Samenvatting colleges 1.3
Medisch handelen
Week 1: degeneratie
Doel medisch handelen: inzicht geven in de relatie tussen de paramedische en de medische
wereld
Op welke momenten is het als fysio belangrijk hoe een huisarts, orthopeed, reumatoloog
aankijkt tegen degeneratieve situaties.
Screening
Eerste vraag die je moet stellen als iemand zonder verwijzing komt:
Is deze klacht een indicatie voor fysiotherapie? Kan ik hier als fysio iets in betekenen?
Vertrouw ik het of moet ik de patiënt eerst doorverwijzen naar een specialist?
Rode vlaggen – tekenen en symptomen die niet in de fysio horen -> doorverwijzen
Degeneratie – skelet
Osteopenie
- Botstructuren worden minder sterk
- Inadequate ossificatie
- We worden allemaal iets osteopenisch naarmate we ouder worden
- Vermindering botmassa begint tussen 30 en 40 jaar
Osteoblast activiteit begint af te nemen (celstructuur die nieuwe
botcellen/botweefsel aanmaken)
Osteoclast activiteit blijft op het oude niveau (structuur dat botweefsel
opruimt/resorbeert)
Osteoclast neemt dus op gegeven moment overhand, waardoor botweefsel
sneller afgebroken dan opgebouwd wordt
- Vrouwen verliezen 8% van skelet massa elk decennium
- Mannen verliezen 3% van skelet massa elk decennium
,Osteoporose
- Vermindering van botmassa volstaat om normale functies te kunnen uitvoeren
- Breekbare botten zijn waarschijnlijk te breken bij blootstelling aan stressoren die
jongere mensen gemakkelijk kunnen verdragen
- Omvang van het verlies van sponsachtig botmassa is gelijk aan het verlies aan
compacte botmassa
- Is een versnelde vorm van Osteopenie
- Kan zich ook ontwikkelen als een neveneffect van vormen van kanker (osteoclast-
activerende factor)
Degeneratie – gewricht
Reuma
- Pijn en stijfheid zijn van invloed op bewegingsapparaat
Artrose
- Schade aan kraakbeen
- Artrose (= degeneratieve artrose = degeneratieve gewrichtsaandoening (DJD))
25% vrouwen / 15% mannen op leeftijd > 60
- Reumatoïde artritis (RA)
0,5-1,0% op leeftijd 40-60
Bij vrouwen sneller dan bij mannen
- Jicht / kristal artritis
Degeneratie – spier
Effecten van veroudering
- Kleinere diameter
Wijst op een afname van het aantal myofibrillen
Bovendien bevatten de spiervezels kleinere ATP, CP en glycogeen reserves en
mindere myoglobine
- Minder elastisch
Ontwikkelen toenemende hoeveelheden vezelig bindweefsel
- Tolerantie voor oefening daalt
Deels te wijten aan snel vermoeid raken, en voor een deel aan verminderde
thermoregulatie
- Mogelijkheid om te herstellen van spierblessure daalt
Aantal satellietcellen neemt gestaag af met de leeftijd, en de hoeveelheid
fibreus weefsel neemt toe
Degeneratie – zenuw
- Vermindering van de omvang van de hersenen en het gewicht
Hersenen van ouderen hebben smalle gyri en bredere sulci, de
subarachnoïdale ruimte is groter. Vergelijking Noot: oudere noot heeft meer
lucht en minder vruchtvlees, net als met hersenen.
, - Vermindering van het aantal neuronen in totaal
Gekoppeld aan een verlies van corticale neuronen
- Afname van bloedtoevoer naar de hersenen
Met de leeftijd wordt vetafzetting geleidelijk opgebouwd in de wanden van
bloedvaten -> artherosclerose -> vernauwing bloedvaten, toevoer zuurstof
etc. wordt minder.
- Verandering in de synaptische organisatie van de hersenen
In veel gebieden lijken het aantal dendritische takken, stekels en verbindingen
te verminderen
Synaptische verbindingen gaan verloren
Snelheid van de neurotransmitter productie daalt
Handelingssnelheid verminderd -> ouderen sneller vallen
Osteoporose – degeneratie – skelet
- Signs & symptoms (bijv. compressie van een wervel)
Pijn in de rug
Veranderende anatomische stand van de wervels waardoor druk op de
zenuwen ontstaat
kyfose en scoliose / abnormale krommingen van de wervelkolom met
bijbehorend hoogteverlies
- Pathofysiologie
Botresorptie (osteoclaste) overschrijdt botvorming
o Leidt tot dunne, fragiele botten
Botdichtheid en massa verminderd
o Overgebleven botten zijn normaal
Met name invloed op botten met een hoger
aandeel van poreus bot
o De wervels en collum femoris
Vroege stadia van de aandoening zijn
symptomatisch
o Diagnose door botdichtheid scans
en röntgenfoto
- Etiologie -> factoren van aanleg (predispositie)
Veroudering
o In het bijzonder postmenopauzale vrouwen met oestrogeen-
deficientie
o Osteoblastenactiviteit is minder effectief
Verminderde mobiliteit door een sedentaire levensstijl
o Mechanische belasting essentieel voor osteoblastenactiviteit
o Aandoeningen zoals een fractuur (disuse osteoporosis)
Hormonale factoren
Medisch handelen
Week 1: degeneratie
Doel medisch handelen: inzicht geven in de relatie tussen de paramedische en de medische
wereld
Op welke momenten is het als fysio belangrijk hoe een huisarts, orthopeed, reumatoloog
aankijkt tegen degeneratieve situaties.
Screening
Eerste vraag die je moet stellen als iemand zonder verwijzing komt:
Is deze klacht een indicatie voor fysiotherapie? Kan ik hier als fysio iets in betekenen?
Vertrouw ik het of moet ik de patiënt eerst doorverwijzen naar een specialist?
Rode vlaggen – tekenen en symptomen die niet in de fysio horen -> doorverwijzen
Degeneratie – skelet
Osteopenie
- Botstructuren worden minder sterk
- Inadequate ossificatie
- We worden allemaal iets osteopenisch naarmate we ouder worden
- Vermindering botmassa begint tussen 30 en 40 jaar
Osteoblast activiteit begint af te nemen (celstructuur die nieuwe
botcellen/botweefsel aanmaken)
Osteoclast activiteit blijft op het oude niveau (structuur dat botweefsel
opruimt/resorbeert)
Osteoclast neemt dus op gegeven moment overhand, waardoor botweefsel
sneller afgebroken dan opgebouwd wordt
- Vrouwen verliezen 8% van skelet massa elk decennium
- Mannen verliezen 3% van skelet massa elk decennium
,Osteoporose
- Vermindering van botmassa volstaat om normale functies te kunnen uitvoeren
- Breekbare botten zijn waarschijnlijk te breken bij blootstelling aan stressoren die
jongere mensen gemakkelijk kunnen verdragen
- Omvang van het verlies van sponsachtig botmassa is gelijk aan het verlies aan
compacte botmassa
- Is een versnelde vorm van Osteopenie
- Kan zich ook ontwikkelen als een neveneffect van vormen van kanker (osteoclast-
activerende factor)
Degeneratie – gewricht
Reuma
- Pijn en stijfheid zijn van invloed op bewegingsapparaat
Artrose
- Schade aan kraakbeen
- Artrose (= degeneratieve artrose = degeneratieve gewrichtsaandoening (DJD))
25% vrouwen / 15% mannen op leeftijd > 60
- Reumatoïde artritis (RA)
0,5-1,0% op leeftijd 40-60
Bij vrouwen sneller dan bij mannen
- Jicht / kristal artritis
Degeneratie – spier
Effecten van veroudering
- Kleinere diameter
Wijst op een afname van het aantal myofibrillen
Bovendien bevatten de spiervezels kleinere ATP, CP en glycogeen reserves en
mindere myoglobine
- Minder elastisch
Ontwikkelen toenemende hoeveelheden vezelig bindweefsel
- Tolerantie voor oefening daalt
Deels te wijten aan snel vermoeid raken, en voor een deel aan verminderde
thermoregulatie
- Mogelijkheid om te herstellen van spierblessure daalt
Aantal satellietcellen neemt gestaag af met de leeftijd, en de hoeveelheid
fibreus weefsel neemt toe
Degeneratie – zenuw
- Vermindering van de omvang van de hersenen en het gewicht
Hersenen van ouderen hebben smalle gyri en bredere sulci, de
subarachnoïdale ruimte is groter. Vergelijking Noot: oudere noot heeft meer
lucht en minder vruchtvlees, net als met hersenen.
, - Vermindering van het aantal neuronen in totaal
Gekoppeld aan een verlies van corticale neuronen
- Afname van bloedtoevoer naar de hersenen
Met de leeftijd wordt vetafzetting geleidelijk opgebouwd in de wanden van
bloedvaten -> artherosclerose -> vernauwing bloedvaten, toevoer zuurstof
etc. wordt minder.
- Verandering in de synaptische organisatie van de hersenen
In veel gebieden lijken het aantal dendritische takken, stekels en verbindingen
te verminderen
Synaptische verbindingen gaan verloren
Snelheid van de neurotransmitter productie daalt
Handelingssnelheid verminderd -> ouderen sneller vallen
Osteoporose – degeneratie – skelet
- Signs & symptoms (bijv. compressie van een wervel)
Pijn in de rug
Veranderende anatomische stand van de wervels waardoor druk op de
zenuwen ontstaat
kyfose en scoliose / abnormale krommingen van de wervelkolom met
bijbehorend hoogteverlies
- Pathofysiologie
Botresorptie (osteoclaste) overschrijdt botvorming
o Leidt tot dunne, fragiele botten
Botdichtheid en massa verminderd
o Overgebleven botten zijn normaal
Met name invloed op botten met een hoger
aandeel van poreus bot
o De wervels en collum femoris
Vroege stadia van de aandoening zijn
symptomatisch
o Diagnose door botdichtheid scans
en röntgenfoto
- Etiologie -> factoren van aanleg (predispositie)
Veroudering
o In het bijzonder postmenopauzale vrouwen met oestrogeen-
deficientie
o Osteoblastenactiviteit is minder effectief
Verminderde mobiliteit door een sedentaire levensstijl
o Mechanische belasting essentieel voor osteoblastenactiviteit
o Aandoeningen zoals een fractuur (disuse osteoporosis)
Hormonale factoren