Deze persoonlijke samenvatting is gebaseerd op de hoorcolleges en de PowerPoint van het vak
‘Politieke psychologie’, gegeven door Dimokritos Kavadias en Didier Caluwaerts. Auteursrecht op
oorspronkelijke teksten, afbeeldingen en schema’s berust bij de respectieve auteurs en
rechthebbenden.
Inhoudstabel
1. Les 1: Inleiding
1) Inleiding
2) Wat is politieke psychologie?
3) Voorgeschiedenis binnen de sociale wetenschappen
2. Les 2: Persoonlijkheid en politiek gedrag
1) Waarom kijken we naar persoonlijkheid?
2) Wat is persoonlijkheid?
3) Tradities in studie van persoonlijkheid?
4) Hoe meten we persoonlijkheid van individuen
5) Wat is de invloed van persoonlijkheid op politiek gedrag?
6) Hoe meten we de persoonlijkheid van leiders?
3. Les 3: Gedrag, opinies, attitudes en waarden
1) Inleiding
2) Op zoek naar politieke attitudes
3) Kenmerken van attitudes
4) Ontstaan van attitudes
5) Politieke Relevante attitudes
6) Het verband tussen attitudes en gedrag
4. Les 4: Rationaliteit en emotie in politieke besluitvorming
1) Inleiding
2) Hoe rationeel zijn mensen bij het maken van politieke beslissingen?
3) Onder welke omstandigheden maken ze rationele beslissingen?
4) Hoe kunnen we het gedrag van mensen – ondanks hun irrationaliteit toch sturen?
5) Welke soorten emoties bestaan er?
6) Wat is de oorsprong van emoties?
7) Hoe kunnen we emoties meten?
8) Wat zijn de politieke gevolgen van emoties?
5. Les 5: Politieke ideologieën & Belief-Systems
1) Wat is een ideologie en de oorsprong ervan?
2) Structuur van ideologieën
3) Relatie ideologie en individu
6. Les 6: Politiek en conflict
1) Inleiding
2) Intragroep conflicten
3) Intergroep conflicten
7. Les 7: documentaire kijken
8. Les 8: Groepsbesluitvorming
1) Inleiding
2) Hoe worden beslissingen in groep genomen?
3) Sociale invloed in groepen
4) Voor- en nadelen van groepsbesluitvorming (EXAMENVRAAG)
, 9. Les 9: Macht en leiderschap
1) Wat is macht?
2) Bronnen en uitoefening van macht
3) Machtsproces
4) Effecten van macht
5) Wat is leiderschap?
6) Leiders: ontstaan, gevolgen en effectiviteit
10. Les 10: Politieke socialisatie
1) Inleiding
2) Wat is politieke socialisatie?
3) Socialisatie en morele ontwikkeling
4) Hypothesen over politieke socialisatie
5) Kritiek op Rationele Morele ontwikkeling
6) Moral Foundations Theory (Jonathan Haidt)
7) Politieke implicaties: Intuïtieve Ethiek & Ideologie (Smith)
11. Les 11: Informatieverwerking: perceptie en selectie
1) Sociale cognitie (herhaling)
2) Sociale cognitie en informatieverwerking
3) Hot cognition
4) Affectieve Bronnen: Angst en Terror Management Theory
5) Affectieve bronnen: mededogen
2
,Les 1: Inleiding
= begonnen met filmpje over experiment van Stanley Milgram
nog steeds heel actueel: Gaza, Soedan… - allemaal voorbeelden van mensen die zich plots anders
gedragen in bepaalde situaties
1. Inleiding
Psychologie = wetenschappelijke studie van mentale processen en gedrag van individuen/groepen
Zicht krijgen op perceptie, beleving en verwerking van mensen
Politieke psychologie = geen traditioneel gevestigde academische discipline eerder grensgebied
tussen verschillende disciplines: toepassing van inzichten uit psychologie op studie politiek
Interdiscipline
2. Wat is politieke psychologie?
= wetenschappelijke studie van mentale processen en menselijk gedrag naar analogie omschreven
als: wetenschappelijke studie van de politieke belevingen + politiek gedrag
Dus:
Wetenschap: verwerven van kennis/inzichten over de werkelijkheid; objectieve studie bep.
verschijnselen via welomschreven manier van werken wetenschappelijke methode
Mentale processen (subjectieve aspecten van individuen/groepen individuen in interactie)
objectief vatten – “objectieve studie van politieke subjectiviteit”
Huddy, et al: “At its core, political psychology concerns the behaviour of individuals within a specific
political system”
Sprake van een (jonge) interdiscipline: psychologie, politieke wetenschappen, geschiedenis…
Psychologie: gaat terug tot ontstaan mens kennis over mentale processen en verklaringen
van individueel gedrag = vinden we terug in primaire activiteiten van mens
Elkaar begrijpen, elkaars motieven aflezen
Politiek: nadenken over manier waarop we onze samenleving vorm geven gaat terug tot
ontstaan samenlevingen zelf
politieke psychologie gaat dus terug tot ontstaan geschiedschrijving waarin al veronderstellingen
werden gemaakt over hoe mensen denken, wat mensen aspireren…
Herodotus: vader van geschiedenis: trachtte geen zuivere feiten te reconstrueren maar ook
geïnteresseerd in volksaarden – manier macht vorm in gewoonten van groepen
Thucydides: schreef over oorlog tussen Grieken, maakte ook veronderstellingen over rol die
menselijke aard/psyche speelde
Dus verklaring op zelfervaring/veronderstelde manier van denken van mensen
Romans: schrijvers schetsen patroon tussen wat individuen ervaren; wat ze doen en
maatschappelijke conditie waarin ze zitten
+ ECPR heeft elk jaar een general conference (in les verteld)
3
,3. Voorgeschiedenis binnen de sociale wetenschappen
= beperking tot wetenschappelijke wortels politieke psychologie (≠ roman, populaire cultuur)
Twee fasen:
3.1 Ontwikkelingen binnen nieuwe natiestaten: Frankrijk en Duitsland (19de eeuw)
= eerste impuls ontstaan politieke psychologie
1) Frankrijk
Ontwikkelingen binnen FR vanaf Franse Revolutie + politieke en maatschappelijke instabiliteit
totale verandering vanaf 1789: einde Ancien Regime + begin regimewissels (tot 19de eeuw)
Franse revolutie, 1ste republiek; staatsgreep Napoleon; Monarchie van juli (restauratie na
Napoleon); koningshuis ten val en 2de republiek; Lodewijk Napoleon stelt 2de keizerrijk…
ontstaan van bezorgdheden over deze chaotische toestand: waarom die permanente chaos en
geen evenwichtige situatie zoals in UK?, Waarom geen sterk nationaal karakter zoals in DUI?
Aantal intellectuelen die met behulp moderne wetenschappen + geesteswetenschappen probeerden
de situatie te begrijpen waarin ze toen zaten:
a) Hippolyte Taine (1828-1893)
= historicus-filosoof die zocht naar determinanten van menselijk gedrag
aanhanger van positivisme en sciëntisme (19de eeuw)
Positivisme: fenomenen rondom ons enkel vatten op basis van wetenschappelijke observatie
en experimenten intuïtief geloof, metafysica of introspectie
Sciëntisme: keert zich expliciet af van traditie, geopenbaarde kennis of gewoonten; richt zich
enkel tot experimentele wetenschappelijk om de wereld rondom ons te kennen
Geassocieerd met beginjaren politieke psychologie omwille visie op geschiedenis – empirisch
gefundeerde theorie op geschiedenis:
Menselijke historisch feit bepaald door: erfelijkheid (la race), omgeving (milieu) en situatie (moment)
Geschiedenis bestuderen door experimentele methode te gebruiken
Bronnen van historisch onderzoek onderworpen aan vier versch. fases van onderzoek:
1. De analyse: opzoeken van historische feiten in documenten
2. Het klasseren: historische feiten worden ingedeeld in categorieën
3. Het definiëren: categorieën worden samengevat door eenvoudige formule (bv kapitalisme =
series van economische feiten)
4. Het in verband brengen met elkaar: logische relaties worden gelegd tussen deze categorieën
(series van feiten) om ten slotte een geschiedenis te produceren
Fel geraakt door politiek-maatschappelijke capitulatie in 1870-71 (oorlog FR en DUI; opstand
Commune in Parijs) ging opzoek naar wortels van het ‘politieke kwaad’:
Histoires des Origines de la France contemporaine: gericht op kunstmatige aard van vele FR politieke
constructies die voort kwamen uit FR revolutie + kritiek op rationele visie op mens, maatschappij
4
,= soort studie van de elite
Rationalistische ideeën van FR revolutie gaven een vals beeld van wat de mens kon verrichten
+ alsook verlichting (filosofie gericht op verandering) was gevaarlijk, dwaas
Voorbeelden overdreven ratio: 10 dagen-week, heel strikte territorialiteitsgrenzen, nieuwe
kalender…
Recente geschiedenis in drie fasen onderverdeeld:
1. Periode voor de FR revolutie: L ’ancien Regime verscheen in 1875, periode met
onduidelijkheid over vorm derde republiek Koning + adel slaagden er niet in om te regeren
2. FR revolutie: behandeld in drie delen verschenen tussen 1878 en 1884 (FR rev. was in 1789-
1794) welke rol had de massa in totstandkoming chaos FR revolutie?
3. Periode van napoleon: verschenen tussen 1885 en 1893 – periode van autoritaire
machtsconcentratie werking politiek leiderschap en wetten van macht?
Waarom is hij nog belangrijk?
Oprichter van Franse politieke school: ‘École Libre de Sciences Politiques’
Mentor van Boutmy (directeur van de school): trachtte deze nieuwe politieke wetenschappen
diepgang te geven door in te zetten op de vergelijking met andere landen
Hierbinnen is Tocqueville wel belangrijker: eigenheid VS begrijpen door te kijken naar
mogelijke invloed van andere context op samenleving en politieke omgangsvormen
Toch wel belangrijk omdat het echt de basis van politieke psychologie is:
1. Onderzoek van mentaliteiten en elites
2. Probleemgestuurd onderzoek: aangespoord door gebeurtenissen in zijn omgeving deed
aan wetenschap om maatschappelijke problemen te begrijpen
3. Normatief startpunt: nam zijn eigen opvattingen als norm, andersdenkenden werden
gemarginaliseerd + werd inspiratiebron binnen wetenschappelijk conservatisme
b) Gustave Le Bon (1841-1931)
= psychologie des foules: basis voor sociale psychologie, basis voor onderzoek naar sociale
bewegingen, basis voor politieke psychologie en onderzoek naar manipulatie van grote groepen
= vooraanstaand lid van Parijse antropologische vereniging maar stapt eruit daoor
wetenschappelijke kortzichtigheid + opkomst wetenschappelijk racisme
Mensen zoals Gobineau probeerden aan te tonen dat er verschillende rassen waren die
verschilde in term van kleur, intelligentie, moraliteit
We moeten denken in termen van een hiërarchie van rassen met bovenaan het blanke ras
(Arisch) en onderaan zwarte ras
Le Bon kantelt hier zich fundamenteel tegen – vergelijkt het met alsof je ineens honden ook op
haarkleur/vorm zou beginnen indelen – ras was voor hem een synoniem voor groep mensen
GEEN zuivere rassen in genetische zin en vooral niet met morele verschillen
Lois psychologiques de l'évolution des peuples (1894): baseert zich op darwinisme maar dan door
associatie uitgebreid naar fysiologie en sociale psychologie
La psychologie des foules (1895)
5
, zoekt in die werken naar oorzaken van menselijk handelen + onderscheidt vijf grote families van
oorzaken:
1) Biologische oorzaken (fysiologie)
2) Emotionele oorzaken
3) Rationele oorzaken
4) Collectieve oorzaken
5) Mystieke oorzaken
Zocht verklaringen voor irrationele en tot dan toe onbegrijpelijke evenementen + nadruk op
collectieve oorzaken, oorzaken op basis dynamiek grote mensen in zijn twee werken
Collectieve oorzaken kennen andere dynamiek dan individuele handelingen:
Individuen beschikken over hogere psychische functies (rationeel denken, reflectie…)
In massa eerder lagere psychische functies (driften, emoties, onbewuste) massagedrag is
dus irrationeler
In grote groepen werkt gezag ook anders suggestie krijgt een centrale rol: massa’s volgen leiders
omwille van charisma, prestige, persoonlijkheid rationeel-legaal (Weber1) gezag verliest zijn belang
Moderne samenleving als massamaatschappij, waarin overtuiging, propaganda en publieke opinie!
leiders (democ. en autoc.) kunnen massa’s beïnvloeden/manipuleren via deze mechanismen
Zijn ideeën ontstonden in periode van sociale onrust (bv opkomst arbeidersbeweging in Frankrijk):
waarschuwde voor massabewegingen die inspelen op lagere driften
Pleitte voor onderwijs en instituties om de hogere psychische functies te versterken
Later: voorspelde dat massamaatschappijen vatbaar zijn voor dictaturen, want charis. leiders
kunnen massa’s mobiliseren door emoties, geweld aan te spreken (fascisme!)
Conclusie: legde met zijn Psychologie des foules basis voor psychologie als de politieke psychologie –
trachtte om werking van macht in grote groepen bloot te leggen en legde ook fundamenten voor
studie van media als manier om grote groepen te manipuleren
2) Duitssprekende landen (Oostenrijk, Duitsland)
= politieke psychologie ontwikkelde zich ook in een periode van crisis en instabiliteit van regimes
(Oostenrijk als dubbelmonarchie, Oostenrijk-Hongarije, voor WOI + Duitse keizerrijk)
= WOI (14-18); Duitse nederlaag, met tweede verdrag van Versailles dat zorgde voor afzetting keizer
en creatie van constitutionele republiek (Weimar-, 18-19); crisisjaren (19-23); intensificatie van
economische crisis en opkomst nazisme (29-33)
Dus een periode van economische crisissen, politieke instabiliteit en opkomst nazisme
Agrarische en feodale structuren leefden naast snelle industrialisering traditionele
gemeenschappen kwamen onder druk te staan
interesse voor vragen over macht, gezag en politieke legitimiteit
1Traditioneel gezag: men doet iets omwille van de gewoonte, bron van gezag op zich (bv geloof); Charismatisch:
persoonlijke uitstraling van gezag figuur noopt mensen tot handelen; Rationeel-legaal: legitieme macht is gebonden aan
regels en procedures die te verantwoorden zijn in logische en rationele termen.
6