Les 1: 10 februari: ontwerpen en design: begripsafbakening
1. Begrip ‘design’ en ‘ontwerpen’
Designers: mensen die kennis, vaardigheden en ervaring gebruiken om een impact uit te voeren op
mensen, maatschappij en planeet
Designerly: ontwerpmatig denken en is een mensgerichte, creatieve aanpak voor probleemoplossing
waarbij de gebruiker centraal staat
Het begrip design kan worden opgevat als:
- zelfstandig naamwoord: het eindproduct
- werkwoord: het proces van ontwerpen
Ontwerpen is een professionele activiteit waarbij oplossingen worden gezocht voor on- of ‘slecht’
gede nieerde problemen. Tegelijk wordt ontwerpen ook erkend als een alledaagse activiteit (everyday
design)
Kenmerken van ontwerpen
- een complexe vaardigheid die wordt aangeleerd door oefening
- het vereist aandacht voor detail
- Een probleemoplossende activiteit (er bestaat zelden één ultieme of juiste oplossing!!) gericht op het
oplossen van problemen in de door de mens gemaakte, veranderde omgeving
Ontwerpen staat parallel met Design Thinking (= wilt niet zeggen hetzelfde!, het toont gelijkenissen)
Het begrip Design thinking = van productontwikkeling/ interactie design —> (interieur)architectuur,
hieronder het proces:
a. Empathize: voor wie ontwerp je?
b. Define: wat zijn thema’s of patronen? (Probleemafbakening en thematisering)
c. Ideate: identificeren en toetsen van verschillende opties (= multidisciplinaire samenwerking)
d. Prototype: uitwerken, bespreken en verwerpen van ontwerpen
e. Test: terugkoppeling naar de eindgebruikers + bijsturen
5. Het ontwerpproces
Algemeen wordt ontwerpen opgevat als een cyclisch, niet-lineair & iteratief proces met 3 kernactiviteiten:
• Analyse
• Synthese
• Evaluatie
Specifiek voor (interieur)architectuur:
1. Ontwerpvraag: programma van eisen (=overzicht van wat alle wensen, behoeften en eisen zijn van de
opdrachtgever ten aanzien van het project) + site-analyse (= plaats waar het project plaatsvindt)
2. Contextanalyse:
- Site: geschiedenis, locatie (oriëntatie, toegang, zicht) + huidige functie
- Programma: de gebruikers en gebruiksscenario’s
3. Interpretatie: een kritisch onderzoek van relevante parameters m.b.t. het ontwerp
- Van visie (gewicht toekennen aan parameters) naar concept (visie ruimtelijk vertalen)
- Soorten concept: schematisch (snede, 3D) / planmatig / beeldend / verbaal
4. Integratie: van schetsontwerp naar voorontwerp (afmetingen, budget, materialiteit) naar het
uitvoeringsonderwerp (detailtekeningen en technische plannen)
5. Realisatie: uitvoering van het ontwerp en het ontstaan van een ‘as built’ context (=werkelijke toestand
van een gebouw)
1
fi
,6. Lineair VS iteratief ontwerpen
Hoewel soms lineair voorgesteld, is ontwerpen in werkelijkheid iteratief:
= alle fasen worden herhalend doorlopen tot een goede oplossing bekomen wordt. De fasen worden niet
in een strikte volgorde doorlopen
Les 2: 17 februari: historische evolutie van ontwerpen
1. Pre-industriële periode: ontwerpen als ambacht
Kenmerken:
- ontwerpen = namaken en aanpassen van bestaande typologieën (zonder scheiding tussen denken en
maken, ontwerp kennis was ingebed in vakmanschap en traditie)
- Werken op basis van ervaringskennis
- Kennisoverdracht via praktijken
2. Modernisme (ca. 1920): ontwerpen als product van wetenschap en technologie
Onder invloed van industriële massaproductie ontstaat een nieuw paradigma:
- Ontwerpen als objectief, rationeel & wetenschappelijk proces (er worden waarden uit de (exacte)
wetenschap meegenomen in ontwerp)
- Theo Van Doesburg: het tijdperk (1920) staat vijandig tegenover subjectiviteit en dat ontwerpen een
objectieve methode vereist
De woning als leefmachine
- In deze opvatting wordt architectuur gezien als een functioneel systeem (waar massaproductie centraal
staat) > Le Corbusier beschouwt een woning als “un machine à habiter” (= de woning als machine)
- Immeubles-villas: appartementen als gestandaardiseerde modules/ wooneenheden, in te schuiven in een
betonnen skeletstructuur
3. Ontwerpen als wetenschap (=Design Science)(1960–1980)
Design Science Revolution
• Aandacht verschuift van eindproduct naar het ontwerpproces
• Nadruk op methodologie en proces
• Ontwerp is nog steeds een objectief en rationeel proces
• Ontwerp als oplossing voor sociale en duurzaamheidsproblemen
Positivistische benadering (Herbert Simon)
Ontwerpen wordt gezien als:
- Fenomenen bestaan onafhankelijk van onze ervaring
- Probleemoplossing volgt logische en empirische stappen
- Ontwerp is gebaseerd op algemene wetmatigheden
Kritiek op Design Methods (jaren 1970)
Er ontstaat kritiek op de sterke rationalisering:
- Ontwerpmethoden blijken weinig bij te dragen aan het daadwerkelijke ontwerpen van gebouwen
- Deze kritiek mankeert een breuk in het geloof in rationele ontwerpmethoden
Wicked Problems (door Rittel en Webber + staat tegenover Tame problems)
Tame problems:
1. Uitdaging/ probleem is onduidelijk
2. Oplossing is vindbaar
3. Duidelijk wanneer een probleem is opgelost
2
, Wicked Problems:
1. Onmogelijk om het probleem volledig te definiëren (je kan niet alle info vinden)
2. Onduidelijk wanneer het probleem is opgelost
3. Er bestaat geen juiste of foute oplossen (wel beter of slechter)
4. Kwaliteiten van de oplossing kan niet getoetst worden (probleem heeft invloed op te veel factoren)
5. Slechts één kans om een wicked problem op te lossen
6. 0 tot oneindig veel oplossingen
7. Elk wicked problem is uniek
8. Elk wicked problem kan beschouwd worden als een symptoom van een ander probleem
9. Verschillende verklaringen voor oorzaken van problemen
10. Niet het recht om verkeerd te zitten (grote verantwoordelijkheid)
Dit betekent dat ontwerpen fundamenteel verschilt van klassieke wetenschap.
4. Ontwerpen als discipline (vanaf 1980)
Ontwerpen wordt erkend als een eigen discipline met eigen aanpak (ontwerpen is noch pure wetenschap,
noch kunst)
a. Designerly Ways of Knowing (, Thinking and Acting - Nigel Cross):
- Vertrekken van slecht gede nieerde problemen
- Oplossingsgericht omgaan met problemen
- Opbouwende denkpatronen
- Combinatie van abstract en concreet denken
- Interpreteren en creëren a.d.h.v. ontworpen objecten
b. Reflective Practice ( - Donald Schön)
Schön introduceert een constructivistisch paradigma (i.t.t. het positivisme)
Tacit knowing-in action, professionele expertise is niet gebaseerd op expliciete technische kennis, maar:
- Op tacit knowledge (=impliciete kennis)
- Op re ectie-in-actie
- Op denken tijdens het handelen (art of practice: reflectief dialoog met de situatie)
Daarnaast is ontwerpen ook een sociaal proces, waarbij ontwerper en opdrachtgever samenwerken.
Relatie tussen ontwerpen en wetenschap
Drie uitgangspunten:
1. Wetenschappelijk ontwerpen
- Ontwerp maakt wetenschappelijke kennis zichtbaar
- Huidig ontwerpen = wetenschappelijk ontwerpen
2. Ontwerpwetenschappen:
- Gebruik van onderzoek in ontwerp (!! Ontwerpen ≠ onderzoek)
- Geschikte info voor ontwerpers: artistiek proces + technische kennis + wetenschappelijk kennis
- Research-informed design = gepubliceerde onderzoeken gebruiken voor ontwerp
- Evidence-based design = meerder vormen van bewijs gebruiken voor het maken van beslissingen
- Healing environment = eigen ervaring toelaten
- Research by/through design = ontwerp als onderzoeksmethode
- Vereisten voor ontwerpend onderzoek: oorspronkelijkheid, relevantie, rigoureus, transparant
3. Wetenschap over ontwerpen: studie van ontwerpprocessen zelf (vanuit elke discipline mogelijk)
5. Interieurarchitectuur als discipline
Interieurarchitectuur is een containerbegrip (praktisch + academisch):
• heeft een lange professionele praktijk
• Onderzoeksdomein is nieuw (door verschuiving professionele > academische opleiding)
• Nood aan een eigen “Body of Knowledge” = combinatie van praktijk, opleiding en onderzoek
3
fl fi