
Ecoloog onderzoekt veelheid van relaties binnen een ecosysteem
INVASIEVE SOORT: exoten die in een gebied terecht komen, door de mens – gewild of ongewild –, waar ze niet
thuis horen en door hun verspreiding schade veroorzaken aan plaatselijke levensgemeenschap
Invasieve soorten verdringen de inheemse soorten ontwrichten leefomgeving
Toenemende kennis over ecosystemen voordelen
snelle achteruitgang v/d biodiversiteit een halt toe roepen
2) VOEDSELRELATIES IN EEN ECOSYSTEEM
VOEDSELKETEN EN VOEDSELWEB:
Voedselketen: aaneenschakeling van organismen of schakels, waarbij een organisme uit de keten zich voedt
met de vorige schakel en zelf voedsel is voor de volgende schakel.
Voedselweb: verbonden voedselketens
VOORTBRENGERS OF PRODUCENTEN planten
Begin van elke voedselketen
Planten en enkele bacteriën maken zelf energierijke stoffen aan autotrofe organismen
VERBRUIKERS OF CONSUMENTEN mensen en dieren
2e stap van voedselketen leven rechtstreeks van plantaardig materiaal
Mensen, dieren, zwammen en meeste bacteriën voeden zich met energierijke stoffen van andere levende
organismen heterotrofe organismen
Predator: dier dat zijn prooi actief bejaagt om te doden
Toppredator: laatste predator van een voedselketen