Groeperingsvormen
- Homogene groepen (eenzelfde geslacht, interesse, leertempo voor een bepaald domein,…)
o Positief: sneller aansluiting tussen groepsleden; begeleiding op niveau aanbieden
o Negatief: verschillen tussen groepen kan toenemen
- Heterogene groepen (verschillen tussen leerlingen)
o Positief: leerlingen kunnen elkaar verrijken
o Negatief: sterkere leerlingen ondersteunen zwakkere leerlingen
• Soorten groepswerk
- Parallel groepswerk: alle groepen werken aan dezelfde opdracht a.d.h.v. dezelfde
infobronnen
- Complementair groepswerk: de opdrachten en/of infobronnen verschillen per groep
- Gefaseerd groepswerk met experten (jigsaw methode): groepswerk waarbij in verschillende
fasen met verschillend samengestelde groepen gewerkt wordt
- Coöperatief groepswerk: leerlingen moeten voor het uitvoeren van leeractiviteiten met
elkaar moeten samenwerken en van elkaars kwaliteiten moeten gebruik maken om tot een
verhoogd leereffect te komen (vijf basiskenmerken: positieve wederzijdse afhankelijkheid,
individuele verantwoordelijkheid, directe interactie, sociale vaardigheden en
groepsevaluatie)
de voor- en nadelen en gebruiksmogelijkheden van verschillende klasopstellingen toelichten.
Klasschikking: de positie van de leraar wordt gekozen dat hij/zij op elk moment zoveel mogelijk zicht
heeft op alle leerlingen
- Rijen: vooral nuttig voor frontaal, klassikaal onderwijs
- Rechthoek: geschikt voor discussies
- Eilandjes: geschikt voor groepswerk, duo-werk
- Kring: meestal zonder banken
Onderwijsleermiddelen = alle materialen die in het onderwijs gebruikt worden ter ondersteuning van
het leerproces van de leerlingen.
Onderwijsleermiddelen correct benoemen volgens hun soort.
- Cursusmateriaal
- Voorwerpen: in de werkelijkheid of de werkelijkheid in de klas halen
- Schoolbord – digibord/interactief whiteboard
- Digitale leeromgeving (tablet, computer, educatieve software, bordboeken, filmpjes,
PowerPointpresentatie, webquest, …)
Geschikte onderwijsleermiddelen kiezen voor het aanbrengen van een gegeven onderwerp en je
keuze verantwoorden vanuit de doelen bij dit onderwerp.
Aandachtspunten per gekozen leermiddel verantwoorden.
Gekozen leermiddel(en):
- Homogene groepen (eenzelfde geslacht, interesse, leertempo voor een bepaald domein,…)
o Positief: sneller aansluiting tussen groepsleden; begeleiding op niveau aanbieden
o Negatief: verschillen tussen groepen kan toenemen
- Heterogene groepen (verschillen tussen leerlingen)
o Positief: leerlingen kunnen elkaar verrijken
o Negatief: sterkere leerlingen ondersteunen zwakkere leerlingen
• Soorten groepswerk
- Parallel groepswerk: alle groepen werken aan dezelfde opdracht a.d.h.v. dezelfde
infobronnen
- Complementair groepswerk: de opdrachten en/of infobronnen verschillen per groep
- Gefaseerd groepswerk met experten (jigsaw methode): groepswerk waarbij in verschillende
fasen met verschillend samengestelde groepen gewerkt wordt
- Coöperatief groepswerk: leerlingen moeten voor het uitvoeren van leeractiviteiten met
elkaar moeten samenwerken en van elkaars kwaliteiten moeten gebruik maken om tot een
verhoogd leereffect te komen (vijf basiskenmerken: positieve wederzijdse afhankelijkheid,
individuele verantwoordelijkheid, directe interactie, sociale vaardigheden en
groepsevaluatie)
de voor- en nadelen en gebruiksmogelijkheden van verschillende klasopstellingen toelichten.
Klasschikking: de positie van de leraar wordt gekozen dat hij/zij op elk moment zoveel mogelijk zicht
heeft op alle leerlingen
- Rijen: vooral nuttig voor frontaal, klassikaal onderwijs
- Rechthoek: geschikt voor discussies
- Eilandjes: geschikt voor groepswerk, duo-werk
- Kring: meestal zonder banken
Onderwijsleermiddelen = alle materialen die in het onderwijs gebruikt worden ter ondersteuning van
het leerproces van de leerlingen.
Onderwijsleermiddelen correct benoemen volgens hun soort.
- Cursusmateriaal
- Voorwerpen: in de werkelijkheid of de werkelijkheid in de klas halen
- Schoolbord – digibord/interactief whiteboard
- Digitale leeromgeving (tablet, computer, educatieve software, bordboeken, filmpjes,
PowerPointpresentatie, webquest, …)
Geschikte onderwijsleermiddelen kiezen voor het aanbrengen van een gegeven onderwerp en je
keuze verantwoorden vanuit de doelen bij dit onderwerp.
Aandachtspunten per gekozen leermiddel verantwoorden.
Gekozen leermiddel(en):