Bewegingsgeörienteerde ordeningsprincipes voor de PMT-praktijk
Martin van der Blink, Fred Dijk en Paul Verschuur
ISBN 9789071902307
Tips
Het draait om het creëren van betekenisvolle ervaringen.
Spreek cliënt aan in zijn kracht en niet in zijn last of onmacht. Dat is de ingang
waaromheen de PMT'er kansen creëert om te experimenteren met dat wat cliënt wil
leren en in wil ontwikkelen. Geef precies genoeg experimenteerruimte op de grens
van kracht en last, lukken en niet lukken, hanteerbaar en oefenen met eigen
mogelijkheden.
Bewegingsagogische invalshoeken
Begeleiding
Preventie
Training
Behandeling/
therapie
Zeven PMT-thema’s
Lichaamsbeleving
Motorisch instrumentele
sensibiliteit
Motorisch sociale sensibiliteit
Ruimte
Kracht
Vertrouwen
Relaxatie
Handelende acties bij BGM (p.15) PMTBGMBewegingsgeoriënteerde
methodiekenPsychomotorische
therapieBewegingsarrangementenKernbegrippenBewegingsgeörient
eerde ordeningsprincipesBegwegingsagogie
1. Actief worden
2. Inspanning verrichten
3. Verplaatsen door de ruimte
4. In interactie zijn met mensen en dingen
Wat is ervaren?
Gebeurtenis die L, E en C-aspecten als gevolg heeft.
, PMT-ontwerp (p.16)
Vakspecifieke Vertaling/toespitsing van hulpvraag gericht op bewegingsgedrag,
doelstelling bewegingservaring of lichaamservaring. Op basis van algemene
doelstelling, bewegingsanamnese en LECS-analyse van
probleemgedrag.
Sessiespecifieke Een concreet geformuleerd voornemen van de cliënt dat vrijwel
doelstelling vanuit zeker aan de orde zal komen in deze sessie.
cliënt
Sessiespecifieke Het operationaliseren van een probleem in een psychomotorische
doelstelling vanuit context. Beschrijven wat oefenen, leren, ervaren, verkennen,
behandelaar experimenteren of ontdekken concreet oplevert voor cliënt.
Indicatiegebieden voor PMT (p.18)
1. Problematiek uit zich in bewegingsgedrag en bewegings- en lichaamservaring
2. Problematiek is te vertalen naar bewegingsgedrag.
Mental set en rationale
Mental set Opgeroepen aandachtsgebied waarin bepaalde interne schemata
worden geactiveerd.
Rationale Cliëntgerichte beweegredenen om de interventie/arrangementskeuze
en de klacht van de cliënt te verklaren.
Faseren van therapeutisch proces (p.27)
Verkennen Verst van hulpvraag af. Uitzoeken van gedrag in activiteit.
Welke mogelijkheden heeft cliënt?
Welke mogelijkheden van betekenisverlening zijn er?
Herkennen Relatie blootleggen tussen het nu en andere activiteiten of contexten.
Wat herkent cliënt in gedrag van nu en in andere activiteiten binnen
en buiten PMT-context?
Erkennen Cliënt zegt of gedrag een last is en of hij wil werken aan verandering.
Bevestiging van cliënt is nodig voor werkovereenkomst en vervolgens het
werken aan de verandering.
Wat wil de cliënt vanuit de herkenning?
Ervaart de cliënt de last voor zichzelf of voor anderen?
Welke investering heeft de cliënt daarvoor over?