COLLEGE 1
UITGANGSPUNTEN VAN DE BEHANDELING/ANAMNESE
Het voorkomen dat patiënten profiel 1 in profiel 2/3 terechtkomen!
Het voorkomen dat perifere sensitisatie (PS) in centrale sensitisatie (CS) uitmondt!
Dus: goede screening en fysiotherapeutisch onderzoek!
RISICOFACTOREN VOOR ONTWIKKELEN PROFIEL 3
BIOLOGISCH PSYCHOLOGISCH SOCIAAL
Voorbeschikkend Genetische aanleg Persoonlijkheidstoornis Relatieprobleem
Uitlokkend Fysieke uitputting Heftige emoties Scheiding
In standhoudend Inactiviteit Bewegingsangst Verlies werk
Overactiviteit Catastroferen Weinig soc. steun
Conditieverlies Vermijden Stigmatisering
Veel behandelingen richten zich op de instandhoudende factoren!
HERSTEL VERTRAGENDE FACTOREN (LAGE RUGPIJN)
Aan rugpijn gerelateerde hoge mate van beperkingen in activiteiten
factoren uitstralende pijn
wijdverbreide pijn
Individuele factoren Oudere leeftijd
Slechte algemene gezondheidstoestand
Psychosociale factoren Psychologische en psychosociale stress
Pijngerelateerde angsten/vermijdingsgedrag
Somatisatie
Depressieve klachten
Werkgerelateerde factoren Slechte relaties met collega’s
Zware fysieke taakeisen
PIJNMODEL VAN LOESER
Bij acute pijn is er een grote de nociceptie. Bij
chronische pijn is de nociceptieve pijnprikkel veel
kleiner geworden, maar de bewustwording, beleving
en gedrag zijn nog steeds heel groot.
Nociceptie en bewustwording: lichamelijk
Beleving en gedrag: psychosociaal
Iemand met chronische klachten kan een beleving
hebben op het werk onder druk te staan. Daardoor
kan het gedrag zijn harder te gaan werken.
,ZIEKTEPERCEPTIES
Geeft richting aan de manier van omgaan met de klachten (coping). Gedachten over lichamelijke klachten
zijn afhankelijk van persoonlijke kennis, opvoeding, eerdere klachten en externe omgeving).
Gedachten die optreden naar aanleiding van een ziekte of fysieke klacht
Bij elke lichamelijke klacht zullen meerdere ziektepercepties optreden; wisselend per persoon, per
ziekte, afhankelijk van het stadium aandoening
Ziektepercepties hebben als doel om de klacht begrijpbaar te maken!
Gedachten en emoties -> samen de mentale representatie van een klacht
Fysiotherapeut: het veranderen van disfunctionele gedachten middels;
Leergesprek
Pijneducatie
Bijvoorbeeld:
Hoe zitten pijnklachten in elkaar
Hoe onderhoudende factoren een rol kunnen spelen
Waarom voor een specifieke behandeling kiezen
COMMON SENSE MODEL (LEVENTHAL)
Ziektepercepties: herstelbelemmerend of bevorderend (cognitie stuurt gedrag)
Wat heb ik (=symptomen)
Hoe lang gaat het duren (= tijdslijn)
Wat zijn de consequenties (= gevolgen)
Hoe kan ik het onder controle krijgen (= controle)
Wat is de oorzaak (=oorzaak)
, COMMUNICATIE EN DE INVLOED OP PIJNBELEVING
Placebo-effect: positieve verwachtingen leiden tot minder pijn.
Verwachting van patiënt over pijnverlichting middels voorlichting/behandeling fysiotherapeut.
Effect middels:
neurobiologische reacties die vergelijkbaar zijn met het effect van pijnmedicatie,
angst- en stressreductie, en
vergroting van het gevoel van controle en van vertrouwen in wat er gaat komen (‘self-efficacy’).
Nocebo-effect; negatieve verwachtingen leiden tot meer pijn
Nocebo->angst->pijn (angst-> hypofyse-> ACTH-> cortisol)
Daarnaast spelen vroege ervaringen en emoties een rol bij placebo/nocebo-effecten
Onderliggende 1. Verwachtingen over pijn of pijnverlichting
mechanismen placebo Positieve verwachtingen leiden tot minder pijn
Negatieve verwachtingen leiden tot meer pijn (Benedetti et al., 2007)
2. Klassieke conditionering in hersenen:
Pijnsignalen-> brein is bewust van pijn, echter in brein ook receptoren
die betrokken zijn bij vermindering van pijn (opioidreceptoren).
Placebo speelt in opioid-receptoren, hierdoor pijnvermindering
(Benedetti et al., 2005)
Beïnvloedende factoren 1. Therapeut-patiëntvariabelen
placebo/nocebo effect
ideeën, verwachtingen, wensen, ervaringen
2. Interactie patiënt-therapeut-context
communicatie, empathie, geruststelling
3. Fysieke omgeving
professionele website, locatie, schone wc, kleur
aard van de behandeling
rituelen
Gedrag van de fysiotherapeut die de uitkomsten bij patiënten positief
beïnvloedt:
Het manipuleren van verwachtingen (Jubb J., 2013)
Het uiten van empathie
Reduceert fysieke en psychologische spanning
Empathische uitingen verlagen emotionele stress (Verheul W., 2010)
Empathische uitingen verlagen fysieke stress (Osch van M., 2014)
Het geven van procedurele informatie
Versterkt gevoel van controle (Dulmen van A., 2000)
Dus: maak gebruik van het brein van de patiënt
Placebo bewust toepassen
Nocebo bewust vermijden
Pas op met wat je zegt en stel vooral gerust
UITGANGSPUNTEN VAN DE BEHANDELING/ANAMNESE
Het voorkomen dat patiënten profiel 1 in profiel 2/3 terechtkomen!
Het voorkomen dat perifere sensitisatie (PS) in centrale sensitisatie (CS) uitmondt!
Dus: goede screening en fysiotherapeutisch onderzoek!
RISICOFACTOREN VOOR ONTWIKKELEN PROFIEL 3
BIOLOGISCH PSYCHOLOGISCH SOCIAAL
Voorbeschikkend Genetische aanleg Persoonlijkheidstoornis Relatieprobleem
Uitlokkend Fysieke uitputting Heftige emoties Scheiding
In standhoudend Inactiviteit Bewegingsangst Verlies werk
Overactiviteit Catastroferen Weinig soc. steun
Conditieverlies Vermijden Stigmatisering
Veel behandelingen richten zich op de instandhoudende factoren!
HERSTEL VERTRAGENDE FACTOREN (LAGE RUGPIJN)
Aan rugpijn gerelateerde hoge mate van beperkingen in activiteiten
factoren uitstralende pijn
wijdverbreide pijn
Individuele factoren Oudere leeftijd
Slechte algemene gezondheidstoestand
Psychosociale factoren Psychologische en psychosociale stress
Pijngerelateerde angsten/vermijdingsgedrag
Somatisatie
Depressieve klachten
Werkgerelateerde factoren Slechte relaties met collega’s
Zware fysieke taakeisen
PIJNMODEL VAN LOESER
Bij acute pijn is er een grote de nociceptie. Bij
chronische pijn is de nociceptieve pijnprikkel veel
kleiner geworden, maar de bewustwording, beleving
en gedrag zijn nog steeds heel groot.
Nociceptie en bewustwording: lichamelijk
Beleving en gedrag: psychosociaal
Iemand met chronische klachten kan een beleving
hebben op het werk onder druk te staan. Daardoor
kan het gedrag zijn harder te gaan werken.
,ZIEKTEPERCEPTIES
Geeft richting aan de manier van omgaan met de klachten (coping). Gedachten over lichamelijke klachten
zijn afhankelijk van persoonlijke kennis, opvoeding, eerdere klachten en externe omgeving).
Gedachten die optreden naar aanleiding van een ziekte of fysieke klacht
Bij elke lichamelijke klacht zullen meerdere ziektepercepties optreden; wisselend per persoon, per
ziekte, afhankelijk van het stadium aandoening
Ziektepercepties hebben als doel om de klacht begrijpbaar te maken!
Gedachten en emoties -> samen de mentale representatie van een klacht
Fysiotherapeut: het veranderen van disfunctionele gedachten middels;
Leergesprek
Pijneducatie
Bijvoorbeeld:
Hoe zitten pijnklachten in elkaar
Hoe onderhoudende factoren een rol kunnen spelen
Waarom voor een specifieke behandeling kiezen
COMMON SENSE MODEL (LEVENTHAL)
Ziektepercepties: herstelbelemmerend of bevorderend (cognitie stuurt gedrag)
Wat heb ik (=symptomen)
Hoe lang gaat het duren (= tijdslijn)
Wat zijn de consequenties (= gevolgen)
Hoe kan ik het onder controle krijgen (= controle)
Wat is de oorzaak (=oorzaak)
, COMMUNICATIE EN DE INVLOED OP PIJNBELEVING
Placebo-effect: positieve verwachtingen leiden tot minder pijn.
Verwachting van patiënt over pijnverlichting middels voorlichting/behandeling fysiotherapeut.
Effect middels:
neurobiologische reacties die vergelijkbaar zijn met het effect van pijnmedicatie,
angst- en stressreductie, en
vergroting van het gevoel van controle en van vertrouwen in wat er gaat komen (‘self-efficacy’).
Nocebo-effect; negatieve verwachtingen leiden tot meer pijn
Nocebo->angst->pijn (angst-> hypofyse-> ACTH-> cortisol)
Daarnaast spelen vroege ervaringen en emoties een rol bij placebo/nocebo-effecten
Onderliggende 1. Verwachtingen over pijn of pijnverlichting
mechanismen placebo Positieve verwachtingen leiden tot minder pijn
Negatieve verwachtingen leiden tot meer pijn (Benedetti et al., 2007)
2. Klassieke conditionering in hersenen:
Pijnsignalen-> brein is bewust van pijn, echter in brein ook receptoren
die betrokken zijn bij vermindering van pijn (opioidreceptoren).
Placebo speelt in opioid-receptoren, hierdoor pijnvermindering
(Benedetti et al., 2005)
Beïnvloedende factoren 1. Therapeut-patiëntvariabelen
placebo/nocebo effect
ideeën, verwachtingen, wensen, ervaringen
2. Interactie patiënt-therapeut-context
communicatie, empathie, geruststelling
3. Fysieke omgeving
professionele website, locatie, schone wc, kleur
aard van de behandeling
rituelen
Gedrag van de fysiotherapeut die de uitkomsten bij patiënten positief
beïnvloedt:
Het manipuleren van verwachtingen (Jubb J., 2013)
Het uiten van empathie
Reduceert fysieke en psychologische spanning
Empathische uitingen verlagen emotionele stress (Verheul W., 2010)
Empathische uitingen verlagen fysieke stress (Osch van M., 2014)
Het geven van procedurele informatie
Versterkt gevoel van controle (Dulmen van A., 2000)
Dus: maak gebruik van het brein van de patiënt
Placebo bewust toepassen
Nocebo bewust vermijden
Pas op met wat je zegt en stel vooral gerust