• Startpunt: ineenstorting romeinse rijk (476)
• 3 periodes:
o Vroege, hoge, late middeleeuwen
• Niet een periode met heel veel wetenschappelijke ontwikkelingen; wel boekdrukkunst
uitgevonden
o Door Johannes Gutenberg
▪ > boeken worden goedkoper -> steeds meer mensen verhalen
opschrijven en verspreiden
▪ Invloed van geestelijken neemt af -> mensen gaan anders kijken naar
het leven
Geloof staat centraal:
• In West-Europa christelijk geloof dominant
• Gevolgen geloofseenheid: nauwelijks maatschappelijke onrust en geen ruimte voor
andere ideeën
• ‘Memento mori’: gedenk te sterven
= leven op aarde in dienst van god en hiernamaals
• Zo hield de kerk de gelovigen voor
• Goede leven op aarde werd beloond door de hemel na de dood
• Mensen werden minder oud -> leven korter -> plekje in de hemel krijgen
belangrijk
• Kerk: waarheid, wetenschap, kunst & literatuur
• Alleen geestelijke konden lezen en schrijven -> monniken schreven boeken in
kloosters
▪ Op perkament (huid van dieren)
• Mensen kwamen aan hun kennis van de wereld uit de bijbel, die moest worden
vertaalt en voorgelezen door een priester
▪ Slechte gebeurtenissen -> invloeden van de duivel
, • Tegenstander van god: de duivel
• > probeerde het mens op het verkeerde pad te brengen
Literatuur:
• Geloof stond centraal (theocentrisme) -> naam van makers deed er niet toe ->
schrijvers publiceerde zonder naam en bleven anoniem (voldoende als god hun
naam wist)
▪ Plagiaat bestaat niet -> iedereen mag andere teksten aanvullen,
wijzigen zonder bronvermelding
*Van den vos Reynaerde wordt wel auteur genoemd = Willem
- > ook ander stuk geschreven = Madocke
• Eerste opgeschreven en bewaarde teksten => 12de eeuw
•
• Niet iedereen lezen en schrijven -> mondelinge overleveringen
o Op rijm -> makkelijker te onthouden
▪ Van generatie op generatie doorverteld -> kleine veranderingen
• Verhalenvertellers = minstrelen / troubadours
Genres:
• Ridderromans
o Karel de grote
▪ Gekroond door de paus -> belangrijken symbolische daad -> niemand
staat boven de paus, zelfs de keizer niet
o Hof:
▪ Geld en geweld - vijanden werden bestreden, volk werd beschermd ->
Feodale stelsel
• Koning kreeg macht van god
• Leende grond uit aan leden van de adel