Thomas ten Berge 12-okt.-15
S2882388
Wg 1.1
ARW 1 rechtsvorming week 6
Vragen:
1) A: Onrechtmatige daad, volgens artikel 6:162 BW lid 2, gezien hij
schade toebrengt aan Krent. En dit gebeurt terwijl hij de wet
overtreedt, namelijk te hard rijden in de binnenstad volgens art 5.
WVW. Inbreuk op een recht, strijd met wettelijke plicht.
Schuldaansprakelijkheid. Materiele schade. Schade is gevolg.
Redelijk toerekenbaar.
B: Nee, de strafrechtelijke zaak staat in zoverre los van de
schadevergoedingsprocedure dat deze apart zullen worden
behandeld en het 1 niet direct gevolge heeft voor het ander. Ook is
de schadevergoeding om Krent in zijn schadevergoeding te voorzien
en heeft de boete Braaksma krijgt hier geen aandeel in. Doel
strafrecht – vergelding, doel civielrecht - compensatie
C: Nee, omwille van hetzelfde als genoemd bij B, dit zijn
verschillende procedures.
2) Nee, gezien deze schade niet aan Zwart kan worden toegerekend,
het is immers de fout van Minnema die tegen de auto van Zwart
aanrijdt in een dronken bui waarna op zijn beurt de auto van Zwart
de auto van Kregel raakt. Volgens art 6:162 lid 1 BW moet de schade
toegerekend kunnen worden om schadevergoeding te eisen. Wel
zouden Zwart en Kregel schadevergoeding kunnen eisen bij
Minnema. Geen sprake van onrechtmatige gedraging bij zwart.
3) Nee, Kurk was op de hoogte gezien hij al 15 jaar klant is en het
ongeval waarom deze regel van de ladders er was een jaar geleden
is gebeurd. Ook had hij op grond van zijn beroep moeten kunnen
weten dat dit zou kunnen gebeuren. Hierom is de schade die uit het
ongeval is voortgekomen niet toe te rekenen aan De Houten Klomp,
art. 6:186 BW. Gebrekkig product. Onrechtmatige gedraging,
zorgvuldigheidsnormen – gevaarzetting. (Kelderluik arrest.) criteria:
1. Waarschijnlijkheid slachtoffer gevaar onderkent. (Moet uit worden
gegaan van gemiddeld persoon.) 2. Kans op een ongeval. 3. Ernst
mogelijke gevolgen. 4. Makkelijk maatregelen treffen.
Sprake van schuldaansprakelijkheid, immateriële schade(letsel) en
materiële schade(inkomsten), verband tussen schade en daad, wel
toerekenbaar. Mate eigenschuld slachtoffer, 6:101.
4) Ja, op grond van art. 431 Sr, dit valt onder verstoren van de
openbare orde, geluidshinder. Gezien er wordt gesteld dat de hele
dag en avond hardrock blèrt kan het worden gezien als burengerucht
dat de nachtrust verstoord. 3:13 misbruik van bevoegdheden. 5:37
Hinder.
5) Ja, het betreft onrechtmatige daad gezien er een inbreuk op haar
recht is. Art 12. GW stelt dat het binnentreden van een woning
zonder toestemming van de bewoner niet is geoorloofd. Art 138 sr
En volgens art 285b sr is het lastigvallen op straat een misdrijf tegen
de persoonlijke vrijheid. Steen zou een straatverbod kunnen
aanvragen tegen Wol. Strijd met wettelijke plicht, en strijd met recht.
Schuldaansprakelijkheid, immateriële schade (gederfde
levensvreugde, art 6:106).
, Thomas ten Berge 12-okt.-15
S2882388
Wg 1.1
6) Ja, op grond van onverschuldigde betaling. Art. 6:203-1 BW
rechtmatige daad
7) Onjuist, dit geld alleen voor onverschuldigde betaling, in dit geval is
het een verschuldigde betaling die verjaard is, dus een natuurlijke
verbintenis, hier hoeft niet aan voldaan te worden maar gebeurt dit
wel dan geld deze gewoon en is het geen onverschuldigde betaling
zoals bedoeld in art. 6:203 BW art 6:3
8) A: onjuist, het hoeft niet per se te wijten te zijn aan de schuld van de
dader, ook als hij hiervoor aansprakelijk is kan er schadeplichtigheid
ontstaan. 6:162-3 BW
B: juist, er is altijd een causaal verband nodig tussen de
schadeplichtigheid en de schade. De schade moet rechtstreeks
volgens uit de onrechtmatige daad.
C: onjuist, de schadevergoeding die opgelegd kan worden door de
civiele rechter is afhankelijk van wat de eiser vraagt als
schadevergoeding. Art. 6:103 BW.
9) Onjuist, volgens art 6:170 BW is een werkgever aansprakelijk voor
de onrechtmatige daad van zijn ondergeschikte mits dit in dienst
verband is, en dat is in dit geval wel zo. Ze zijn beide hoofdelijk
aansprakelijk art 6:102. Alleen brandschoon is draagplichtig, tenzij
opzet was van werknemer. Werknemer kan zeggen dat hij het
betaald en weer verhaald bij zijn werkgever.
10) A: juist, het woord wettelijk drukt uit wet in formele zin. Deze
gelden voor iedereen.
B: Juist, op basis van het legaliteitsvereiste art. 1 Sr
11) Onjuist, de Hoge Raad maakte gebruik van een 4-tal criteria
zijnde:
- Mate van waarschijnlijkheid waarmee de niet-inachtneming van
de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid kan worden
verwacht.
- Hoegrootheid van de kans dat daaruit ongevallen ontstaan.
- De ernst die de gevolgen daarvan kunnen hebben
- De mate van bezwaarlijkheid van de te nemen
veiligheidsmaatregelen
12) Onjuist, de relativiteit, die inhoudt dat de norm moet strekken
tot bescherming van het geschonden belang, wordt aanwezig
beschouwd, tenzij de gedaagde het ontbreken hiervan bewijst. Art
6:163 BW
13) Onjuist, volgens art 6:169-2 BW zijn de ouders van een kind
maar aansprakelijk tot de leeftijd van 14 en aansprakelijk mits ze de
schade hadden kunnen beletten bij een leeftijd van 14 en 15. Bij de
leeftijd van 16 en ouder is het kind zelf aansprakelijk.
Schema onrechtmatige daad (ORMD)
Art. 6:162-1 BW
Criteria:
1) Onrechtmatige gedraging (6:162-2)
o Inbreuk op een recht
o Strijd met een wettelijke plicht
S2882388
Wg 1.1
ARW 1 rechtsvorming week 6
Vragen:
1) A: Onrechtmatige daad, volgens artikel 6:162 BW lid 2, gezien hij
schade toebrengt aan Krent. En dit gebeurt terwijl hij de wet
overtreedt, namelijk te hard rijden in de binnenstad volgens art 5.
WVW. Inbreuk op een recht, strijd met wettelijke plicht.
Schuldaansprakelijkheid. Materiele schade. Schade is gevolg.
Redelijk toerekenbaar.
B: Nee, de strafrechtelijke zaak staat in zoverre los van de
schadevergoedingsprocedure dat deze apart zullen worden
behandeld en het 1 niet direct gevolge heeft voor het ander. Ook is
de schadevergoeding om Krent in zijn schadevergoeding te voorzien
en heeft de boete Braaksma krijgt hier geen aandeel in. Doel
strafrecht – vergelding, doel civielrecht - compensatie
C: Nee, omwille van hetzelfde als genoemd bij B, dit zijn
verschillende procedures.
2) Nee, gezien deze schade niet aan Zwart kan worden toegerekend,
het is immers de fout van Minnema die tegen de auto van Zwart
aanrijdt in een dronken bui waarna op zijn beurt de auto van Zwart
de auto van Kregel raakt. Volgens art 6:162 lid 1 BW moet de schade
toegerekend kunnen worden om schadevergoeding te eisen. Wel
zouden Zwart en Kregel schadevergoeding kunnen eisen bij
Minnema. Geen sprake van onrechtmatige gedraging bij zwart.
3) Nee, Kurk was op de hoogte gezien hij al 15 jaar klant is en het
ongeval waarom deze regel van de ladders er was een jaar geleden
is gebeurd. Ook had hij op grond van zijn beroep moeten kunnen
weten dat dit zou kunnen gebeuren. Hierom is de schade die uit het
ongeval is voortgekomen niet toe te rekenen aan De Houten Klomp,
art. 6:186 BW. Gebrekkig product. Onrechtmatige gedraging,
zorgvuldigheidsnormen – gevaarzetting. (Kelderluik arrest.) criteria:
1. Waarschijnlijkheid slachtoffer gevaar onderkent. (Moet uit worden
gegaan van gemiddeld persoon.) 2. Kans op een ongeval. 3. Ernst
mogelijke gevolgen. 4. Makkelijk maatregelen treffen.
Sprake van schuldaansprakelijkheid, immateriële schade(letsel) en
materiële schade(inkomsten), verband tussen schade en daad, wel
toerekenbaar. Mate eigenschuld slachtoffer, 6:101.
4) Ja, op grond van art. 431 Sr, dit valt onder verstoren van de
openbare orde, geluidshinder. Gezien er wordt gesteld dat de hele
dag en avond hardrock blèrt kan het worden gezien als burengerucht
dat de nachtrust verstoord. 3:13 misbruik van bevoegdheden. 5:37
Hinder.
5) Ja, het betreft onrechtmatige daad gezien er een inbreuk op haar
recht is. Art 12. GW stelt dat het binnentreden van een woning
zonder toestemming van de bewoner niet is geoorloofd. Art 138 sr
En volgens art 285b sr is het lastigvallen op straat een misdrijf tegen
de persoonlijke vrijheid. Steen zou een straatverbod kunnen
aanvragen tegen Wol. Strijd met wettelijke plicht, en strijd met recht.
Schuldaansprakelijkheid, immateriële schade (gederfde
levensvreugde, art 6:106).
, Thomas ten Berge 12-okt.-15
S2882388
Wg 1.1
6) Ja, op grond van onverschuldigde betaling. Art. 6:203-1 BW
rechtmatige daad
7) Onjuist, dit geld alleen voor onverschuldigde betaling, in dit geval is
het een verschuldigde betaling die verjaard is, dus een natuurlijke
verbintenis, hier hoeft niet aan voldaan te worden maar gebeurt dit
wel dan geld deze gewoon en is het geen onverschuldigde betaling
zoals bedoeld in art. 6:203 BW art 6:3
8) A: onjuist, het hoeft niet per se te wijten te zijn aan de schuld van de
dader, ook als hij hiervoor aansprakelijk is kan er schadeplichtigheid
ontstaan. 6:162-3 BW
B: juist, er is altijd een causaal verband nodig tussen de
schadeplichtigheid en de schade. De schade moet rechtstreeks
volgens uit de onrechtmatige daad.
C: onjuist, de schadevergoeding die opgelegd kan worden door de
civiele rechter is afhankelijk van wat de eiser vraagt als
schadevergoeding. Art. 6:103 BW.
9) Onjuist, volgens art 6:170 BW is een werkgever aansprakelijk voor
de onrechtmatige daad van zijn ondergeschikte mits dit in dienst
verband is, en dat is in dit geval wel zo. Ze zijn beide hoofdelijk
aansprakelijk art 6:102. Alleen brandschoon is draagplichtig, tenzij
opzet was van werknemer. Werknemer kan zeggen dat hij het
betaald en weer verhaald bij zijn werkgever.
10) A: juist, het woord wettelijk drukt uit wet in formele zin. Deze
gelden voor iedereen.
B: Juist, op basis van het legaliteitsvereiste art. 1 Sr
11) Onjuist, de Hoge Raad maakte gebruik van een 4-tal criteria
zijnde:
- Mate van waarschijnlijkheid waarmee de niet-inachtneming van
de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid kan worden
verwacht.
- Hoegrootheid van de kans dat daaruit ongevallen ontstaan.
- De ernst die de gevolgen daarvan kunnen hebben
- De mate van bezwaarlijkheid van de te nemen
veiligheidsmaatregelen
12) Onjuist, de relativiteit, die inhoudt dat de norm moet strekken
tot bescherming van het geschonden belang, wordt aanwezig
beschouwd, tenzij de gedaagde het ontbreken hiervan bewijst. Art
6:163 BW
13) Onjuist, volgens art 6:169-2 BW zijn de ouders van een kind
maar aansprakelijk tot de leeftijd van 14 en aansprakelijk mits ze de
schade hadden kunnen beletten bij een leeftijd van 14 en 15. Bij de
leeftijd van 16 en ouder is het kind zelf aansprakelijk.
Schema onrechtmatige daad (ORMD)
Art. 6:162-1 BW
Criteria:
1) Onrechtmatige gedraging (6:162-2)
o Inbreuk op een recht
o Strijd met een wettelijke plicht