Lesopdracht Vermogensoverheveling Instructie 2
Opgave 1
Vraag 1
Toon en Ilse de Graaf zijn 10 jaar geleden gehuwd op huwelijkse voorwaarden. Zij hebben in de
huwelijkse voorwaarden bepaald dat de kosten van de huishouding naar rato worden gedragen.
Daarnaast is in de huwelijkse voorwaarden een periodiek verrekenbeding opgenomen. Toon geniet
een winst uit onderneming van € 85.000 (de verschuldigde inkomstenbelasting is € 35.000). Ilse
heeft een inkomen van € 53.500 (de verschuldigde inkomstenbelasting is € 20.000). Toon is in
tegenstelling tot Ilse een echte liefhebber van auto’s. Op een dag ziet Toon een mooie oldtimer
staan ter waarde van € 105.000 en besluit deze te kopen. Ilse is het niet eens met deze aankoop, zij
vindt dat deze aankoop pure geldverspilling is. Zij weigert dan ook om mee te betalen. Volgens
Toon daarentegen, behoort deze auto tot de kosten der huishouding. De overige kosten van het
huishouden bedragen in het betreffende jaar € 45.000.
a. Hoeveel dragen Toon en Ilse bij aan de kosten der huishouding? Motiveer uw antwoord.
Kosten huishouding bedragen = 45.000
Kosten huishouding worden door ieder naar rato van hun inkomen gedragen.
Inkomen Toon: 85.000 – 35.000 = 50.000
Inkomen Ilse: 53.500 – 20.000 = 33.500
Toon (50.000/83.500) * 45.000 = 26.946
Ilse (33.500/83.500) * 45.000 = 18.054
b. Hoeveel vermogen resteert er voor Toon en Ilse na deze verrekening? Ga hierbij uit van uw
antwoord bij onderdeel a.
Toon 50.000 – 26.946 = 23.054
Ilse 33.500 – 18.054 = 15.446
-----------------------------------------
38.500
Ieder heeft dus recht op 19.250
Op grond van het periodiek verrekenbeding moet Toon 3804 (23.054 – 19.250) overmaken naar Ilse,
zodat zij na deze verrekening beiden een bedrag van 19.250 hebben.
Aanvullende informatie: Ilse kreeg twee jaar geleden van haar ouders een schilderij geschonken
met een waarde van € 40.000 (met uitsluitingsclausule). Dit jaar besluiten Toon en Ilse om hun
huwelijk te ontbinden. Het totale vermogen van Ilse en Toon bedraagt € 250.000, inclusief
schilderij welke nu een waarde heeft van € 75.000.
Vraag 2
a. Stel dat er nooit een verrekening heeft plaatsgevonden tijdens het huwelijk, hoe moet het
vermogen dan verdeeld worden?
Artikel 1:141 lid 3 BW
Het totale vermogen van Ilse en Toon bedraagt 250.000, echter hierin zit ook het schilderij
Opgave 1
Vraag 1
Toon en Ilse de Graaf zijn 10 jaar geleden gehuwd op huwelijkse voorwaarden. Zij hebben in de
huwelijkse voorwaarden bepaald dat de kosten van de huishouding naar rato worden gedragen.
Daarnaast is in de huwelijkse voorwaarden een periodiek verrekenbeding opgenomen. Toon geniet
een winst uit onderneming van € 85.000 (de verschuldigde inkomstenbelasting is € 35.000). Ilse
heeft een inkomen van € 53.500 (de verschuldigde inkomstenbelasting is € 20.000). Toon is in
tegenstelling tot Ilse een echte liefhebber van auto’s. Op een dag ziet Toon een mooie oldtimer
staan ter waarde van € 105.000 en besluit deze te kopen. Ilse is het niet eens met deze aankoop, zij
vindt dat deze aankoop pure geldverspilling is. Zij weigert dan ook om mee te betalen. Volgens
Toon daarentegen, behoort deze auto tot de kosten der huishouding. De overige kosten van het
huishouden bedragen in het betreffende jaar € 45.000.
a. Hoeveel dragen Toon en Ilse bij aan de kosten der huishouding? Motiveer uw antwoord.
Kosten huishouding bedragen = 45.000
Kosten huishouding worden door ieder naar rato van hun inkomen gedragen.
Inkomen Toon: 85.000 – 35.000 = 50.000
Inkomen Ilse: 53.500 – 20.000 = 33.500
Toon (50.000/83.500) * 45.000 = 26.946
Ilse (33.500/83.500) * 45.000 = 18.054
b. Hoeveel vermogen resteert er voor Toon en Ilse na deze verrekening? Ga hierbij uit van uw
antwoord bij onderdeel a.
Toon 50.000 – 26.946 = 23.054
Ilse 33.500 – 18.054 = 15.446
-----------------------------------------
38.500
Ieder heeft dus recht op 19.250
Op grond van het periodiek verrekenbeding moet Toon 3804 (23.054 – 19.250) overmaken naar Ilse,
zodat zij na deze verrekening beiden een bedrag van 19.250 hebben.
Aanvullende informatie: Ilse kreeg twee jaar geleden van haar ouders een schilderij geschonken
met een waarde van € 40.000 (met uitsluitingsclausule). Dit jaar besluiten Toon en Ilse om hun
huwelijk te ontbinden. Het totale vermogen van Ilse en Toon bedraagt € 250.000, inclusief
schilderij welke nu een waarde heeft van € 75.000.
Vraag 2
a. Stel dat er nooit een verrekening heeft plaatsgevonden tijdens het huwelijk, hoe moet het
vermogen dan verdeeld worden?
Artikel 1:141 lid 3 BW
Het totale vermogen van Ilse en Toon bedraagt 250.000, echter hierin zit ook het schilderij