Leerdoelen:
De student kan na het volgen van de les en het bestuderen van de
literatuur:
- Beschrijven hoe een pijnprikkel ontstaat;
- Uitleggen welke delen van de hersenen betrokken zijn bij het
waarnemen van pijn;
- Uitleggen welke fysiologische factoren invloed hebben op de
pijngewaarwording;
- De functie van pijn benoemen
- Een onderverdeling in pijn maken en daarbij de meest voorkomende
behandelingen benoemen in
- Acute pijn
- Chronische pijn
- Maligne pijn;
- Benigne pijn;
- Nociceptieve pijn
- Neuropathische pijn
Manieren om pijn in te delen
Benigne pijn VS maligne pijn
Benigne pijn is vaak het gevolg van een niet-ernstige aandoening en is in
principe behandelbaar.
- Geen onderliggende ernstige ziekte, zoals kanker.
- Vaak een duidelijke oorzaak, zoals een blessure of ontsteking.
- Kan chronisch worden, maar is in principe behandelbaar.
- Voorbeelden: rugpijn door een hernia, artrosepijn, hoofdpijn door
spanning
Non-benigne (maligne) pijn is direct verbonden aan een ernstige
ziekte, zoals kanker, of neuropatische pijn door chemo en is vaak
moeilijker te behandelen.
Nociceptieve pijn VS neuropatische pijn
Nociceptieve pijn
, - Pijn als gevolg van prikkeling nociceptoren
- ‘Normale pijn”
- Kan vaak effectief worden behandeld met standaard pijnstillers,
zoals paracetamol of ibuprofen
- Oorzaak: Schade aan weefsel, zoals huid, spieren, botten of
organen. Bijvoorbeeld door verwonding, ontsteking of ziekte.
- Kenmerken: scherp, stekend, kloppend of zeurend. De pijn is
meestal gelokaliseerd op de plaats van de weefselschade.
- Voorbeelden: Pijn door een snee, een verstuikte enkel,
spanningshoofdpijn of menstruatiepijn.
Neuropatische pijn
- Pijn als gevolg beschadiging perifeer of centraal zenuwstelsel
- Verandering van prikkeldrempel
- Verandering van circuits in de hersenen
- Vereist vaak specifieke medicatie, zoals anti-epileptica of tricyclische
antidepressiva.
- Daarnaast kunnen fysiotherapie, verbeteren van slaap, cognitieve
gedragstherapie en behandelen van angst en stress helpen
- Oorzaak: beschadiging van de zenuwen door aandoeningen, zoals
diabetes, herpes zoster (gordelroos), multiple sclerose of een hernia.
- Kenmerken: brandend, tintelend, schietend, doof of elektrisch. De
pijn kan ook gepaard gaan met gevoelsstoornissen, zoals
verminderde of verhoogde gevoeligheid voor aanraking.
- Voorbeelden: Fantoompijn, diabetische neuropathie,
trigeminusneuralgie.
Pijnprikkels
- Nociceptoren of pijnzin is het vermogen van een organisme om
weefselbeschadiging of dreigende weefselbeschadiging waar te
nemen.
- Pijnprikkels ontstaan doordat nociceptoren mechanische, thermische
of chemische prikkels ontvangen.
- Voorbeelden van chemische prikkels: