10.1 Schenken civiel:
Schenken is een overeenkomst waarbij de schenker ten koste van zijn eigen
vermogen de ontvanger (begunstigde) verrijkt zonder tegenprestatie.
Een schenking heeft aan aantal kenmerken waar aan moeten worden voldaan:
Overeenkomst. Een eenzijdige vormvrije overeenkomst die zowel mondeling
als schriftelijk kan.
Om niet. Er is geen tegenprestatie.
Verarming schenker en verrijking begiftigde.
Bevoordelingsbedoeling (vrijgevigheid).
Verschil gift en schenking:
Bij een gift is er sprake van verarming, verrijking en bevoordelingsbedoeling.
Een schenking is altijd een gift, maar een gift hoeft geen schenking te zijn.
Er is pas sprake van een schenking als de begiftigde de schenking heeft
ontvangen of er aansprak op kan maken.
Redenen om een notariële schenkingsovereenkomst te sluiten:
Schenking die pas bij overlijden v.d. schenker wordt uitgevoerd, is alleen
hiermee geldig. Als er geen is, dan vervalt de ‘schenking bij dode’.
De bewijskracht is groter. Dat geldt ook voor de bewijskracht v.d. datum v.d.
schenking. De Belastingdienst accepteert altijd een notariële akte.
Een schenker kan beweren dat een schenking is overeengekomen door de
omstandigheden. Bijv. door dementie. Vanwege de zorgplicht is dus alleen
hiermee de schenking geldig.
Schenking onder bewind:
De schenker schenkt aan de ontvanger, waarbij de bewindvoerder de
schenking beheert.
Een schenking onder bewind moet altijd schriftelijk.
Soms wordt de overeenkomst v. deze schenking de bewindakte genoemd.
Er zijn drie rollen: schenker, ontvanger en bewindvoerder.
De bewindvoerder beheert wat geschonken is.
In de schenkingsovereenkomst wordt afgesproken wanneer het bewind
eindigt. Dit kan bijv. als de ontvanger afstudeert.
Deze manier wordt vaak gekozen bij schenkingen aan kinderen of mensen
met geestelijke beperking.
Schenking onder uitsluitingsclausule/insluitingsclausule:
Dit is als in de schenkovereenkomst is uitgesloten dat de schenking binnen
een eventuele huwelijksgemeenschap terecht komt.
Dit speelt vooral voor huwelijken zonder huwelijkse voorwaarden afgesloten
voor 1 januari 2018.
Door de uitsluiting is de schenking onderdeel van het privévermogen v.d.
ontvanger.
10.2 Schenken fiscaal:
, De tarieven voor de schenk- en erfbelasting zijn gelijk. Het tarief en de vrijstellingen
hangen af van:
De waarde van de schenking (hoe hoger, hoe hoger het tarief)
De verwantschap v.d. ontvanger en de schenker (hoe verder, hoe hoger)
ANBI = algemeen nut beogende instelling
Voor deze status moet een instelling aan deze eisen voldoen:
90%-eis. Instelling zet zich voor minstens 90% in voor het algemeen nut.
Geen winstoogmerk.
Beloning bestuurders beperkt tot onkostenvergoeding.
Openbaar maken van gegevens op een website.
Bekende ANBI’s zijn Greenpeace, Stedelijk Museum A’dam en Parkinsonfonds.
Schenken aan een ANBI:
Heeft een fiscaal voordeel: de schenker mag de gift v.h. inkomen aftrekken in
de inkomstenbelasting. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen giften:
- Periodieke gift is volledig aftrekbaar. De voorwaarden zijn: de gift is aan
een ANBI, vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst, de ANBI levert
geen tegenprestatie en de minimale periode is 5 jaar.
- Gewone gift is de aftrek afhankelijk v.h. drempelbedrag en een
maximum. Het drempelbedrag is 1% v.h. drempelinkomen.
Drempelinkomen = het totaal van inkomsten en aftrekposten in box 1.2
en 3, maar zonder persoonsgebonden aftrek.
Voorwaarden van een gewone gift: vrijwillig aan ANBI zonder
tegenprestatie en is schriftelijk te bewijzen.
SBBI: sociaal belang behartigende instelling:
Deze behartigt individuele belangen van leden of een doelgroep, maar heeft
ook een maatschappelijke waarde.
De SBBI hoeft geen schenkbelasting te betalen.
Een schenking is niet fiscaal aftrekbaar.
10.3 Erven civiel
Versterferfrecht:
Als de erflater geen testament heeft.
In dit recht wordt binnen de erfgenamen een volgorde van groepen
(parentelen) erfgenamen genoemd:
- Groep 1 bestaat uit de echtgenoot v.d. erflater en zijn juridische
kinderen. Stief- en pleegkinderen zijn dit niet.
- Groep 2 bestaat uit ouders, broers en zussen v.d. erflater. Ouders
erven ieder minstens een kwart v.d. nalatenschap. Halfbroers en
zussen erven de helft van wat de volle zussen en broers doen.
- Groep 3 bestaat uit de grootouders.
- Groep 4 bestaat uit de overgrootouders.
Binnen de groepen is plaatsvervulling mogelijk – (klein)kinderen nemen de
plaats van een erfgenaam in.
Binnen groep 1 hebben echtgenoot en kinderen recht op een gelijk deel.