100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Beeldtaal

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
28
Subido en
18-02-2015
Escrito en
2013/2014

Samenvatting Beeldtaal, 1e jaar communicatiemanagement

Institución
Grado










Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
18 de febrero de 2015
Número de páginas
28
Escrito en
2013/2014
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

BEELDCOMMUNICATIE II
KIJKEN EN ZIEN

1.1. ONS VISUELE SYSTEEM

Oog  fototoestel




Licht komt ons oog binnen via het hoornvlies, dit is de voorzijde van de buitenste oogrok
(sclera), daarachter zit het regenboogvlies (iris). Midden in het regenboogvlies zit een
opening (de pupil), net als een diafragma kan de opening van een pupil groter of kleiner
worden om de juiste hoeveelheid licht binnen te laten.

Achter de pupil zit de ooglens, deze zorgt ervoor dat er een scherp omgekeerd beeld
wordt gevormd op het netvlies. Door platter of boller te worden kan de lens ons beeld
scherpstellen. Om scherp te stellen op voorwerpen van dichtbij wordt de lens boller, bij
verre voorwerpen wordt hij steeds platter, dit scherpstellen : accommodatie ↔
fototoestel : autofocus.

Op het netvlies : 2 soorten lichtverwerkende zenuwcellen.
Staafjes: zijn zeer lichtgevoelig maar kunnen geen kleuren onderscheiden.
Kegeltjes: zien wel kleuren.
De gele vlek is een concentratie van kegeltjes en staafjes, wanneer het beeld hierop valt
zien we het scherpst.
De kegeltjes en staafjes sturen een soort elektrische signalen door via de beide
oogzenuwen naar de linker en de rechter visuele hersenschors, de hersenen geven
betekenis aan het beeld.

We kijken met onze ogen maar zien met onze hersenen.

1.2. HOE ZIEN WIJ EN HOE ZIET DE CAMERA?



2. TERUG NAAR DE BASIS: DE CAMERA OBSCURA

4e eeuw VOT

,Aristoteles zag tussen een hoop bladeren tijdens de zonsverduistering en zonprojectie
onder boomkruinen.

3e eeuw VOT

euclides  verschijnsel bewijst de rechtlijnige voortplanting van het licht.

Vanaf 16e eeuw

gebruik van lens

Camera obscura

lichtstralen op object in camera obscura , deel vh licht wordt geabsorbeerd, deel wordt
gereflecteerd. Gereflecteerde licht is diffuus en ongericht = verspreid in alle richtingen
hierdoor komt een deel van het dit gereflecteerde licht door de opening in het front van
de camera obscura. Daardoor ontstaat aan de achterkant van de camera obscura een
omgekeerd beeld van wat er voor de camera bevind.

 beeld = onhelderopening vergroten
 beeld onscherpconvergerende glazen

Omdat dit een ommekeer heeft betekend voor de teken en schilderkunst. Men kon door
dit systeem een beeld perfect tekenen en in verhouding. Later werd dit principe gebruikt
voor de fotografie maar er was een heel lange belichtingstijd nodig en het beeld was
verre van helder; men kon de hoeveelheid licht die binnenkwam verhogen door de
opening te vergroten maar dan zou het beeld te onscherp worden. Hierom maakten ze
gebruik van convergerende lenzen. Bij convergerende lenzen wordt er veel licht
opgevangen en geconcentreerd naar 1 punt.

3. WAT IS EEN SPIEGELREFLEXCAMERA?

Analoog = beeld op film

Digitaal = beeld op geheugenkaart

Bouw & werking:

1. Het licht (beeld) valt via het objectief het toestel binnen en plant zich normaal
gezien rechtlijnig voort op de film (analoog toestel) of op de sensor (digitaal
toestel).
2. Om het mogelijk te maken het beeld te kadreren en te controleren door het
objectief is er achter het objectief een spiegel geplaatst op 45°.
3. Die spiegel stuurt het beeld naar een matglas die het via het prismasysteem
mogelijk maakt om het beeld rechtopstaand in de zoeker te bekijken.
4. Om het beeld af te drukken (de foto te nemen) klapt de spiegel even naar boven
zodat het licht tot op de sensor door kan dringen.
5. Daarna klapt de spiegel weer open ( 45 ° ) zodat we het beeld terug zien in de
zoeker.


Spiegelreflextoestellen worden in digitale versie meestal DSLR-camera’s genoemd:
Digital Single Lens Reflex.

Functies: niet gevonden in deze cursus?
Een overzichtje van de mogelijkheden van de meeste (DSLR) toestellen

, 1. Programmastanden
Bij de programmastand automatisch doet de camera alles zelf (diafragma opening,
sluitersnelheid, ISO-waarde, witbalans en scherpstellen).
a. Portret : grote diafragmaopening voor weinig scherptediepte
b. Landschap: veel scherptediepte door een kleine diafragma opening
c. Tegenlicht : diafragma zal meer openen om het onderwerp niet donker af te
beelden
d. Flits uit : volautomatisch
e. Sport: snellere sluitersnelheid
2. ISO
Maat voor de lichtgevoeligheid van de sensor
3. Witbalans
4. Live view
Het beeld dat op de sensor valt kunnen bekijken op een LCD- scherm

Compactcamera

Nadelen:diafragma, sluitersnelheid en scherpstellen gaan automatisch
voordelen: lage kostprijs en het beeld zie je op een LCD-scherm

Er zijn ook semi-compactcamera’s die iets meer kunnen dan de doorsnee mogelijkheden.

Van analoog naar digitaal: de beeldsensor

Bij een digitaal fototoestel zit op de plaats waar bij een analoog fototoestel de film zat :
een beeldsensor/ lichtgevoelige chip. Op deze beeldsensor zitten cellen van
siliconenmateriaal die licht omzetten in een spanningsverschil; deze spanning wordt
omgezet in 1’tjes en 0’etjes (digitale informatie).



Er zijn twee types sensoren:

- CCD (charge coupled device) Het verschil in beiden zit hem vooral in
- CMOS (complementary metal oxide semiconductor) de wijze waarop ze geproduceerd
worden en waarop ze licht omzetten in
Hoe groter de sensor, hoe beter de beeldkwaliteit, hoe duurder het toestel.
foto’s worden opgeslagen op de geheugenkaart.

1. DOSEREN VAN HET LICHT

4.1. SLUITER EN DIAFRAGMA

Sluitertijd : tijdsduur dat er licht op film of sensor valt bv 1/500 sec

De hoeveelheid licht die binnenkomt kan op 2 manieren geregeld worden  moet juist
gedoseerd worden

1. Sluitertijd. De tijd die het licht binnenkomt kan je regelen via de sluiter : volgens
een voorafgestelde duurtijd. Kun je vergelijken met een gordijn dat voor de sensor
valt gedurende de sluitertijd.
2. Diafragma opening: 1 Is de grootste opening en 128 is de kleinste opening = elke
waarde laat de helft van de voorgaande hoeveelheid licht door!!!!

De hoeveelheid licht die we op de sensor laten vallen is dus het product van sluitertijd en
diafragma opening. We kunnen dit zelf instellen (d.m.v. een lichtmeter), we kunnen 1 van
$7.18
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
shauninicque Arteveldehogeschool
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
44
Miembro desde
11 año
Número de seguidores
31
Documentos
19
Última venta
6 año hace

4.3

4 reseñas

5
2
4
1
3
1
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes