HET BASISPUNT = DE CYCLUS VAN HET ORTOPEDAGOGISCHE HANDELEN
= een regulatieve cyclus
Op basis van evaluatie ga SMART-doelen
je het handelen bijsturen
samenspel tussen:
Kwaliteit van
de relatie=
Ondersteuning/ basishouding
support aan
personen in
maatschappelijk
kwetsbare
leefsituaties
Methodes en
Basishouding
methodieken
Methodes en
methodieken
Kwaliteit van Kwaliteit van relatie = basishouding
leven
→ moet in evenwicht zijn met
methodes en methodieken
De relatie blijft primair met
hulpverlener
Methodiek Geheel van praktijkinzichten en stellingen, geeft voornamelijk een richting aan
Methode Geeft concreet aan hoe je moet doen, dikwijls voorzien van een stappenplan
Methodisch agogisch ‘professioneel handelen’
handelen
• Doelgericht: doelstellingen (intentioneel)
• Systematisch: stapsgewijs
• Planmatig: aan de hand van een plan
• Bewust: niet louter intuïtief
1
, DE IMPLEMENTATIE VAN EEN METHODIEK
Een nieuwe methode of methodiek?
Komst en implementatie
• Via internationale universiteit of hogeschool naar Vlaanderen.
• Vaak via een orthopedagoog of psycholoog die instaat voor de implementatie.
• Sterker indien ‘pilootproject’ gedragen door verschillende organisaties via train de trainer.
• Soms is de tijd nog niet rijp, niet het gepaste tijdstip.
• Soms wordt er verder opgewerkt door organisaties, eigen variante.
Waar leren we nieuwe methodieken?
VTO-Beleid van de organisatie! Belang van levenslang leren!
• Studiedagen/ congressen/ symposia : intern organiseren of extern volgen (voor-en nadelen).
• Expertise delen bv informatiemarkt: intern of extern.
• Deelnemen aan kenniscentra (bv SEN), netwerken en platformen.
• Zelfstudie – levenslang leren
Achterliggend mens- en wereldbeeld
• Humanistisch (de mens staat centraal, holistisch) zoals Gentle Teaching, Timmers
Ervaringsordeningen, Persoonlijke Toekomstplanning, Basale Stimulatie.
• Psychodynamisch (onbewuste, verleden) zoals LSCI, Dosen, Emotionele Ontwikkeling in Verbinding
• Systeemtheoretisch (mensen maken deel uit van systemen): Nagy , oplossingsgericht werken
• Gedragstherapeutisch (vooral gedrag en gedragsverandering) bv Stop 4-7 programma.
• Eclectisch model
2
,Aan de slag - 10 punten die je goed moet afwegen
1) Doelgroep-relevant? En voor hoeveel cliënten zou het een meerwaarde betekenen?
2) Voldoende effectiviteit bewezen (evidence based practice?) of Is het een ‘hype’ of verouderd? Heeft
de methodiek enige duurzaamheid bewezen? Hebben andere organisaties ervaringen?
3) Complementair met reeds gebruikte methodieken?
4) Ga ik de methode volledig leren of laat ik mij enkel inspireren?
5) Welke vorming hebben ik en anderen nodig?
6) Hoe kan ik zorgen voor een draagvlak? Zelfde denkkader, zelfde taal. Wie van het personeel moet
erbij betrokken worden?
7) Hoe gaan we de context erbij betrekken?
8) Wat is mijn persoonlijk engagement? Wil ik nadien ook nog investeren?
9) Willen we investeren qua financiële middelen, accommodatie/ materiaal en personeel?
10) Is dit het goede tijdstip? Welke fasen?
3
, Omgaan met agressie
WAT IS AGRESSIE?
= iedere vorm van dreigend en/of destructief gedrag dat leidt tot schade (psychische/fysisch/materiaal) aan
de ander of zichzelf
Soms onderscheid gemaakt tussen agressie en geweld
Geweld = opzettelijk en doelbewust aanwenden van agressief gedrag
Scores
1) Acceptabel gedrag
2) Ok begrijpbaar en geen probleem, maar wat pedagogisch bijsturing noodzakelijk
3) Op het randje ok/niet ok
4) Niet ok
5) Zwaar grensoverschrijdend
→ Agressie is een subjectief en normatief begrip:
➢ Subjectief: kijken naar persoon zelf die het gedrag incasseert
➢ Normatief: context, situatie, cultuur en tijdsgeest van gedrag bekijken
Ontstaan van agressie
Psyco-analyse agressie = acting-out gedrag van emotioneel/psychisch beladen inhouden
Tanatos (doodsdrift): van bij geboorte destructie in ons
Ego-analytica: agressie om zwakke ik-vorm te verdedigen ontstaan vanuit onveilige hechting
Systeemtheorie Agressief gedrag = symptoom van dysfunctie in het systeem
→ identified patient: er is iets mis met systeem (vb. gezin), maar één persoon stelt probleem
Contextuele Agressief gedrag bekijken binnen dimensie van de feiten, psychologie, interactie en
theorie relationele ethiek
= destructief recht: “ik heb … meegemaakt, dus ik het recht om mij zo te gedragen”
4