2021
Verloskundige
methodiek 2
SAMENVATTING
AMBER ANSAELENS
,HET BLOED
BLOEDVOLUME
o Bloedvolume bedraagt ongeveer 1/13 van het lichaamsgewicht
FUNCTIE
o Transportfucntie:
o Vervoer van stoffen en gassen in oplossing en in gebonden toestand
o Vervoer van warmte (bij afknellen van de bloedsomloop wordt een lidmaat koud)
o Afweerfunctie:
o Door bloedstolling ontstaat een eerste afsluiting van een verwonding
o Door de leukocyten die een rol spelen in het onschadelijk maken van binnengedrongen
micro-organismen
o Door de immunoglobulinen:
o In het lichaam gevormde eiwitten die micro-organismen herkennen en opruimen
SAMENSTELLING
vol bloed
vast gedeelte vloeibaar gedeelte
water met opgeloste
eiwitten, fibrinogeen,
RBC WBC stoffen: voedingsstoffen,
globuline, albumine
vitamines, glucose...
TR electrolyten: Na, K,Cl...
HET VAST GEDEELTE
o Zijn cellen of corpusculaire fractie
o Bloed bestaat voor 45% uit vaste bestanddelen
RODE BLOEDCELLEN OF ERYTROCYTEN
o Vervullen essentiële rol bij de aanvoer van zuurstof en de afvoer van CO2
o Bevatten 2 soorten eiwitten
o Hemoglobuline
Amber Ansaelens 1
, o Koolzuuranyhydrase dat CO2 en H2O omzet in bicarbonaat
o Belangrijk voor de regeling van het waterevenwicht in het lichaam
o Levensduur van RBC is 120 dagen
o Worden afgebroken in de milt
o Hierbij komt hemoglobine vrij
o Wordt verder afgebroken tot bilirubine
o Normale waarden bij volwassene:
o Man: 4,5 – 6,5 miljoen/mm3
o Vrouw: 4,5 – 5,6 miljoen/ mm3
o Waarden kunnen dalen bij:
o Anemie
o Hemolyse: bloedcellen vallen uit elkaar
WITTE BLOEDCELLEN OF LEUKOCYTEN
o Worden geproduceerd in het beenmerg vertrekkende van stamcellen die zich differentiëren waarna ze
worden afgebroken in de milt
o Levensduur van WBC is enige uren tot enkele dagen
o Normale waarde:
o Afhankelijk van leeftijd en geslacht
o 3000 – 10 000/ mm3
o Leukocytaire formule:
o Verschillende soorten witte bloedcellen
o Onderverdeeld volgens de aan-of afwezigheid van granulen in het cytoplasma van de
cel
o Kan belangrijkde gegevans verschaffen in verband met acute/ chronische infectietoestanden
o Verschillende soorten:
o Granulocyten: er zijn granulen aanwezig
o Neutrofielen 65%
o Verantwoordelijk voor 1ste afweer tegen bacteriële infectie en andere
onstekingsreacties
o Eosinofielen 1 à 1,5%
o Bestrijden voornamelijk parasitaire infecties
o Indicatie voor bepaalde allergieën (bv: astma)
o Basofielen 0 à 1%
o Hoofdverantwoordelijken voor allergische- en antigeenrespons door het
vrijmaken van histaminen die ontsteking veroorzaken
o Stijgt bij onstekingsreactie en intoxicaties
o Agranulocyten: geen granulen aanwezig
o Lymfocyten 20 à 50%
o Stijgt bij virale infecties
o Onder andere de T-lymfocyten die gedurende meerdere jaren overleven
Amber Ansaelens 2
, o Monocyten 6%
o Fagocyterende werking
o Spelen een rol in vorming van antistoffen
o Worden macrofagen genoemd als ze vanuit het bloed naar andere weefsels
gemigreerd zijn
BLOEDPLAATJES OF TROMBOCYTEN
o Spelen een belangrijke rol in de bloedstolling
o Wanneer bloedvatwand beschadigd is, gaan de bloedplaatjes aan de beschadigde wand plakken
o Komt door binding van de bloedplaatjes aan collageenvezels die door de beschadiging bloot
zijn komen te liggen
o Bloedplaatjes plakken ook aan elkaar vast (= aggregeren) en beginnen een prop te vormen
o Fibrine wordt gevormd uit fibrinogeen
o Fibrine is een vezelachtige stof dat een netwerk van draden gaat vormen om bloedprop te
verstevigen
o Tromboplastine komt vrij uit het beschadigde weefsel
o Tromboplastine en plakken van bloedplaatjes staan aan begin van ingewikkelde keten van
reacties, bloedstolling en eindigt met het ontstaan van bloedstolsel
o Afsluitende bloedprop kan gevormd worden
o Normale waarde:
o 140 000 – 400 000/ mm3
o Trombocytopenie:
o < 50 000/ mm3
o Reeël gevaar voor spontane bloedingen
o Hematomen, petechieën tot maag-darmbloedingen en hersenbloedingen
o Oorzaken:
o Verminderde productie door gebrek aan vitamine B12 en foliumzuur
o Leukemie
o Beenmergonderdrukking door bestraling en cytostatica
o Behandeling:
o Geven van transfusie is geen optie omdat bloedplaatjes maar 10 dagen overleven
o Medicatie bv: prednison
o Eventueel miltverwijdering
VLOEIBARE GEDEELTE
o = bloedplasma (bloed bestaat voor 55% uit plasma)
o Water 90%
o Eiwitten 7-8%
o Fibrinogeen: van belang voor bloedstolling
o Globulinen:
o Alfa: invloed op enzymes
o Beta: transport
o Gamma: afweer (IgG, IgA, IgM, IgD, IgE)
Amber Ansaelens 3
Verloskundige
methodiek 2
SAMENVATTING
AMBER ANSAELENS
,HET BLOED
BLOEDVOLUME
o Bloedvolume bedraagt ongeveer 1/13 van het lichaamsgewicht
FUNCTIE
o Transportfucntie:
o Vervoer van stoffen en gassen in oplossing en in gebonden toestand
o Vervoer van warmte (bij afknellen van de bloedsomloop wordt een lidmaat koud)
o Afweerfunctie:
o Door bloedstolling ontstaat een eerste afsluiting van een verwonding
o Door de leukocyten die een rol spelen in het onschadelijk maken van binnengedrongen
micro-organismen
o Door de immunoglobulinen:
o In het lichaam gevormde eiwitten die micro-organismen herkennen en opruimen
SAMENSTELLING
vol bloed
vast gedeelte vloeibaar gedeelte
water met opgeloste
eiwitten, fibrinogeen,
RBC WBC stoffen: voedingsstoffen,
globuline, albumine
vitamines, glucose...
TR electrolyten: Na, K,Cl...
HET VAST GEDEELTE
o Zijn cellen of corpusculaire fractie
o Bloed bestaat voor 45% uit vaste bestanddelen
RODE BLOEDCELLEN OF ERYTROCYTEN
o Vervullen essentiële rol bij de aanvoer van zuurstof en de afvoer van CO2
o Bevatten 2 soorten eiwitten
o Hemoglobuline
Amber Ansaelens 1
, o Koolzuuranyhydrase dat CO2 en H2O omzet in bicarbonaat
o Belangrijk voor de regeling van het waterevenwicht in het lichaam
o Levensduur van RBC is 120 dagen
o Worden afgebroken in de milt
o Hierbij komt hemoglobine vrij
o Wordt verder afgebroken tot bilirubine
o Normale waarden bij volwassene:
o Man: 4,5 – 6,5 miljoen/mm3
o Vrouw: 4,5 – 5,6 miljoen/ mm3
o Waarden kunnen dalen bij:
o Anemie
o Hemolyse: bloedcellen vallen uit elkaar
WITTE BLOEDCELLEN OF LEUKOCYTEN
o Worden geproduceerd in het beenmerg vertrekkende van stamcellen die zich differentiëren waarna ze
worden afgebroken in de milt
o Levensduur van WBC is enige uren tot enkele dagen
o Normale waarde:
o Afhankelijk van leeftijd en geslacht
o 3000 – 10 000/ mm3
o Leukocytaire formule:
o Verschillende soorten witte bloedcellen
o Onderverdeeld volgens de aan-of afwezigheid van granulen in het cytoplasma van de
cel
o Kan belangrijkde gegevans verschaffen in verband met acute/ chronische infectietoestanden
o Verschillende soorten:
o Granulocyten: er zijn granulen aanwezig
o Neutrofielen 65%
o Verantwoordelijk voor 1ste afweer tegen bacteriële infectie en andere
onstekingsreacties
o Eosinofielen 1 à 1,5%
o Bestrijden voornamelijk parasitaire infecties
o Indicatie voor bepaalde allergieën (bv: astma)
o Basofielen 0 à 1%
o Hoofdverantwoordelijken voor allergische- en antigeenrespons door het
vrijmaken van histaminen die ontsteking veroorzaken
o Stijgt bij onstekingsreactie en intoxicaties
o Agranulocyten: geen granulen aanwezig
o Lymfocyten 20 à 50%
o Stijgt bij virale infecties
o Onder andere de T-lymfocyten die gedurende meerdere jaren overleven
Amber Ansaelens 2
, o Monocyten 6%
o Fagocyterende werking
o Spelen een rol in vorming van antistoffen
o Worden macrofagen genoemd als ze vanuit het bloed naar andere weefsels
gemigreerd zijn
BLOEDPLAATJES OF TROMBOCYTEN
o Spelen een belangrijke rol in de bloedstolling
o Wanneer bloedvatwand beschadigd is, gaan de bloedplaatjes aan de beschadigde wand plakken
o Komt door binding van de bloedplaatjes aan collageenvezels die door de beschadiging bloot
zijn komen te liggen
o Bloedplaatjes plakken ook aan elkaar vast (= aggregeren) en beginnen een prop te vormen
o Fibrine wordt gevormd uit fibrinogeen
o Fibrine is een vezelachtige stof dat een netwerk van draden gaat vormen om bloedprop te
verstevigen
o Tromboplastine komt vrij uit het beschadigde weefsel
o Tromboplastine en plakken van bloedplaatjes staan aan begin van ingewikkelde keten van
reacties, bloedstolling en eindigt met het ontstaan van bloedstolsel
o Afsluitende bloedprop kan gevormd worden
o Normale waarde:
o 140 000 – 400 000/ mm3
o Trombocytopenie:
o < 50 000/ mm3
o Reeël gevaar voor spontane bloedingen
o Hematomen, petechieën tot maag-darmbloedingen en hersenbloedingen
o Oorzaken:
o Verminderde productie door gebrek aan vitamine B12 en foliumzuur
o Leukemie
o Beenmergonderdrukking door bestraling en cytostatica
o Behandeling:
o Geven van transfusie is geen optie omdat bloedplaatjes maar 10 dagen overleven
o Medicatie bv: prednison
o Eventueel miltverwijdering
VLOEIBARE GEDEELTE
o = bloedplasma (bloed bestaat voor 55% uit plasma)
o Water 90%
o Eiwitten 7-8%
o Fibrinogeen: van belang voor bloedstolling
o Globulinen:
o Alfa: invloed op enzymes
o Beta: transport
o Gamma: afweer (IgG, IgA, IgM, IgD, IgE)
Amber Ansaelens 3