Verpleegkunde
Verslaving en verpleegkunde zorg
Definitie DSM V stoornis in het gebruik van middelen
De DSM V (Statistical Manual of Mental Disorders) spreekt van: “ Verslavingen en
stoornissen in het gebruik van middelen” (Brink, 2014).
Een lijst van 11 criteria is opgesteld,
Bij 2 a 3 aanwezige criteria spreken we van ‘milde stoornis’.
Bij 4 a 5 aanwezige criteria spreken we van ‘gematigde stoornis’.
Bij 6 of <6 aanwezige criteria spreken we van een ernstige stoornis’.
• Vaker en in grotere hoeveelheden gebruiken dan het plan was.
• Mislukte pogingen om te minderen of te stoppen.
• Gebruik en herstel van gebruik kosten veel tijd.
• Sterk verlangen om te gebruiken
• Door gebruik tekortschieten op het werk, school of thuis.
• Blijven gebruiken ondanks problemen in het relationele vlak
• Door gebruik opgeven van hobby’s, sociale activiteiten of werk
• Voortdurend gebruik, zelfs wanneer je daardoor in gevaar komt
• Voortdurend gebruik ondanks de wetenschap dat het gebruik lichamelijke of
psychische problemen met zich mee brengt of verergert.
• Grotere hoeveelheden nodig hebben voor het effect (tolerantie).
• Het optreden van onthoudingsverschijnselen
Verslaving stoornis wordt gekenmerkt door craving.
TOETS: casus wordt beschreven, je moet daaruit de symptomen herkennen en
vervolgens benoemen welke label je er dan aan kan geven.
Definitie WHO Verslaving
‘Een cluster van fysiologische, gedrags- en cognitieve verschijnselen waaruit blijkt
dat iemand een veel hogere prioriteit geeft aan het gebruik van een stof of aan een
categorie stoffen dan aan andere dingen die vroeger voor hem belangrijk waren.
Kenmerkend daarbij is het sterke – vaak overweldigende – verlangen naar het
gebruik van de stof’. (Craving).
Drugs
- Stoffen die de hersenen op een bepaalde manier prikkelen
- De hersenprikkels veroorzaken geestelijke en lichamelijke effecten
- Deze effecten kunnen stimulerend, verdovend of bewustzijns veranderend zijn
- De middelen worden om deze effecten bewust gebruikt.
,Indeling drugs naar effect
Opiaten: morfine, codeine, methadon.
Benzodiazepinen: ‘pammetjes’: oxazepam, lorazepam, diazepam et cetera..
Anxiolytica: angst reducerende middelen (waar onder ook benzo’s).
Nb. Ecstacy heeft zowel een stimulerende als halluciogene werking
Continuüm (stepped care)
Continuüm van verslavingsproblemen
Rol van de verpleegkundige
Geen gebruik tot gebruik zonder risico:
Interventies gericht op preventie zoals: screening; voorlichting; cursussen.
Bij geen gebruik tot gebruik zonder klachten: interventies gericht op sreening,
preventie m.n. voorlichting en curses (MGZ). Het doel is te voorkomen dat een
verslaving ontstaat. Denk hierbij aan een vpk van de GGD die op scholen
voorlichting geeft of online hulpmiddelen voor het aanpakken van een verslaving.
, Ook de overheid heeft hierbij een grote rol: denk aan campagnes zoals: bob jij of bob
ik.
Rol van de verpleegkundige
Riskant gebruik tot riskant gebruik met klachten:
Ambulante hulp/ begeleiding met een multidisciplinair karakter.
Interventies zijn (bij voorkeur) van korte duur. In samenwerking met meerdere
disciplines worden de proplemen geinventariseerd. Ondersteuning (zowel fysiek en
psychisch) en voorkomen van ‘erger’. Gesprekken/ behandeling bij een instelling.
Korte opname in een instelling. Consultatiebureau Alcohol en Drugs.
Rol van de verpleegkundige
Bij verslaving en/of ernstig chronische verslaving
Gespecialiseerde behandeling en zorg
Intensieve begeleiding en behandeling (zoals hulp bij ontgifting; reguleren van
gebruik) en/ of maatregelen om de impact en gevolgen te verminderen (zoals crisis
opvang; inruilen van gebruikte spuiten voor nieuwe steriele spuiten; methadon/
heroine verstrekking; gebruikers ruimten).
Hulpvragen binnen de verslavingssector
- Ruim 65.00 personen zoeken hulp in verslavingszorg
- Cannabis is na alcohol de meest voorkomende problematiek
- Aantal hulpvragen voor opiaten daalt onder de 10.000
- Groei GHB hulpvraag zet niet door (er komen niet steeds meer GHB
gebruikers)
- Hulpvraag internet gamen stijgt.
Ruim 33.000 cliënten met een primair alcoholprobleem in de verslavingszorg (stijging
van 48% t.o.v. 2001).
Hulpvraag primaire problematiek
Verslaving en verpleegkunde zorg
Definitie DSM V stoornis in het gebruik van middelen
De DSM V (Statistical Manual of Mental Disorders) spreekt van: “ Verslavingen en
stoornissen in het gebruik van middelen” (Brink, 2014).
Een lijst van 11 criteria is opgesteld,
Bij 2 a 3 aanwezige criteria spreken we van ‘milde stoornis’.
Bij 4 a 5 aanwezige criteria spreken we van ‘gematigde stoornis’.
Bij 6 of <6 aanwezige criteria spreken we van een ernstige stoornis’.
• Vaker en in grotere hoeveelheden gebruiken dan het plan was.
• Mislukte pogingen om te minderen of te stoppen.
• Gebruik en herstel van gebruik kosten veel tijd.
• Sterk verlangen om te gebruiken
• Door gebruik tekortschieten op het werk, school of thuis.
• Blijven gebruiken ondanks problemen in het relationele vlak
• Door gebruik opgeven van hobby’s, sociale activiteiten of werk
• Voortdurend gebruik, zelfs wanneer je daardoor in gevaar komt
• Voortdurend gebruik ondanks de wetenschap dat het gebruik lichamelijke of
psychische problemen met zich mee brengt of verergert.
• Grotere hoeveelheden nodig hebben voor het effect (tolerantie).
• Het optreden van onthoudingsverschijnselen
Verslaving stoornis wordt gekenmerkt door craving.
TOETS: casus wordt beschreven, je moet daaruit de symptomen herkennen en
vervolgens benoemen welke label je er dan aan kan geven.
Definitie WHO Verslaving
‘Een cluster van fysiologische, gedrags- en cognitieve verschijnselen waaruit blijkt
dat iemand een veel hogere prioriteit geeft aan het gebruik van een stof of aan een
categorie stoffen dan aan andere dingen die vroeger voor hem belangrijk waren.
Kenmerkend daarbij is het sterke – vaak overweldigende – verlangen naar het
gebruik van de stof’. (Craving).
Drugs
- Stoffen die de hersenen op een bepaalde manier prikkelen
- De hersenprikkels veroorzaken geestelijke en lichamelijke effecten
- Deze effecten kunnen stimulerend, verdovend of bewustzijns veranderend zijn
- De middelen worden om deze effecten bewust gebruikt.
,Indeling drugs naar effect
Opiaten: morfine, codeine, methadon.
Benzodiazepinen: ‘pammetjes’: oxazepam, lorazepam, diazepam et cetera..
Anxiolytica: angst reducerende middelen (waar onder ook benzo’s).
Nb. Ecstacy heeft zowel een stimulerende als halluciogene werking
Continuüm (stepped care)
Continuüm van verslavingsproblemen
Rol van de verpleegkundige
Geen gebruik tot gebruik zonder risico:
Interventies gericht op preventie zoals: screening; voorlichting; cursussen.
Bij geen gebruik tot gebruik zonder klachten: interventies gericht op sreening,
preventie m.n. voorlichting en curses (MGZ). Het doel is te voorkomen dat een
verslaving ontstaat. Denk hierbij aan een vpk van de GGD die op scholen
voorlichting geeft of online hulpmiddelen voor het aanpakken van een verslaving.
, Ook de overheid heeft hierbij een grote rol: denk aan campagnes zoals: bob jij of bob
ik.
Rol van de verpleegkundige
Riskant gebruik tot riskant gebruik met klachten:
Ambulante hulp/ begeleiding met een multidisciplinair karakter.
Interventies zijn (bij voorkeur) van korte duur. In samenwerking met meerdere
disciplines worden de proplemen geinventariseerd. Ondersteuning (zowel fysiek en
psychisch) en voorkomen van ‘erger’. Gesprekken/ behandeling bij een instelling.
Korte opname in een instelling. Consultatiebureau Alcohol en Drugs.
Rol van de verpleegkundige
Bij verslaving en/of ernstig chronische verslaving
Gespecialiseerde behandeling en zorg
Intensieve begeleiding en behandeling (zoals hulp bij ontgifting; reguleren van
gebruik) en/ of maatregelen om de impact en gevolgen te verminderen (zoals crisis
opvang; inruilen van gebruikte spuiten voor nieuwe steriele spuiten; methadon/
heroine verstrekking; gebruikers ruimten).
Hulpvragen binnen de verslavingssector
- Ruim 65.00 personen zoeken hulp in verslavingszorg
- Cannabis is na alcohol de meest voorkomende problematiek
- Aantal hulpvragen voor opiaten daalt onder de 10.000
- Groei GHB hulpvraag zet niet door (er komen niet steeds meer GHB
gebruikers)
- Hulpvraag internet gamen stijgt.
Ruim 33.000 cliënten met een primair alcoholprobleem in de verslavingszorg (stijging
van 48% t.o.v. 2001).
Hulpvraag primaire problematiek