Hoofdstuk 12: Monopolie
12.1 Wat is een monopolie en hoe ontstaat het?
Hoe ontstaat een monopolie?
Een monopolie ontstaat als:
1. Geen goede substituten zijn op de markt:
Indien een goed of dienst een substituut heeft (kan ook door dezelfde firma geproduceerd worden)
ondervind het goed of dienst concurrentie aan het substitutiegoed.
2. Toetredingsdrempel
= elke beperking die een bedrijf beschermt tegen zijn concurrenten.
Er zijn 3 soorten monopolies:
1. Natuurlijke monopolie
2. Eigendomsmonopolie
3. Wettelijke monopolie
Natuurlijke toetredingsdrempel
Een natuurlijke monopolie ontstaat wanneer een bedrijf de middelen heeft om aan de volledige
marktvraag te voldoen tegen een lager gemiddelde kost dan 2 of meer bedrijven zouden kunnen.
o Indien de schaalvoordelen zo groot zijn dat er maar plaats is voor één bedrijf
Eigendom als toetredingsdrempel
Een monopolie kan ontstaan in een markt waarin de concurrentie en de toegang worden beperkt
door de concentratie van de eigendom van een natuurlijk hulpmiddel.
o Als enige in bezit van een productiefactor
Wettelijke toetreding
Een wettelijke monopolie is een markt waarin de concurrentie en toegang beperkt worden door het
verlenen van openbare concessie, vergunning van de overheid, octrooi of auteursrecht.
Voorbeeld: NMBS
, Monopolie prijszetting strategieën
Een monopolist is een prijszetter en bepaald dus zelf zijn prijs maar moet toch nog rekening houden
met de markt.
Om meer afzet te hebben zal een monopolist zijn prijs moeten verlagen. Er zijn 2
prijszettingsmogelijkheden:
1. producten verkopen aan dezelfde prijs (één prijs)
Een één-prijs monopolist verkoopt elke productie-eenheid aan dezelfde prijs zonder rekening te
houden met het klantenprofiel.
2. prijsdiscriminatie
Een prijsdiscriminatie monopolist heeft de mogelijkheden om verschillende producten/ diensten aan
te bieden aan verschillende prijzen.
Voorbeeld: luchtvaartmaatschappijen bieden verschillende prijzen aan voor dezelfde vlucht.
-> we beperken ons tot de één-prijs monopolie en noemen dit monopolie.
12.2 Monopolie
Prijs en marginale opbrengst
Doordat de monopolist de enige aanbieder is, is de vraag naar zijn goederen ook de marktvraag.
Totale opbrengst = TO = p*q
Marginale opbrengst =MO = verandering van de totale opbrengst door een extra eenheid te
verkopen.
Roze blokje= het negatieve prijseffect =
wat je verliest als je de prijs verlaagt
Blauw blokje = positieve
hoeveelheidseffect = de stijging van de
hoeveelheid als je de prijs doet dalen
14 – 4 = 10 = marginale ontvangsten
MO MO is niet meer gelijk aan de prijs
Output en prijsbepaling
We kijken hoe de opbrengsten en de kosten veranderen als de output verandert om zo het
outputniveau en de prijs te bepalen waar de monopolist maximale winst ondervind.
12.1 Wat is een monopolie en hoe ontstaat het?
Hoe ontstaat een monopolie?
Een monopolie ontstaat als:
1. Geen goede substituten zijn op de markt:
Indien een goed of dienst een substituut heeft (kan ook door dezelfde firma geproduceerd worden)
ondervind het goed of dienst concurrentie aan het substitutiegoed.
2. Toetredingsdrempel
= elke beperking die een bedrijf beschermt tegen zijn concurrenten.
Er zijn 3 soorten monopolies:
1. Natuurlijke monopolie
2. Eigendomsmonopolie
3. Wettelijke monopolie
Natuurlijke toetredingsdrempel
Een natuurlijke monopolie ontstaat wanneer een bedrijf de middelen heeft om aan de volledige
marktvraag te voldoen tegen een lager gemiddelde kost dan 2 of meer bedrijven zouden kunnen.
o Indien de schaalvoordelen zo groot zijn dat er maar plaats is voor één bedrijf
Eigendom als toetredingsdrempel
Een monopolie kan ontstaan in een markt waarin de concurrentie en de toegang worden beperkt
door de concentratie van de eigendom van een natuurlijk hulpmiddel.
o Als enige in bezit van een productiefactor
Wettelijke toetreding
Een wettelijke monopolie is een markt waarin de concurrentie en toegang beperkt worden door het
verlenen van openbare concessie, vergunning van de overheid, octrooi of auteursrecht.
Voorbeeld: NMBS
, Monopolie prijszetting strategieën
Een monopolist is een prijszetter en bepaald dus zelf zijn prijs maar moet toch nog rekening houden
met de markt.
Om meer afzet te hebben zal een monopolist zijn prijs moeten verlagen. Er zijn 2
prijszettingsmogelijkheden:
1. producten verkopen aan dezelfde prijs (één prijs)
Een één-prijs monopolist verkoopt elke productie-eenheid aan dezelfde prijs zonder rekening te
houden met het klantenprofiel.
2. prijsdiscriminatie
Een prijsdiscriminatie monopolist heeft de mogelijkheden om verschillende producten/ diensten aan
te bieden aan verschillende prijzen.
Voorbeeld: luchtvaartmaatschappijen bieden verschillende prijzen aan voor dezelfde vlucht.
-> we beperken ons tot de één-prijs monopolie en noemen dit monopolie.
12.2 Monopolie
Prijs en marginale opbrengst
Doordat de monopolist de enige aanbieder is, is de vraag naar zijn goederen ook de marktvraag.
Totale opbrengst = TO = p*q
Marginale opbrengst =MO = verandering van de totale opbrengst door een extra eenheid te
verkopen.
Roze blokje= het negatieve prijseffect =
wat je verliest als je de prijs verlaagt
Blauw blokje = positieve
hoeveelheidseffect = de stijging van de
hoeveelheid als je de prijs doet dalen
14 – 4 = 10 = marginale ontvangsten
MO MO is niet meer gelijk aan de prijs
Output en prijsbepaling
We kijken hoe de opbrengsten en de kosten veranderen als de output verandert om zo het
outputniveau en de prijs te bepalen waar de monopolist maximale winst ondervind.