Fiscale topics Les 3
Vorige week (les 2)
Overheden (Belgische staatsstructuur): belastingen op verschillende
niveaus tussen de overheid en de belastingplichtigen
Definitie van belastingen
Deze week (les 3)
Belastingplichtige ≠ altijd degene die betaalt of draagt
Belastingplichtige = iemand die aangeduid wordt in een fiscale wet + moet
de voorwaarden van die wet vervullen
o Personenbelasting -> natuurlijke personen -> beroepsinkomsten
De natuurlijke persoon wordt aangeduid
Belastingschuldige / belastingschuldenaar = degene die de belasting moet
betalen aan de overheid
o Personenbelasting: de natuurlijke persoon is de
belastingschuldenaar
Belastingdrager = wie gaat armer worden door die belastingen?
o Personenbelasting: de natuurlijke persoon
De rollen van die eerste 3 vallen samen = directe belastingen
Ander voorbeeld: successierechten (= erfbelasting)
Belastingplichtige = de overleden persoon (want doet die successierechten
ontstaan)
Belastingschuldenaar = de erfgenamen
Belastingdrager = de erfgenamen
Ander voorbeeld: registratierechten (= belasting op registratie van akten en
contracten): de verkoop van onroerende goederen
Belastingplichtige = (verkoopcontract tussen koper en verkoper) -> de
koper is belastingplichtig
Belastingschuldenaar = de notaris
Belastingdrager = de koper
Ander voorbeeld: btw (= consumptiebelasting)
Belastingplichtige = iemand die goederen verkoopt of diensten aanbiedt
(7-rekening: opbrengsten)
Belastingschuldenaar = de btw-plichtige (want verkoopfactuur: btw =
schuld)
Belastingdrager = klanten (consument) -> btw = balansrekening
Die laatste 3 voorbeelden zijn indirecte belastingen, want de verschillende
rollen vallen niet samen
, Fiscale topics Les 3
Waarom boek je de btw op een balansrekening en niet op een
resultatenrekening?
Je boekt de btw op een balansrekening en niet op een resultatenrekening,
omdat btw geen kost of opbrengst is voor de onderneming.
Te betalen btw is een schuld aan de overheid
Terug te vorderen btw is een tegoed dat de onderneming terugkrijgt van
de overheid
De btw heeft dus geen invloed op de winst of het verlies van de onderneming,
maar wel op haar bezittingen en schulden.
Leg in eigen woorden uit wat volgende termen betekenen. Pas toe met een
voorbeeld.
Belastingplichtige = een persoon of onderneming die volgens de wet
onderworpen is aan een belasting
Voorbeeld: Lisa werkt als bediende en verdient een loon. Ze valt onder de
personenbelasting en is dus een belastingplichtige.
Belastingschuldige = de persoon of onderneming die volgens de wet verplicht
is om de belasting aan de overheid te betalen
Voorbeeld: een werkgever houdt bedrijfsvoorheffing in op het loon van Lisa en
stort die door aan de overheid. De werkgever is voor die bedrijfsvoorheffing de
belastingschuldige.
Belastingdrager = de persoon die de belasting uiteindelijk zelf financieel draagt
Voorbeeld: Lisa koopt een televisie van 1210 euro inclusief 210 euro btw. Lisa
betaalt die btw via de aankoopprijs en is dus de belastingdrager. De winkelier
int btw en stort die door aan de overheid.
Inhoudings- / doorstortingsplichtige = iemand komt tussen en houdt een bepaald
bedrag in om dat dan door te storten (is vaker bij directe belastingen)
Bijvoorbeeld: bedrijfsvoorheffing = een soort voorschot
Werknemer: ontvangt beroepsinkomen = belastingplichtige
Werkgever: houdt een stukje van het loon in (= bedrijfsvoorheffing)
Vorige week (les 2)
Overheden (Belgische staatsstructuur): belastingen op verschillende
niveaus tussen de overheid en de belastingplichtigen
Definitie van belastingen
Deze week (les 3)
Belastingplichtige ≠ altijd degene die betaalt of draagt
Belastingplichtige = iemand die aangeduid wordt in een fiscale wet + moet
de voorwaarden van die wet vervullen
o Personenbelasting -> natuurlijke personen -> beroepsinkomsten
De natuurlijke persoon wordt aangeduid
Belastingschuldige / belastingschuldenaar = degene die de belasting moet
betalen aan de overheid
o Personenbelasting: de natuurlijke persoon is de
belastingschuldenaar
Belastingdrager = wie gaat armer worden door die belastingen?
o Personenbelasting: de natuurlijke persoon
De rollen van die eerste 3 vallen samen = directe belastingen
Ander voorbeeld: successierechten (= erfbelasting)
Belastingplichtige = de overleden persoon (want doet die successierechten
ontstaan)
Belastingschuldenaar = de erfgenamen
Belastingdrager = de erfgenamen
Ander voorbeeld: registratierechten (= belasting op registratie van akten en
contracten): de verkoop van onroerende goederen
Belastingplichtige = (verkoopcontract tussen koper en verkoper) -> de
koper is belastingplichtig
Belastingschuldenaar = de notaris
Belastingdrager = de koper
Ander voorbeeld: btw (= consumptiebelasting)
Belastingplichtige = iemand die goederen verkoopt of diensten aanbiedt
(7-rekening: opbrengsten)
Belastingschuldenaar = de btw-plichtige (want verkoopfactuur: btw =
schuld)
Belastingdrager = klanten (consument) -> btw = balansrekening
Die laatste 3 voorbeelden zijn indirecte belastingen, want de verschillende
rollen vallen niet samen
, Fiscale topics Les 3
Waarom boek je de btw op een balansrekening en niet op een
resultatenrekening?
Je boekt de btw op een balansrekening en niet op een resultatenrekening,
omdat btw geen kost of opbrengst is voor de onderneming.
Te betalen btw is een schuld aan de overheid
Terug te vorderen btw is een tegoed dat de onderneming terugkrijgt van
de overheid
De btw heeft dus geen invloed op de winst of het verlies van de onderneming,
maar wel op haar bezittingen en schulden.
Leg in eigen woorden uit wat volgende termen betekenen. Pas toe met een
voorbeeld.
Belastingplichtige = een persoon of onderneming die volgens de wet
onderworpen is aan een belasting
Voorbeeld: Lisa werkt als bediende en verdient een loon. Ze valt onder de
personenbelasting en is dus een belastingplichtige.
Belastingschuldige = de persoon of onderneming die volgens de wet verplicht
is om de belasting aan de overheid te betalen
Voorbeeld: een werkgever houdt bedrijfsvoorheffing in op het loon van Lisa en
stort die door aan de overheid. De werkgever is voor die bedrijfsvoorheffing de
belastingschuldige.
Belastingdrager = de persoon die de belasting uiteindelijk zelf financieel draagt
Voorbeeld: Lisa koopt een televisie van 1210 euro inclusief 210 euro btw. Lisa
betaalt die btw via de aankoopprijs en is dus de belastingdrager. De winkelier
int btw en stort die door aan de overheid.
Inhoudings- / doorstortingsplichtige = iemand komt tussen en houdt een bepaald
bedrag in om dat dan door te storten (is vaker bij directe belastingen)
Bijvoorbeeld: bedrijfsvoorheffing = een soort voorschot
Werknemer: ontvangt beroepsinkomen = belastingplichtige
Werkgever: houdt een stukje van het loon in (= bedrijfsvoorheffing)