De kleutertijd
Kind is zeer spontaan, open, vrijmoedig en vindingrijk
-> grote belangstelling voor allerlei zaken & altijd in beweging
-> nog niet geleerd zijn gevoelens te maskeren
Beginnen steeds duidelijker een eigen individualiteit te vertonen
-> bij kleuters worden de verschillen nog duidelijker (tegenover bij peuters)
2,5j à 3j -> kleuterschool: totaal nieuwe omgeving
-> begeleid door 1 bepaalde kleuterleidster (met veel andere kinderen)
-> crèchekinderen hebben minder grote overgang
Voor 3j
-> hoogtepunt trotsfase meestal voorbij
-> van negativisme naar positivisme
-> behoefte om alles op vaste manier te doen, neemt af (bv. steeds zelfde verhalen)
Lichamelijke ontwikkeling
Groei gebeurt geleidelijker -> vooral groei van bovendelen verloopt trager
-> benen zullen snel blijven groeien (cefalo-caudaal principe)
Lichaamsproporties van 6-jarige beginnen gelijkenis met die van de volwassene te vertonen
-> opvallende correlatie tussen lengte van kind rond 6j en zijn lengte als volwassene (grote
kinderen worden grote volwassenen)
Grafieken geven gemiddelden
-> ontwikkelingscurven van de individuele kinderen vertonen niet zo’n regelmaat -> worden
gekenmerkt door perioden van relatieve stilstand, vertraagde of versnelde groei
-> verklaringen: individueel groeitempo, levensomstandigheden, ziekten, …
Begin kleuterperiode: volledig gebit melktanden (20stuks)
-> begin schoolkindperiode: verlies 1ste melktand
1
,Motorische ontwikkeling
Grove motoriek
Vrij goed ontwikkeld bij kleuter
-> loopt op ‘grote mensenmanier’
-> kenmerkend: verschijnen van springen, rennen en zwemmen (zoals bij peuter) ->
ondergaan kwalitatieve veranderingen: steeds beter
Kleuter leert fietsen, herhaaldelijk oefenen -> steeds beter evenwicht en bewegingen ->
bochten leren nemen en leren remmen
Belangrijkste grove motorische vaardigheden:
3 jaar 4 jaar 5 jaar
Kan niet plotseling draaien of Heeft meer controle over Kan effectief starten, draaien
stoppen stoppen, starten en draaien en stoppen tijdens spelletjes
Kan 40-60cm verspringen Kan 60-85cm verspringen Kan met aanloop 70-90cm
verspringen
Kan zelfstandig trap oplopen, Kan met de ene voet na de Kan zelfstandig een lange trap
waarbij beurtelings ene en andere een lange trap aflopen, aflopen
andere voet wordt gebruikt met help
Kan op 1 been hinken met een Kan 4 tot 6 stappen op 1 been Kan met gemak een afstand
onregelmatige reeks sprongen hinken van 5 meter hinken
en een aantal variaties
Kleuter vertoont grote beweeglijkheid
-> ook moeilijke bewegingen waarbij evenwicht een centrale rol speelt (worden stelselmatig
uitgeprobeerd en eigen gemaakt door te oefenen)
3j: activiteitenniveau ligt hoger dan tijdens welke andere periode in het leven
-> er bestaan wel verschillen tussen kinderen (te maken met aangeboren temperament)
Grove motoriek vertoont aantal verschillen tussen jongens en meisjes
-> gedeeltelijk resultaat van variaties in spiersterkte (bij jongens groter)
bv. jongens kunnen beter gooien en hoger springen
-> algemene activiteitenniveau van jongens is hoger
-> meisjes zijn wel beter in activiteiten waarvoor de coördinatie van armen en benen nodig is
bv. handenstand of balanceren op 1 voet
2
, Fijne motoriek
Ontwikkeling van fijne motoriek komt iets later (gaat wel aanzienlijk vooruit)
-> kleinere subtielere lichaamsbewegingen
gebruik van vork, knippen met schaar, veters strikken,…
Er is veel oefening nodig
-> duidelijke ontwikkelingspatronen zichtbaar
3 jaar 4 jaar 5 jaar
Knipt papier Vouwt papier in driehoeken Vouwt papier in helften en
kwarten
Plakt met behulp van vinger Schrijft naam Tekent driehoek, rechthoek en
cirkel
Bouwt brug met 3 blokken Rijgt kralen Gebruikt potlood op juiste
manier
Tekent rondjes en plusjes Kopieert kruisjes Maakt objecten van klei
Tekent poppetjes Bouwt brug met 5 blokken Schrijft letters n
Schenkt vloeistof uit een kruik Schenkt zonder te morsen Schrijft 2 korte woorden na
zonder te morsen
Maakt eenvoudige puzzel Opent knijpers en brengt ze op
juiste manier aan
5 à 6j: kan al vaardig omspringen met blokken
-> ingewikkelde constructies maken met bouwmaterialen
-> puzzels, knippen, plakken en inkleuren: vooruitgang
-> tekenen: steeds meer oog-handcoördinatie (mens als aardappelvormig figuurtje met
steeds meer details)
Links- of rechtshandigheid
Einde kleutertijd: meeste kinderen vertonen duidelijke voorkeur voor welk hand
-> hebben links- of rechtshandigheid ontwikkeld
Sommige signalen zijn al zichtbaar in vroege babytijd: voorkeur voor 1 kant van hun lichaam
(bepaald hand om mee te grijpen)
5j: vertonen duidelijke neiging om bepaald hand te gebruiken
(90% rechterhand & 10% linkerhand -> meer jongens zijn linkshandig dan meisjes)
vroeger: linkshandige kinderen dwingen om rechterhand te gebruiken (vooral als ze leerden
schrijven)
-> het nut van deze manier is verouderd (voorbij)
Groot aantal tests om sensori-motorische ontwikkeling te diagnosticeren bij normale
kinderen (m.b.t. schoolrijpheid)
-> algemeen beeld van motorische ontwikkelingsniveau, ook van grove motoriek, fijne
motoriek, lateralisatie, coördinatie, meebewegingen, complexe handelingen, kennis
lichaamsschema, …
3
Kind is zeer spontaan, open, vrijmoedig en vindingrijk
-> grote belangstelling voor allerlei zaken & altijd in beweging
-> nog niet geleerd zijn gevoelens te maskeren
Beginnen steeds duidelijker een eigen individualiteit te vertonen
-> bij kleuters worden de verschillen nog duidelijker (tegenover bij peuters)
2,5j à 3j -> kleuterschool: totaal nieuwe omgeving
-> begeleid door 1 bepaalde kleuterleidster (met veel andere kinderen)
-> crèchekinderen hebben minder grote overgang
Voor 3j
-> hoogtepunt trotsfase meestal voorbij
-> van negativisme naar positivisme
-> behoefte om alles op vaste manier te doen, neemt af (bv. steeds zelfde verhalen)
Lichamelijke ontwikkeling
Groei gebeurt geleidelijker -> vooral groei van bovendelen verloopt trager
-> benen zullen snel blijven groeien (cefalo-caudaal principe)
Lichaamsproporties van 6-jarige beginnen gelijkenis met die van de volwassene te vertonen
-> opvallende correlatie tussen lengte van kind rond 6j en zijn lengte als volwassene (grote
kinderen worden grote volwassenen)
Grafieken geven gemiddelden
-> ontwikkelingscurven van de individuele kinderen vertonen niet zo’n regelmaat -> worden
gekenmerkt door perioden van relatieve stilstand, vertraagde of versnelde groei
-> verklaringen: individueel groeitempo, levensomstandigheden, ziekten, …
Begin kleuterperiode: volledig gebit melktanden (20stuks)
-> begin schoolkindperiode: verlies 1ste melktand
1
,Motorische ontwikkeling
Grove motoriek
Vrij goed ontwikkeld bij kleuter
-> loopt op ‘grote mensenmanier’
-> kenmerkend: verschijnen van springen, rennen en zwemmen (zoals bij peuter) ->
ondergaan kwalitatieve veranderingen: steeds beter
Kleuter leert fietsen, herhaaldelijk oefenen -> steeds beter evenwicht en bewegingen ->
bochten leren nemen en leren remmen
Belangrijkste grove motorische vaardigheden:
3 jaar 4 jaar 5 jaar
Kan niet plotseling draaien of Heeft meer controle over Kan effectief starten, draaien
stoppen stoppen, starten en draaien en stoppen tijdens spelletjes
Kan 40-60cm verspringen Kan 60-85cm verspringen Kan met aanloop 70-90cm
verspringen
Kan zelfstandig trap oplopen, Kan met de ene voet na de Kan zelfstandig een lange trap
waarbij beurtelings ene en andere een lange trap aflopen, aflopen
andere voet wordt gebruikt met help
Kan op 1 been hinken met een Kan 4 tot 6 stappen op 1 been Kan met gemak een afstand
onregelmatige reeks sprongen hinken van 5 meter hinken
en een aantal variaties
Kleuter vertoont grote beweeglijkheid
-> ook moeilijke bewegingen waarbij evenwicht een centrale rol speelt (worden stelselmatig
uitgeprobeerd en eigen gemaakt door te oefenen)
3j: activiteitenniveau ligt hoger dan tijdens welke andere periode in het leven
-> er bestaan wel verschillen tussen kinderen (te maken met aangeboren temperament)
Grove motoriek vertoont aantal verschillen tussen jongens en meisjes
-> gedeeltelijk resultaat van variaties in spiersterkte (bij jongens groter)
bv. jongens kunnen beter gooien en hoger springen
-> algemene activiteitenniveau van jongens is hoger
-> meisjes zijn wel beter in activiteiten waarvoor de coördinatie van armen en benen nodig is
bv. handenstand of balanceren op 1 voet
2
, Fijne motoriek
Ontwikkeling van fijne motoriek komt iets later (gaat wel aanzienlijk vooruit)
-> kleinere subtielere lichaamsbewegingen
gebruik van vork, knippen met schaar, veters strikken,…
Er is veel oefening nodig
-> duidelijke ontwikkelingspatronen zichtbaar
3 jaar 4 jaar 5 jaar
Knipt papier Vouwt papier in driehoeken Vouwt papier in helften en
kwarten
Plakt met behulp van vinger Schrijft naam Tekent driehoek, rechthoek en
cirkel
Bouwt brug met 3 blokken Rijgt kralen Gebruikt potlood op juiste
manier
Tekent rondjes en plusjes Kopieert kruisjes Maakt objecten van klei
Tekent poppetjes Bouwt brug met 5 blokken Schrijft letters n
Schenkt vloeistof uit een kruik Schenkt zonder te morsen Schrijft 2 korte woorden na
zonder te morsen
Maakt eenvoudige puzzel Opent knijpers en brengt ze op
juiste manier aan
5 à 6j: kan al vaardig omspringen met blokken
-> ingewikkelde constructies maken met bouwmaterialen
-> puzzels, knippen, plakken en inkleuren: vooruitgang
-> tekenen: steeds meer oog-handcoördinatie (mens als aardappelvormig figuurtje met
steeds meer details)
Links- of rechtshandigheid
Einde kleutertijd: meeste kinderen vertonen duidelijke voorkeur voor welk hand
-> hebben links- of rechtshandigheid ontwikkeld
Sommige signalen zijn al zichtbaar in vroege babytijd: voorkeur voor 1 kant van hun lichaam
(bepaald hand om mee te grijpen)
5j: vertonen duidelijke neiging om bepaald hand te gebruiken
(90% rechterhand & 10% linkerhand -> meer jongens zijn linkshandig dan meisjes)
vroeger: linkshandige kinderen dwingen om rechterhand te gebruiken (vooral als ze leerden
schrijven)
-> het nut van deze manier is verouderd (voorbij)
Groot aantal tests om sensori-motorische ontwikkeling te diagnosticeren bij normale
kinderen (m.b.t. schoolrijpheid)
-> algemeen beeld van motorische ontwikkelingsniveau, ook van grove motoriek, fijne
motoriek, lateralisatie, coördinatie, meebewegingen, complexe handelingen, kennis
lichaamsschema, …
3