Aantekeningen - Methodisch handelen
Inhoudsopgave
De Big Five...........................................................................................................................................................2
Een goede basishouding.......................................................................................................................................3
Feedback geven....................................................................................................................................................4
1. Motiverende gespreksvoering.................................................................................................................... 5
2. Verandermodel Prochaska en Diclimente................................................................................................... 6
3. Kernkwaliteiten en kernkwadrant (Ofman)................................................................................................ 7
4. Transactionele analyse (T.A.) en Het OK-model (Arendsen)........................................................................8
Het OK-model.......................................................................................................................................................8
5. Dramadriehoek en Winnaarsdriehoek (Karpman).......................................................................................9
6. Het spiraalmodel (Korthagen)................................................................................................................... 10
7. Roos van Leary......................................................................................................................................... 11
8. Leefgebiedenlijst...................................................................................................................................... 11
9. Algemene gesprekstechnieken................................................................................................................. 12
Soorten vragen..................................................................................................................................................12
, Gespreksvoering voor sociaal werkers
De Big Five
Vijf groepen persoonlijkheidskenmerken onderscheid.
1. Extraversie
Bij extraversie gaat het om de mate waarin je behoefte hebt aan sociaal contact.
Extraverte mensen zijn graag in het gezelschap van anderen. Wanneer je laag op deze
schaal scoort, is er sprake van introversie. Introverte mensen zijn het liefst alleen of in
een rustige omgeving.
2. Altruïsme
Bij Altruïsme gaat het om de mate waarin je het belang van een ander boven je eigen
belang stelt. Altruïstische mensen zijn tolerant en hulpvaardig. Wanneer je laag scoort op
deze schaal ben je meer competitief dan coöperatief.
3. Consciëntieusheid (zorgvuldigheid)
Consciëntieusheid staat voor de mate waarin je georganiseerd en doelgericht te werk
gaat. Een consciëntieus persoon is ambitieus, betrouwbaar en gewetenvol. Iemand die
laag scoort op deze schaal kan beter tegen chaos en werkt daarom ook minder
gestructureerd.
4. Neuroticisme
Bij neuroticisme gaat het om de Mensen met een lage score op deze schaal zijn
emotioneel stabiel. Ze zijn tevreden met zichzelf en maken zich minder snel zorgen.
5. Openheid voor nieuwe ervaringen
Openheid voor nieuwe ervaringen staat voor de mate waarin iemand open staat voor
nieuwe ervaringen. Scoor je hoog op openheid voor nieuwe ervaringen, dan ben je
nieuwsgierig en fantasievol. Heb je een lage score op deze schaal, dan houd je je liever
bezig met feiten. Je kiest dan eerder voor het vertrouwde.
Inhoudsopgave
De Big Five...........................................................................................................................................................2
Een goede basishouding.......................................................................................................................................3
Feedback geven....................................................................................................................................................4
1. Motiverende gespreksvoering.................................................................................................................... 5
2. Verandermodel Prochaska en Diclimente................................................................................................... 6
3. Kernkwaliteiten en kernkwadrant (Ofman)................................................................................................ 7
4. Transactionele analyse (T.A.) en Het OK-model (Arendsen)........................................................................8
Het OK-model.......................................................................................................................................................8
5. Dramadriehoek en Winnaarsdriehoek (Karpman).......................................................................................9
6. Het spiraalmodel (Korthagen)................................................................................................................... 10
7. Roos van Leary......................................................................................................................................... 11
8. Leefgebiedenlijst...................................................................................................................................... 11
9. Algemene gesprekstechnieken................................................................................................................. 12
Soorten vragen..................................................................................................................................................12
, Gespreksvoering voor sociaal werkers
De Big Five
Vijf groepen persoonlijkheidskenmerken onderscheid.
1. Extraversie
Bij extraversie gaat het om de mate waarin je behoefte hebt aan sociaal contact.
Extraverte mensen zijn graag in het gezelschap van anderen. Wanneer je laag op deze
schaal scoort, is er sprake van introversie. Introverte mensen zijn het liefst alleen of in
een rustige omgeving.
2. Altruïsme
Bij Altruïsme gaat het om de mate waarin je het belang van een ander boven je eigen
belang stelt. Altruïstische mensen zijn tolerant en hulpvaardig. Wanneer je laag scoort op
deze schaal ben je meer competitief dan coöperatief.
3. Consciëntieusheid (zorgvuldigheid)
Consciëntieusheid staat voor de mate waarin je georganiseerd en doelgericht te werk
gaat. Een consciëntieus persoon is ambitieus, betrouwbaar en gewetenvol. Iemand die
laag scoort op deze schaal kan beter tegen chaos en werkt daarom ook minder
gestructureerd.
4. Neuroticisme
Bij neuroticisme gaat het om de Mensen met een lage score op deze schaal zijn
emotioneel stabiel. Ze zijn tevreden met zichzelf en maken zich minder snel zorgen.
5. Openheid voor nieuwe ervaringen
Openheid voor nieuwe ervaringen staat voor de mate waarin iemand open staat voor
nieuwe ervaringen. Scoor je hoog op openheid voor nieuwe ervaringen, dan ben je
nieuwsgierig en fantasievol. Heb je een lage score op deze schaal, dan houd je je liever
bezig met feiten. Je kiest dan eerder voor het vertrouwde.