Week 1: introductie in Aesthetics
Plato
● Onderscheid in ´art and craft´
● Kunst is problematisch
- Slechts gericht op plezier brengen aan de mensen (zelfs als het niet juist is)
- Volgens Plato hoort kunst juist moreel juist te zijn
- Opkomst van Retorica en Poëzie: er is geen wijsheid onder poëten
● Kunst is een praktijk van imitatie
- In feite natuurlijk een imitatie van een imitatie; wij nemen slechts een imitatie
weer
- Kunst produceert gezichten van de tweede orde; imitaties van imitaties
- Goed en slecht zijn morele principes; niet esthetische
● Artiesten zijn een risico van de verdeling van arbeid
- Er is sprake van een dreiging voor vakkundige verdeling
- Kunstenaars misleiden ons en leidt ons af; kunst verpest de jeugd
● Tragedie
- Kwam op in het oude Griekenland
- Origine in mensen die trokken naar Griekenland met het beeld van de God
´Dionysus´; verschilde sterk van de rationele Griekse goden
- Grote verschillen tussen immigranten en de Atheners
- Plato was geen fan van tragedie; stelde juist dat we moesten zoeken naar de
basis van onze kennis
- Filosofie is de daadwerkelijke kunst
Aristoteles
● Sterk beïnvloed door Plato
● Kunst is de enige mimetische vakkunde
- Staat gelijk aan andere vakkundig
- Volgens Aristoteles is er sprake van een functie van de imitatie
● Nabootsing is volgens Aristoteles niet per se hetzelfde
- Er is namelijk ook sprake van verbeelding
- Kunst hoeft niet letterlijke nabootsing te zijn; maar slechts logisch coherent
● Cognitieve functie van kunst
- Het misleidt ons niet noodzakelijkerwijs
- Het communiceert juist iets over het menselijk leven
- Kunst is onreduceerbaar door filosofie; het laat een fundamentele menselijke
behoefte zien
- Iedere mens heeft een behoefte naar plezier of het maken van kunst
- Er is sprake van een natuurlijke neiging van de mens
● Autonomie
- Kunst kan zichzelf legitimeren en gezien worden als iets ´goeds´
● Wat is kunst?
- Focust zich vooral op poëzie; specifiek tragedies
- Tragedie is juist een manier om men morele waarden en eigen
verantwoordelijkheid bij te brengen
- Imiteren van acties die emoties triggeren bij het publiek; die zich kunnen
herkennen in de held; waaruit kennis voortkomt
, - Het belangrijke aspect van een tragedie is het plot van het verhaal; waarin
blijkt waarom de morele actie van belang is
● Katharsis
- ´Cleansing´; ook wel reiniging van de ziel
- Meerdere interpretaties mogelijk met betrekking tot het schoonmaken van de
ziel
The rise of Aesthetics
● Autonomie van de kunst
- Onderscheid fijne kunsten (voegen niets toe behalve plezier) en toegepaste
kunsten
- Het genieten van kunst wordt gezien als een private zaak
- Opkomst van het idee van ´smaak´
- Met inmenging van Kant komt de filosofische ´esthetische´ stroming op
● Opkomst esthetica
- Gerelateerd aan metafysica; is een samensmelting van het mooie en het
ware mogelijk
- Uters Craft; boek van Kant over kunst en esthetica
- Duidelijk onderscheid in filosofie van kunst en esthetica
- Opkomst van de ´antinomie van smaak´; smaak is onobjectificeerbaar
- Schoonheid is volgens Kant het gevoel van plezier dat de wereld kan worden
begrepen
- Onderscheid in twee aspecten
I. Esthetische oordelen
→ richt zich juist op de macht van perceptie en smaak
II. Transcendentale esthetica
→ koppeling tijd en ruimte waarbij er gezocht wordt naar
kennis
Week 2: Kant en reacties
Immanuel Kant:
● Belang van verbeelding:
- Subjectieve ervaring van plezier
- De kracht van oordelen helpt het begrijpen
- Kant stelt dat we ´goede smaak´ nodig hebben
● Deductie van de mogelijkheid van smaak
- Hoe gelden algemene regels voor specifieke casussen
- Oordelen moeten reflexief worden wanneer
● Esthetische oordelen (ook wel oordelen van smaak)
- Er van uit gaan dat het gevoel van het enkele geldt voor iedereen
- Volledig subjectief; is niet gekoppeld aan objectieve waarden
- Exclusief het zelf oordelen van de kracht van het oordelen
● Koppeling aan vrije wil
- Het gevoel van harmonie moet universeel toepasbaar zijn net als andere
oordelen
Plato
● Onderscheid in ´art and craft´
● Kunst is problematisch
- Slechts gericht op plezier brengen aan de mensen (zelfs als het niet juist is)
- Volgens Plato hoort kunst juist moreel juist te zijn
- Opkomst van Retorica en Poëzie: er is geen wijsheid onder poëten
● Kunst is een praktijk van imitatie
- In feite natuurlijk een imitatie van een imitatie; wij nemen slechts een imitatie
weer
- Kunst produceert gezichten van de tweede orde; imitaties van imitaties
- Goed en slecht zijn morele principes; niet esthetische
● Artiesten zijn een risico van de verdeling van arbeid
- Er is sprake van een dreiging voor vakkundige verdeling
- Kunstenaars misleiden ons en leidt ons af; kunst verpest de jeugd
● Tragedie
- Kwam op in het oude Griekenland
- Origine in mensen die trokken naar Griekenland met het beeld van de God
´Dionysus´; verschilde sterk van de rationele Griekse goden
- Grote verschillen tussen immigranten en de Atheners
- Plato was geen fan van tragedie; stelde juist dat we moesten zoeken naar de
basis van onze kennis
- Filosofie is de daadwerkelijke kunst
Aristoteles
● Sterk beïnvloed door Plato
● Kunst is de enige mimetische vakkunde
- Staat gelijk aan andere vakkundig
- Volgens Aristoteles is er sprake van een functie van de imitatie
● Nabootsing is volgens Aristoteles niet per se hetzelfde
- Er is namelijk ook sprake van verbeelding
- Kunst hoeft niet letterlijke nabootsing te zijn; maar slechts logisch coherent
● Cognitieve functie van kunst
- Het misleidt ons niet noodzakelijkerwijs
- Het communiceert juist iets over het menselijk leven
- Kunst is onreduceerbaar door filosofie; het laat een fundamentele menselijke
behoefte zien
- Iedere mens heeft een behoefte naar plezier of het maken van kunst
- Er is sprake van een natuurlijke neiging van de mens
● Autonomie
- Kunst kan zichzelf legitimeren en gezien worden als iets ´goeds´
● Wat is kunst?
- Focust zich vooral op poëzie; specifiek tragedies
- Tragedie is juist een manier om men morele waarden en eigen
verantwoordelijkheid bij te brengen
- Imiteren van acties die emoties triggeren bij het publiek; die zich kunnen
herkennen in de held; waaruit kennis voortkomt
, - Het belangrijke aspect van een tragedie is het plot van het verhaal; waarin
blijkt waarom de morele actie van belang is
● Katharsis
- ´Cleansing´; ook wel reiniging van de ziel
- Meerdere interpretaties mogelijk met betrekking tot het schoonmaken van de
ziel
The rise of Aesthetics
● Autonomie van de kunst
- Onderscheid fijne kunsten (voegen niets toe behalve plezier) en toegepaste
kunsten
- Het genieten van kunst wordt gezien als een private zaak
- Opkomst van het idee van ´smaak´
- Met inmenging van Kant komt de filosofische ´esthetische´ stroming op
● Opkomst esthetica
- Gerelateerd aan metafysica; is een samensmelting van het mooie en het
ware mogelijk
- Uters Craft; boek van Kant over kunst en esthetica
- Duidelijk onderscheid in filosofie van kunst en esthetica
- Opkomst van de ´antinomie van smaak´; smaak is onobjectificeerbaar
- Schoonheid is volgens Kant het gevoel van plezier dat de wereld kan worden
begrepen
- Onderscheid in twee aspecten
I. Esthetische oordelen
→ richt zich juist op de macht van perceptie en smaak
II. Transcendentale esthetica
→ koppeling tijd en ruimte waarbij er gezocht wordt naar
kennis
Week 2: Kant en reacties
Immanuel Kant:
● Belang van verbeelding:
- Subjectieve ervaring van plezier
- De kracht van oordelen helpt het begrijpen
- Kant stelt dat we ´goede smaak´ nodig hebben
● Deductie van de mogelijkheid van smaak
- Hoe gelden algemene regels voor specifieke casussen
- Oordelen moeten reflexief worden wanneer
● Esthetische oordelen (ook wel oordelen van smaak)
- Er van uit gaan dat het gevoel van het enkele geldt voor iedereen
- Volledig subjectief; is niet gekoppeld aan objectieve waarden
- Exclusief het zelf oordelen van de kracht van het oordelen
● Koppeling aan vrije wil
- Het gevoel van harmonie moet universeel toepasbaar zijn net als andere
oordelen