Samenvatting Etnografie 25-26
Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 1 – EVOLUTIE, DOMESTICATIE EN SELECTIE VAN DE HUISDIEREN ............................ 2
HOOFDSTUK 2 – HET PAARD ....................................................................................................... 7
HOOFDSTUK 3 – GEIT ............................................................................................................... 92
HOOFDSTUK 3 – HET RUND .....................................................................................................105
HOOFDSTUK 3 – SCHAAP ........................................................................................................153
HOOFDSTUK 4 – DE KAT ..........................................................................................................168
HOOFDSTUK 4 – HOND ...........................................................................................................176
HOOFDSTUK 5 – KONIJN .........................................................................................................210
HOOFDSTUK 5 – POULTRY .......................................................................................................229
HOOFDSTUK 5 – VARKEN ........................................................................................................242
1
,Hoofdstuk 1 – evolutie, domesticatie en selectie van de
huisdieren
1.2 domesticatie en selectie
Domesticatie = het tot huisdier worden of maken van een dier van oorspronkelijk wilde dieren, zodat
deze min o-of meer in harmonie en interactief samen leven met de mens
- bakermat: Aziatisch Turkije, Egypte en zuidoost Europa
-> 4000-5000 jaar vot: Egyptenaren ploegden met runderspannen
- langzaam proces met beperkte bedoelingen: nuttig zijn
-> benutten van meerdere eigenschappen van diersoorten
-> divergente productie inrichtingen: vleeskoe en melkkoe
=> gespecialiseerde populaties of rassen ontstaan
Homo sapiëns: 35-40 000 jaar geleden, tijdens ijstijd
- gemiddelde temperatuur –5 – 15°C => plantengroei was seizoensgebonden
- mens overleefden door jacht: valkuilen, sluipjacht, klopjacht
-> massale slachtpartijen; Solutré
Nomadisch bestaan: dieren volgden het voedsel, dus de mens volgde de dieren
Primitieve vorm dierhouderij = gekwetste dieren werden aangehouden om daarna nog opgegeten te
worden
Eigenlijke domesticatie: na ijstijd, 12-13 000 jaar geleden
- temperatuur verwarmde, dus veranderende flora en fauna
- dieren konden nuttig zijn als ze levend werden aangehouden
=> levende dieren als voedselreserve
Onderdanigheid bij dieren door de jongste en zwakste individuen uit te hongeren
Hond =. Het eerste gedomesticeerde huisdier => at de restjes van de mensen hun eten op
- aasvreter in nabijheid van de mens
- 10 000 jaar vot
Verder:
- geit: 9 000 jaar vot -> west azie
- schaap: 7500 jaar vot -> irak => paste goed bij nomadisch bestaan als kudde
- varkens: 7000 jaar vot -> china => pas toen sedentaire levensstijl
- rund (oeros): 6000-4000 jaar vot
Eerste gedomesticeerde dieren = herbiviren
- geen voedsel competitie
- uitzondering = hond = carnivoor -> at de kleine knaagdieren in de voedselopslag op
Varken = omnivoor
Verder:
- duiven: 5000 jaar vot -> mesopotamie
- ezel: 4500 jaar vot -> noord afrika
- kip: 4000 jaar vot -> indie
- paard: 3500 jaar vot -> oekraine
2
,- kat: 2500 jaar vot -> egypte
Bij de romeinen het eerste teken van een verfijnde gastronomie
- kweken van wilde hazen in leporaria = ommuurde hofjes
- duiven in columbaria = vleesconsumptie
- eenden en ganzen dwangmatig gevoederd voor vette levers
- parelhoen uit afrika
Vanaf de middeleeuwen:
- meest bekende huisdieren werden al gebruikt in europa
- kalkoen en cavia uit amerika
- konijnen pas vanaf 1600 in europa => vleesproductie
Diversiteit en specialisatie bij huisdierrassen: omwille van aanpassingsvermogen van de mens
- sterk doorgedreven selectie -> door de mens
- selectie op basis van specifieke en wetenschappelijk gefundeerde paringen tussen zorgvuldig
uitgekozen fokdieren
- versnelling specialisatie tijdens de laatste eeuwen
Versneld tempo sinds 1950:
- productiviteit van de nutsdieren extreem toegenomen
- binnen soorten zijn gespecialiseerde rassen ontstaan
- empirisme maakt plaats voor high-tech selectie
Hedendaagse selectie = high-tech zoötechnie = wetenschap die als doel heeft de productie
karakteristieken te verbeteren van een dier
- erfelijkheidsleer
- biotechnologie
- biometrie -> big data
- computerwetenschappen -> artificiele inteligentie
- diervoeding
- geassisteerde voortplanting => AI = artificial insemination
1.3 gevolgen van domesticatie en selectie
1 morfologische kenmerken (uitwendig)
- natuurlijke selectie => alle dieren zien er vrij gelijkaardig uit, want de opvallende gaan dood
- domesticatie en selectie => verscheidenheid tussen de dieren
-> lichaamshoogte honden 15-95 cm
-> stokmaat paard 65-180 cm
-> lichaamsgewicht rund 250-1500 kg
-> lichaamsgewicht varken 35-400 kg
-> dwergvormen van alle dieren
Veranderende lichaamsbouw:
=> dieren moeten zich niet meer beschermen tegen vijanden, want de mens beschermd hun
- wegvallen van verdedigingsstructuren; gewei, hoornen, slagtanden, …
- wilde varkens en runderen hebben sterkere voorhand dan achterhadn in vergelijking met de
gedomesticeerde dieren
Soms morfologische abnormaliteiten:
3
, - verkorte bovenkaak => kortere ademhalingswegen
- verkorten van ledematen => slecht voor de rug
- ras standaarden van de eigenaars houdt dit in stand
Minder behoefte aan uitwendige aanpassing aan leefomgeving:
- verandering in beharing/lichaamsbedekking: langere wol, andere haarsoorten, …
- veranderingen vanwege liefhebberij: kopversierselen die onderhouden worden ddor eigenaars die niet
in het wild zouden blijven bestaan
- meer variatie bevedering van duiven, kippen, …
Verdwijnen van monotone schudkleuren: diversificatie, bont haarkleed, gespecialiseerde
raskenmerken, eindeloze variaties
Morfologisch kenmerk; lakenvelder
=> een dier dat “zwart, wit, zwart” gekleurd is
2 functionele eigenschappen = fysiologie
gedragsveranderingen: dulden van aanwezigheid van mensen
• afhankelijkheid voor voedsel, huisvesting, bescherming, gezondheid …
• aanpassingen in overlevingsinstinct, paringsgedrag, broedgedrag
• bevordering van het geheugen, de wil en het ‘verstand’
• verworven veranderingen worden ook overgedragen aan nakomelingen
• ‘temmen/ africhten’ is NIET hetzelfde als ‘domesticatie’ !!!
• zeer belangrijke speciesverschillen in ‘aanleercapaciteit’: hond en paard!
• aanleren of africhten berust op:
- herhaling
- ritme: volgorde, onderhouden, memorisatie
- continuïteit
- progressiviteit: van eenvoudige verrichtingen naar ingewikkelde
• ekiciënte africhting is gebaseerd op onmiddellijke en onvoorwaardelijke gehoorzaamheid
- soepelheid, regelmaat van de gevraagde acties
- geen ongewenste nevenreacties
• aanleren en africhten heeft de band huisdier-mens veel hechter gemaakt
• optimalisatie van productieprocessen en sportprestaties: door toegenomen controle en
handelbaarheid
• belangrijke wijzigingen in voortplantingskarakteristieken:
- vroegrijpheid door selectie: vlugger naar consumptie (varken, rund …)
4
Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 1 – EVOLUTIE, DOMESTICATIE EN SELECTIE VAN DE HUISDIEREN ............................ 2
HOOFDSTUK 2 – HET PAARD ....................................................................................................... 7
HOOFDSTUK 3 – GEIT ............................................................................................................... 92
HOOFDSTUK 3 – HET RUND .....................................................................................................105
HOOFDSTUK 3 – SCHAAP ........................................................................................................153
HOOFDSTUK 4 – DE KAT ..........................................................................................................168
HOOFDSTUK 4 – HOND ...........................................................................................................176
HOOFDSTUK 5 – KONIJN .........................................................................................................210
HOOFDSTUK 5 – POULTRY .......................................................................................................229
HOOFDSTUK 5 – VARKEN ........................................................................................................242
1
,Hoofdstuk 1 – evolutie, domesticatie en selectie van de
huisdieren
1.2 domesticatie en selectie
Domesticatie = het tot huisdier worden of maken van een dier van oorspronkelijk wilde dieren, zodat
deze min o-of meer in harmonie en interactief samen leven met de mens
- bakermat: Aziatisch Turkije, Egypte en zuidoost Europa
-> 4000-5000 jaar vot: Egyptenaren ploegden met runderspannen
- langzaam proces met beperkte bedoelingen: nuttig zijn
-> benutten van meerdere eigenschappen van diersoorten
-> divergente productie inrichtingen: vleeskoe en melkkoe
=> gespecialiseerde populaties of rassen ontstaan
Homo sapiëns: 35-40 000 jaar geleden, tijdens ijstijd
- gemiddelde temperatuur –5 – 15°C => plantengroei was seizoensgebonden
- mens overleefden door jacht: valkuilen, sluipjacht, klopjacht
-> massale slachtpartijen; Solutré
Nomadisch bestaan: dieren volgden het voedsel, dus de mens volgde de dieren
Primitieve vorm dierhouderij = gekwetste dieren werden aangehouden om daarna nog opgegeten te
worden
Eigenlijke domesticatie: na ijstijd, 12-13 000 jaar geleden
- temperatuur verwarmde, dus veranderende flora en fauna
- dieren konden nuttig zijn als ze levend werden aangehouden
=> levende dieren als voedselreserve
Onderdanigheid bij dieren door de jongste en zwakste individuen uit te hongeren
Hond =. Het eerste gedomesticeerde huisdier => at de restjes van de mensen hun eten op
- aasvreter in nabijheid van de mens
- 10 000 jaar vot
Verder:
- geit: 9 000 jaar vot -> west azie
- schaap: 7500 jaar vot -> irak => paste goed bij nomadisch bestaan als kudde
- varkens: 7000 jaar vot -> china => pas toen sedentaire levensstijl
- rund (oeros): 6000-4000 jaar vot
Eerste gedomesticeerde dieren = herbiviren
- geen voedsel competitie
- uitzondering = hond = carnivoor -> at de kleine knaagdieren in de voedselopslag op
Varken = omnivoor
Verder:
- duiven: 5000 jaar vot -> mesopotamie
- ezel: 4500 jaar vot -> noord afrika
- kip: 4000 jaar vot -> indie
- paard: 3500 jaar vot -> oekraine
2
,- kat: 2500 jaar vot -> egypte
Bij de romeinen het eerste teken van een verfijnde gastronomie
- kweken van wilde hazen in leporaria = ommuurde hofjes
- duiven in columbaria = vleesconsumptie
- eenden en ganzen dwangmatig gevoederd voor vette levers
- parelhoen uit afrika
Vanaf de middeleeuwen:
- meest bekende huisdieren werden al gebruikt in europa
- kalkoen en cavia uit amerika
- konijnen pas vanaf 1600 in europa => vleesproductie
Diversiteit en specialisatie bij huisdierrassen: omwille van aanpassingsvermogen van de mens
- sterk doorgedreven selectie -> door de mens
- selectie op basis van specifieke en wetenschappelijk gefundeerde paringen tussen zorgvuldig
uitgekozen fokdieren
- versnelling specialisatie tijdens de laatste eeuwen
Versneld tempo sinds 1950:
- productiviteit van de nutsdieren extreem toegenomen
- binnen soorten zijn gespecialiseerde rassen ontstaan
- empirisme maakt plaats voor high-tech selectie
Hedendaagse selectie = high-tech zoötechnie = wetenschap die als doel heeft de productie
karakteristieken te verbeteren van een dier
- erfelijkheidsleer
- biotechnologie
- biometrie -> big data
- computerwetenschappen -> artificiele inteligentie
- diervoeding
- geassisteerde voortplanting => AI = artificial insemination
1.3 gevolgen van domesticatie en selectie
1 morfologische kenmerken (uitwendig)
- natuurlijke selectie => alle dieren zien er vrij gelijkaardig uit, want de opvallende gaan dood
- domesticatie en selectie => verscheidenheid tussen de dieren
-> lichaamshoogte honden 15-95 cm
-> stokmaat paard 65-180 cm
-> lichaamsgewicht rund 250-1500 kg
-> lichaamsgewicht varken 35-400 kg
-> dwergvormen van alle dieren
Veranderende lichaamsbouw:
=> dieren moeten zich niet meer beschermen tegen vijanden, want de mens beschermd hun
- wegvallen van verdedigingsstructuren; gewei, hoornen, slagtanden, …
- wilde varkens en runderen hebben sterkere voorhand dan achterhadn in vergelijking met de
gedomesticeerde dieren
Soms morfologische abnormaliteiten:
3
, - verkorte bovenkaak => kortere ademhalingswegen
- verkorten van ledematen => slecht voor de rug
- ras standaarden van de eigenaars houdt dit in stand
Minder behoefte aan uitwendige aanpassing aan leefomgeving:
- verandering in beharing/lichaamsbedekking: langere wol, andere haarsoorten, …
- veranderingen vanwege liefhebberij: kopversierselen die onderhouden worden ddor eigenaars die niet
in het wild zouden blijven bestaan
- meer variatie bevedering van duiven, kippen, …
Verdwijnen van monotone schudkleuren: diversificatie, bont haarkleed, gespecialiseerde
raskenmerken, eindeloze variaties
Morfologisch kenmerk; lakenvelder
=> een dier dat “zwart, wit, zwart” gekleurd is
2 functionele eigenschappen = fysiologie
gedragsveranderingen: dulden van aanwezigheid van mensen
• afhankelijkheid voor voedsel, huisvesting, bescherming, gezondheid …
• aanpassingen in overlevingsinstinct, paringsgedrag, broedgedrag
• bevordering van het geheugen, de wil en het ‘verstand’
• verworven veranderingen worden ook overgedragen aan nakomelingen
• ‘temmen/ africhten’ is NIET hetzelfde als ‘domesticatie’ !!!
• zeer belangrijke speciesverschillen in ‘aanleercapaciteit’: hond en paard!
• aanleren of africhten berust op:
- herhaling
- ritme: volgorde, onderhouden, memorisatie
- continuïteit
- progressiviteit: van eenvoudige verrichtingen naar ingewikkelde
• ekiciënte africhting is gebaseerd op onmiddellijke en onvoorwaardelijke gehoorzaamheid
- soepelheid, regelmaat van de gevraagde acties
- geen ongewenste nevenreacties
• aanleren en africhten heeft de band huisdier-mens veel hechter gemaakt
• optimalisatie van productieprocessen en sportprestaties: door toegenomen controle en
handelbaarheid
• belangrijke wijzigingen in voortplantingskarakteristieken:
- vroegrijpheid door selectie: vlugger naar consumptie (varken, rund …)
4