Lichamelijke opvoeding: vakdidactiek : uitschrijven les
1. Voorblad
1.1 Leergebied
Lichamelijke opvoeding
1.2 Lesonderwerp
Een fundamentele motorische vaardigheid
Een fysiek component (KLUS)
Spelen en sportspelen
Bewegen in andere milieus (bv water , open lucht, verkeer, bos,..)
Zeer veel bewegingservaring opdoen bij fundamentele motorische vaardigheden , steeds
gepresenteerd in variërende situaties. Ze zijn een voorbereiding op sportinitiële
vaardigheden vooral in 3de graad aanbod
1.3 Domeinen
Het ontwikkelen van motorische competenties.
Het ontwikkelen van een gezonde en veilige levensstijl. (opwarming KLUS)
(In het leerplan van het GO! valt KLUS onder de motorische competenties!)
Het ontwikkelen van het zelfconcept en het sociaal functioneren (ZC en SF). In het ZILL
van het katholieke net spreekt men over ‘het ontwikkelen van een innerlijk kompas’ en
over ‘socio-emotionele ontwikkeling’.
In elke les motorische competenties want centraal in de les
Enkel LO en beweging lln zoveel kans krijgen om te bewegen
Bij elke bewegingssituaties persoonsdoelen nagestreefd (ZC en SF)
De drie domeinen worden in iedere les geïntegreerd
1.4 didactische beginsituatie
volgende 3 kenmerken moeten uitwerkt worden:
vakinhoudelijke kenmerken:
o motorische kenmerken wat kunnen de leerlingen uitvoeren?
o Fysieke kenmerken hoe is de conditie tijdens de uitvoering?
(kracht, lenigheid, uithouding en snelheid)
omgevingskenmerken:
o info over kenmerken van de sportinfrastructuur en materialen
leerlingkenmerken:
o dynamisch- affectieve kenmerken wat voelen de leerlingen bij de uitvoering?
1. Voorblad
1.1 Leergebied
Lichamelijke opvoeding
1.2 Lesonderwerp
Een fundamentele motorische vaardigheid
Een fysiek component (KLUS)
Spelen en sportspelen
Bewegen in andere milieus (bv water , open lucht, verkeer, bos,..)
Zeer veel bewegingservaring opdoen bij fundamentele motorische vaardigheden , steeds
gepresenteerd in variërende situaties. Ze zijn een voorbereiding op sportinitiële
vaardigheden vooral in 3de graad aanbod
1.3 Domeinen
Het ontwikkelen van motorische competenties.
Het ontwikkelen van een gezonde en veilige levensstijl. (opwarming KLUS)
(In het leerplan van het GO! valt KLUS onder de motorische competenties!)
Het ontwikkelen van het zelfconcept en het sociaal functioneren (ZC en SF). In het ZILL
van het katholieke net spreekt men over ‘het ontwikkelen van een innerlijk kompas’ en
over ‘socio-emotionele ontwikkeling’.
In elke les motorische competenties want centraal in de les
Enkel LO en beweging lln zoveel kans krijgen om te bewegen
Bij elke bewegingssituaties persoonsdoelen nagestreefd (ZC en SF)
De drie domeinen worden in iedere les geïntegreerd
1.4 didactische beginsituatie
volgende 3 kenmerken moeten uitwerkt worden:
vakinhoudelijke kenmerken:
o motorische kenmerken wat kunnen de leerlingen uitvoeren?
o Fysieke kenmerken hoe is de conditie tijdens de uitvoering?
(kracht, lenigheid, uithouding en snelheid)
omgevingskenmerken:
o info over kenmerken van de sportinfrastructuur en materialen
leerlingkenmerken:
o dynamisch- affectieve kenmerken wat voelen de leerlingen bij de uitvoering?