NURTURE EN EVOLUTIONAIRE PSYCHOLOGIE
GEDRAGSGENETICA & ERFELIJKHEID
DE BEVINDINGEN VAN MENDEL
Door planten met elkaar te kruisen en te kijken naar de kenmerken van de
daaropvolgende generaties ondekte Mendel het basismechanisme v overerving.
was vooral geïntrigeerd door kenmerken die één of meerdere generaties over werden
geslaan
Wanneer de erfelijke info van moeder en vader hetzelfde was dan kregen de
nakomelingen heel vaak die eigenschap wanneer ze niet hetzelfde waren dan bleken
de nakomelingen ofwel meer de eig van moeder of vader te hebben
o Dit kwam volgens Mendel omdat er één eigenschap dan overheerste
Hij vond dus dat er een onderscheid moest gemaakt worden tss dominant gen: gen dat
altijd tot uitdrukking komt als aanwezig is en recessief gen: gen dat alleen tot
uitdrukking zal komen als het aanwezig is in het erfelijk matriaal zowel de vader als de
moeder.
Bv. de ziekte taaislijmziekte kan enkel bij het kind ontwikkelen wanneer de vader en
moeder dit doorgeven, niet enkel 1 persoon.
CHROMOSOMEN
Erfelijke info zit in chromosomen=> we hebben allemaal 46 chromosomen verdeelt over
23 paren elk gen 1 vader, 1 gen moeder
22 paren zijn autosomen (geordend van groot naar klein)
het laatste paar is een geslachtschromosoom
o Vrouw: 2 grote X-chromosomen (1 moeder/ 1 vader) in elke cel zit een beetje
DNA in de mitochondriën (kleine lich in cel die zorgen voor energie en
stofwisseling cel) enkel in eicel van moeder, zo kan de vrouwelijke lijn worden
getraceerd
o Man: 1 groot X-chromosoom (van moeder) en 1 klein Y-chromosoom (van
vader) dit Y-chromosoom word enkel in de mannelijke lijn doorgegeven (kan zo
mannelijke lijn traceren)
Autosomen: geldt dat de genen tweevoud voorkomen: 1 vader/ 1 moeder hier geldt
dus gendominantie: gen komt tot uiting wanneer het dominant is of 2voudig voorkomt
Mannen hebben vaak meer stoornissen: dit komt doordat X-chromosomen zo 700
meer genen bevatten dan Y-chromosomen dus de meeste genen zullen op het X-
1
,chromosoom bij de man tot uiting komen ook wanneer ze recessief zijn bij vrouwen
moet dit recessief gen op het X-chromosoom in tweevoud voorkomen.
DNA
Dit chromosoom bestaat uit: desoxy-ribo-nucleïne-zuur belangrijke doorbraak in
genetica door J. Watson en F. Crick dat DNA bestaat uit dubbele helix (spiraal) met een
lange sequentie v 4 basenparen:
o Adenine A
o Cytosine C
o Guanine G
o Thymine T
Deze base zijn altijd gecomplent A & T / G & C
Menselijk DNA bestaat uit iets meer dn 3miljard basen paren die het menselijke
genoom vormen
Onverwacht ontdekking is dat DNA mens heel goed overeenkomt met DNA dier-> zo is de
mens 98,6% gelijk in reeksen basenparen dus wnr je een mens neem en een
chimpansee dan zijn 42 miljoen basenparen hetzelfde, wel op cruciale plaats
verschoven!!
De genetische code in DNA worden eiwitten gekopieerd, die verantwoordleijk zijn voor de
meeste functies v cellen, hiervoor slechts klein stukje DNA gebuikt deze stukjes zijn
genen (bij mens ong 20.000-22.000 genenevenveel als meeste andere zoogdieren)
X-chromosoom heeft 800 genen / Y-chromosoom minder dan 80
De delen van het DNA die geen genen vormen bestaat er onzekerheid vele denken dat
het junk-DNA is. onlangs is wel gebleken das deze stukken een rol spelen bij het
reguleren van genen (aan en uitschakelen) sommige mogen maar op bep aantal plaats
aan staan bv. groeien enkel in hersenen anders zouden we overal hersenen hebben
groeien.
He tin en uitschakelen van genen is & van de redenen waarom een persoon meer is dan
enkel de sequenties van basenparen in de genen. 2 personen met dezelfde structuur
kunnen dus daardoor verschillen => epigenetica genoemd
Het kan dat situationele omstandigheden dus een blijvend biologisch effect
hebben ook op je nakomelingen
Wegens het verschil op de genetische code kunnen we dus een onderscheid maken tss:
o Genotype: staat voor genetische samenstelling individu
o Fenotype: verwijst naar zichtbare, meetbare kenmerken en trekken een individu
met begrip van het gedrag
2
, GEDRAGSGENETICA
DNA van mens lijkt op die van een chimpansee wat dus aantoont dat het bij mensen
onderling nog veel beter op elkaar gaat lijken (99,4% en 99,8%)
Er zijn meerdere manieren waarop verandering in de basensequentie verandering in
gedrag kunnen teweegbrengen:
1. Verandering in een gen kan gepaard gaan met verandering in het eiwit dat
gecodeerd wordt
2. Een verandering in de genregulatie kan de beschikbaarheid van een eiwit
verhogen of verlagen
3. Een verandering in de genregulatie kan een invloed hebben op de distributie van
de genexpressie over het lichaam
4. Een verandering in de genregulatie kan gepaard gaan met een verandering in de
neurotransmissie en in de werking van de hormonen
SELECTIEVE TEELT
= mannetjes en vrouwtjesdieren geselecteerd en kan men nagaan of hun eigenschappen
wordt doorgegeven aan nakomelingen en welke omgeving stimuli hier voor nodig is
Bv. kweken van ratten op basis van leersnelheid in doolhof (Tyron 1940)
1. Eerste gorpen het slimste man/vrouwtje prestatie verbeterde in paar generaties
tijd
2. Tweede groep domste man/vrouwtje prestaties verminderde
Cooper en Zubek keken naar de omgeving waar ratten in opgroeide
1. Normale omgeving: veel zaagsel, bewegende speeltjes enkel als de omgeving
voldoende rijk is kan de genetisch verschil in intelligentie tot uiting komen.
2. Verarmde omgeving: grijs hok hier was iedereen even dom en had de selectieve
teelt geen nut
kwam doordat ze een dunnere hersenschors hebben doordat ze minder
synaptische bindingen maakten door hun niet goede omgeving
BIOTECHNISCH ONDERZOEK
Eind 20ste eeuw stroomversnelling reden was dat men in die periode inzicht kreef in de
precieze samenstelling v h genoom v dieren en mensen en dat men tech ontw had om
genen te veranderen in het DNA v dier.
Dit maakte het mogelijk om de genen te identificeren en hun functies na te gaan door
genen uit te schakelen en de effecten hiervan te bestuderen of om genen in andere
organismen in te planten en opnieuw te kijken naar de effecten hiervan
3