JAARREKENING 2.1
, H1 – EXTERNE VERSLAGGEVING:
RELATIES MET ANDERE VAKGEBIEDEN EN
ONTWIKKELING
§1.1 – Afbakening van het vakgebied
§1.1.1 – Doelstellingen en belanghebbenden
Een organisatie is een samenwerkingsverband van mensen en middelen dat is gericht op het
realiseren van bepaalde doelstellingen. De belanghebbenden, waaronder de leiding,
eigenaren, afnemers, leveranciers en de overheid, willen kunnen beoordelen of hun
doelstellingen met betrekking tot de organisatie worden gerealiseerd. Interne en externe
informatieverschaffing is hierbij van belang.
§1.1.2 – Interne en externe informatieverschaffing
Interne informatieverschaffing is gericht op de informatiebehoefte van de leiding voor het
nemen van beslissingen en het beheersen van het bedrijfsproces. Dit is het terrein van de
management accounting of interne berichtgeving.
Externe informatieverschaffing is gericht op de informatiebehoefte van derden voor hun
oordeelsvorming en/of besluitvorming ten aanzien van de organisatie. Dit is het terrein van
de financial accounting of de externe verslaggeving.
Intern Extern
Wettelijke voorschriften Nee Ja (Titel 9 Boek 2 BW)
Frequentie Vrijwel doorlopend Periodiek
Detaillering Zeer gedetailleerd Meer globaal
Tijdstip van berichtgeving Vrij snel na einde periode Later
Mogelijke neiging tot ‘creative Nee, althans niet op het niveau Ja
accounting’ van de centrale leiding
Sturing van het bedrijf op basis van de interne berichtgeving vereist dat de cijfers actueel
zijn; intern zal men dan ook vaak snelheid laten prevaleren boven een volledige
accuraatheid. Bij de externe verslaggeving, die een nadrukkelijke verantwoordingsfunctie
heeft, ligt dit eerder omgekeerd.
We kennen drie soorten jaarrekeningen:
Interne jaarrekening ten behoeve van de leiding
Externe jaarrekening ten behoeve van externe belanghebbenden
Fiscale jaarrekening ten behoeve van de fiscus
§1.2 – De externe jaarrekening
Het belangrijkste onderdeel van de externe verslaggeving is de jaarrekening. De
jaarrekening is het geheel van de balans, winst- en verliesrekening, kasstroomoverzicht en
de toelichtingen hiervan.
§1.2.1 – Balans en resultatenrekening
Om als activum te kwalificeren dient een bedrijfsmiddel in de beschikkingsmacht van de
onderneming te zijn en zal het naar verwachting economische voordelen opleveren.
,Activa kan je onderscheiden in vaste en vlottende activa. Dit onderscheid is met name van
belang uit oogpunt van liquiditeit: vlottende activa komt in korte termijn in geldvorm vrij, vaste
activa in lange termijn.
Eigen vermogen, permanent vermogen, staat voor onbepaalde tijd ter beschikking van de
onderneming. Eigen vermogen is risicodragend vermogen of ondernemend vermogen: de
vergoeding voor het ter beschikking stellen van het eigen vermogen is afhankelijk van het
presteren van de onderneming; in geval van liquidatie komen de eigenvermogenverschaffers
het laatst voor terugbetaling in aanmerking.
Vreemd vermogen is tijdelijk vermogen, omdat van tevoren afspraken over terugbetaling zijn
gemaakt. Vreemd vermogen is risicomijdend of niet-ondernemend vermogen: de vergoeding
is in principe onafhankelijk van het presteren van de onderneming en de
vreemdvermogenverschaffers komen bij liquidatie als eerste voor terugbetaling in
aanmerking.
Voorzieningen zijn verplichtingen waarvan de omvang en/of het tijdstip van nakoming niet
exact te bepalen zijn, maar wel redelijkerwijs te schatten. Voorzieningen behoren tot het
vreemd vermogen.
Een andere indeling van de balansposten is die in materiële en monetaire posten:
Bij materiële activa als duurzame productiemiddelen en voorraden gaat het om
hoeveelheden die, door vermenigvuldiging met een prijsgrondslag, moeten worden
vertaald in geld.
Bij monetaire posten als vorderingen en liquide middelen (monetaire activa) en
schulden en voorzieningen (monetaire passiva) hoeft deze vertaalslag niet gemaakt
te worden, omdat die al in een geldbedrag luiden.
§1.2.2 – Het verband tussen de balans en de resultatenrekening
De winst over een bepaalde periode kan op twee manieren worden berekend:
Vanuit de resultatenrekening, als het verschil tussen de opbrengsten en de kosten
Vanuit de balans, als het verschil tussen het eigen vermogen aan het eind en het
eigen vermogen aan het begin van de periode (vermogensvergelijking)
o Hierbij moeten kapitaalstortingen en -onttrekkingen gecorrigeerd worden
Eigen vermogen einde periode
Eigen vermogen begin periode -
Vermogenstoename
Kapitaalstortingen -
Kapitaalonttrekkingen +
Winst
§1.2.3 – Rentabiliteit, solvabiliteit en liquiditeit
Rentabiliteit
winst vóór aftrek van interest en belasting
RTV (%)=
gemiddeld totaal vermogen
nettowinst (vóór aftrek of na aftrek belasting)
REV (%)=
gemiddeld eigenvermogen
rentelasten
RVV (%)=
gemiddeld vreemd vermogen
, RTV > RVV REVvb > RTV positieve financiële hefboomwerking
Solvabiliteit
Solvabiliteit is de mate waarin de onderneming in staat is aan haar verplichtingen jegens
schuldeisers te voldoen. Hoe groter de relatieve omvang van het eigen vermogen, des te
beter de solvabiliteit.
eigen vermogen
solvabiliteit=
totale vermogen
Garantievermogen is een verzamelterm voor al het vermogen dat een bufferfunctie heeft
(eigen vermogen en achtergestelde leningen).
Grove norm van solvabiliteit:
Kapitaalintensieve industriële bedrijven ten minste 1/3
Arbeidsintensieve ondernemingen ten minste 1/4
Bij een hogere rentabiliteit zal een wat mindere solvabiliteit acceptabel zijn
Liquiditeit
De liquiditeit geeft de mate aan waarin de onderneming in staat is aan haar lopende
betalingsverplichtingen te voldoen.
Dynamische liquiditeit wordt beoordeeld aan de hand van een prognose van de verwachte
ontvangsten en uitgaven voor de komende periode (liquiditeitsbegroting).
De statische liquiditeit kan afgeleid worden door de verhouding tussen de vlottende activa en
de kortlopende verplichtingen te berekenen (current ratio).
vlottende activa
current ratio=
kortlopende verplichtingen
Vuistregel: CR moet minimaal 1,5 à 2 zijn.
Beperkingen CR:
Cijfers uit balans zijn momentopname
Gevoelig voor windowdressing
Houdt geen rekening met mogelijke dispositieruimte op rekening-courantkredieten
§1.3 – Ontwikkeling van de externe verslaggeving
Europese beursgenoteerde ondernemingen zijn verplicht om hun (geconsolideerde)
jaarrekening op te stellen op basis van de IFRS-regels, opgesteld door de IASB. De niet-
beursgenoteerde ondernemingen blijven vallen onder de nationale wetgeving van de
lidstaten.
§1.4 – Functies en kwaliteitskenmerken van de jaarrekening
Het bezitsmodel
Geen sprake van een scheiding tussen leiding en eigendom
Doel onderneming: vergroten van het kapitaal
Belanghebbenden: ondernemer zelf en fiscus
Alleen fiscale jaarrekening
VB: eenmanszaak en VOF
Het klassieke of gesloten model
, H1 – EXTERNE VERSLAGGEVING:
RELATIES MET ANDERE VAKGEBIEDEN EN
ONTWIKKELING
§1.1 – Afbakening van het vakgebied
§1.1.1 – Doelstellingen en belanghebbenden
Een organisatie is een samenwerkingsverband van mensen en middelen dat is gericht op het
realiseren van bepaalde doelstellingen. De belanghebbenden, waaronder de leiding,
eigenaren, afnemers, leveranciers en de overheid, willen kunnen beoordelen of hun
doelstellingen met betrekking tot de organisatie worden gerealiseerd. Interne en externe
informatieverschaffing is hierbij van belang.
§1.1.2 – Interne en externe informatieverschaffing
Interne informatieverschaffing is gericht op de informatiebehoefte van de leiding voor het
nemen van beslissingen en het beheersen van het bedrijfsproces. Dit is het terrein van de
management accounting of interne berichtgeving.
Externe informatieverschaffing is gericht op de informatiebehoefte van derden voor hun
oordeelsvorming en/of besluitvorming ten aanzien van de organisatie. Dit is het terrein van
de financial accounting of de externe verslaggeving.
Intern Extern
Wettelijke voorschriften Nee Ja (Titel 9 Boek 2 BW)
Frequentie Vrijwel doorlopend Periodiek
Detaillering Zeer gedetailleerd Meer globaal
Tijdstip van berichtgeving Vrij snel na einde periode Later
Mogelijke neiging tot ‘creative Nee, althans niet op het niveau Ja
accounting’ van de centrale leiding
Sturing van het bedrijf op basis van de interne berichtgeving vereist dat de cijfers actueel
zijn; intern zal men dan ook vaak snelheid laten prevaleren boven een volledige
accuraatheid. Bij de externe verslaggeving, die een nadrukkelijke verantwoordingsfunctie
heeft, ligt dit eerder omgekeerd.
We kennen drie soorten jaarrekeningen:
Interne jaarrekening ten behoeve van de leiding
Externe jaarrekening ten behoeve van externe belanghebbenden
Fiscale jaarrekening ten behoeve van de fiscus
§1.2 – De externe jaarrekening
Het belangrijkste onderdeel van de externe verslaggeving is de jaarrekening. De
jaarrekening is het geheel van de balans, winst- en verliesrekening, kasstroomoverzicht en
de toelichtingen hiervan.
§1.2.1 – Balans en resultatenrekening
Om als activum te kwalificeren dient een bedrijfsmiddel in de beschikkingsmacht van de
onderneming te zijn en zal het naar verwachting economische voordelen opleveren.
,Activa kan je onderscheiden in vaste en vlottende activa. Dit onderscheid is met name van
belang uit oogpunt van liquiditeit: vlottende activa komt in korte termijn in geldvorm vrij, vaste
activa in lange termijn.
Eigen vermogen, permanent vermogen, staat voor onbepaalde tijd ter beschikking van de
onderneming. Eigen vermogen is risicodragend vermogen of ondernemend vermogen: de
vergoeding voor het ter beschikking stellen van het eigen vermogen is afhankelijk van het
presteren van de onderneming; in geval van liquidatie komen de eigenvermogenverschaffers
het laatst voor terugbetaling in aanmerking.
Vreemd vermogen is tijdelijk vermogen, omdat van tevoren afspraken over terugbetaling zijn
gemaakt. Vreemd vermogen is risicomijdend of niet-ondernemend vermogen: de vergoeding
is in principe onafhankelijk van het presteren van de onderneming en de
vreemdvermogenverschaffers komen bij liquidatie als eerste voor terugbetaling in
aanmerking.
Voorzieningen zijn verplichtingen waarvan de omvang en/of het tijdstip van nakoming niet
exact te bepalen zijn, maar wel redelijkerwijs te schatten. Voorzieningen behoren tot het
vreemd vermogen.
Een andere indeling van de balansposten is die in materiële en monetaire posten:
Bij materiële activa als duurzame productiemiddelen en voorraden gaat het om
hoeveelheden die, door vermenigvuldiging met een prijsgrondslag, moeten worden
vertaald in geld.
Bij monetaire posten als vorderingen en liquide middelen (monetaire activa) en
schulden en voorzieningen (monetaire passiva) hoeft deze vertaalslag niet gemaakt
te worden, omdat die al in een geldbedrag luiden.
§1.2.2 – Het verband tussen de balans en de resultatenrekening
De winst over een bepaalde periode kan op twee manieren worden berekend:
Vanuit de resultatenrekening, als het verschil tussen de opbrengsten en de kosten
Vanuit de balans, als het verschil tussen het eigen vermogen aan het eind en het
eigen vermogen aan het begin van de periode (vermogensvergelijking)
o Hierbij moeten kapitaalstortingen en -onttrekkingen gecorrigeerd worden
Eigen vermogen einde periode
Eigen vermogen begin periode -
Vermogenstoename
Kapitaalstortingen -
Kapitaalonttrekkingen +
Winst
§1.2.3 – Rentabiliteit, solvabiliteit en liquiditeit
Rentabiliteit
winst vóór aftrek van interest en belasting
RTV (%)=
gemiddeld totaal vermogen
nettowinst (vóór aftrek of na aftrek belasting)
REV (%)=
gemiddeld eigenvermogen
rentelasten
RVV (%)=
gemiddeld vreemd vermogen
, RTV > RVV REVvb > RTV positieve financiële hefboomwerking
Solvabiliteit
Solvabiliteit is de mate waarin de onderneming in staat is aan haar verplichtingen jegens
schuldeisers te voldoen. Hoe groter de relatieve omvang van het eigen vermogen, des te
beter de solvabiliteit.
eigen vermogen
solvabiliteit=
totale vermogen
Garantievermogen is een verzamelterm voor al het vermogen dat een bufferfunctie heeft
(eigen vermogen en achtergestelde leningen).
Grove norm van solvabiliteit:
Kapitaalintensieve industriële bedrijven ten minste 1/3
Arbeidsintensieve ondernemingen ten minste 1/4
Bij een hogere rentabiliteit zal een wat mindere solvabiliteit acceptabel zijn
Liquiditeit
De liquiditeit geeft de mate aan waarin de onderneming in staat is aan haar lopende
betalingsverplichtingen te voldoen.
Dynamische liquiditeit wordt beoordeeld aan de hand van een prognose van de verwachte
ontvangsten en uitgaven voor de komende periode (liquiditeitsbegroting).
De statische liquiditeit kan afgeleid worden door de verhouding tussen de vlottende activa en
de kortlopende verplichtingen te berekenen (current ratio).
vlottende activa
current ratio=
kortlopende verplichtingen
Vuistregel: CR moet minimaal 1,5 à 2 zijn.
Beperkingen CR:
Cijfers uit balans zijn momentopname
Gevoelig voor windowdressing
Houdt geen rekening met mogelijke dispositieruimte op rekening-courantkredieten
§1.3 – Ontwikkeling van de externe verslaggeving
Europese beursgenoteerde ondernemingen zijn verplicht om hun (geconsolideerde)
jaarrekening op te stellen op basis van de IFRS-regels, opgesteld door de IASB. De niet-
beursgenoteerde ondernemingen blijven vallen onder de nationale wetgeving van de
lidstaten.
§1.4 – Functies en kwaliteitskenmerken van de jaarrekening
Het bezitsmodel
Geen sprake van een scheiding tussen leiding en eigendom
Doel onderneming: vergroten van het kapitaal
Belanghebbenden: ondernemer zelf en fiscus
Alleen fiscale jaarrekening
VB: eenmanszaak en VOF
Het klassieke of gesloten model